ZORGdotCOM

Communicatieadvies + Tekst

5 tips om te zorgen dat je arts naar je luistert 16 februari 2015

Filed under: Klant centraal in zorg — harrietmessing @ 2:23 pm
Tags: ,

When doctors don't listenIn het boek When Doctors Don’t Listen (Wanneer dokters niet luisteren) vertellen de Amerikaanse SEH-artsen Leana Wen en Joshua Kosowsky wat veel patiënten regelmatig vermoeden: artsen stoppen vaak met luisteren naar het verhaal van een patiënt wanneer ze gefocust zijn op het stellen van een diagnose. Ze richten zich vaak op specifieke symptomen, wat ertoe kan leiden dat ze teveel tests uitvoeren en overbehandelen.

Een waargebeurd voorbeeld: een mevrouw van 85 komt bij de huisarts met pijn in de heupstreek. De mevrouw vertelt dat de pijn niet in de lies zit, maar meer aan de achterkant. De pijn zorgt ervoor dat ze bijna niet kan lopen. En dat het lijkt op wat ze een paar jaar gelden al eens heeft gehad, toen er een verschoven ruggenwervel de oorzaak bleek van een beknelde zenuw. Mevrouw is een half jaar ervoor geopereerd aan endeldarmkanker. Na de operatie heeft zij een colonstoma gekregen en er zijn geen uitzaaiingen gevonden, noch op scans voor de operatie, nog in de bij de operatie weggenomen lymfeknopen. Ook de bloeduitslagen bij de eerste nacontrole zeer recent waren goed.

De huisarts doet geen lichamelijk onderzoek. Hij besluit wel een foto van de heup te laten maken en bloed af te nemen vanwege ‘de mogelijkheid op uitzaaiingen’. De bloeduitslagen zijn wederom goed en op de röntgenfoto is wat slijtage te zien die normaal is voor haar leeftijd. De huisarts verwijst haar nu door naar de fysiotherapeut. Die constateert een flinke knoop in een spier aan de achterkant van haar heup, veroorzaakt door verkeerd liggen en/of lopen door het gewicht van het stomazakje. De knoop wordt in een paar sessies weggemasseerd en mevrouw krijgt oefeningen om haar houding te verbeteren. Had de huisarts beter geluisterd en lichamelijk onderzoek gedaan naar de plaats van de pijn, dan had hij zijn tests over kunnen slaan.

Kookboekgeneeskunde
Wen en Kosowsky vinden dat artsen vandaag de dag de kunst van het luisteren naar patiënten onvoldoende beheersen. Hierdoor kunnen zij de symptomen van een patiënt niet goed in een context plaatsen. Wen geeft zelf ook toe dat zij tijdens haar opleiding eerst heel erg vastzat in deze vorm van kookboekgeneeskunde, waarbij ze als het ware in haar hoofd een checklist afvinkte met symptomen, terwijl de patiënt doorpraatte. Zo dacht ze het meest efficiënt te zijn.

Verhaal patiënt is instrument
Kosowsky, vicevoorzitter en klinisch hoofd van Brigham’s spoedeisende zorgafdeling, noemt het “een fout in de manier waarop we artsen leren denken”, het resultaat van te veel vertrouwen in high-tech beeldtechnieken en bloedtesten om biomarkers te meten die er een generatie eerder niet waren. “Het gaat om de balans”, vindt hij: “Leana en ik zeggen niet dat we alle richtlijnen en protocollen eruit moeten gooien. En artsen volgen deze richtlijnen met de allerbeste intenties. Maar ze spelen nu een te grote rol. Ze zijn handig om de patiëntveiligheid te vergroten, bijvoorbeeld bij infectiepreventie of voor- en na operaties, maar niet bij het stellen van een diagnose. Daar is het verhaal van de patiënt één van je belangrijkste instrumenten.”

Hoe kan je er als patiënt zelf voor zorgen dat je arts beter naar je luistert? Dit is wat Wen en Kosowsky aanraden:

  1. Vertel een goed verhaal. Begin bij het begin en vertel in vijf minuten of korter (indien mogelijk) je verhaal chronologisch in hoofdlijnen waarbij je belangrijke onderdelen benadrukt. Je kunt je verhaal van tevoren in een paar belangrijke punten voorbereiden op papier. Gebruik geen medisch jargon dat je op TV of internet hebt opgedaan. Als de arts je probeert te onderbreken met vragen, haal adem en vraag of je eerst je verhaal af mag maken voor hij vragen stelt.
  2. Geef altijd context. Wat gebeurde er in je leven toen de symptomen begonnen? Als ze recent erger zijn geworden, wat denk je dat die verergering zou kunnen veroorzaken? Dit helpt je arts verder te kijken dan het diagnostische protocol en je meer als individu te zien.
  3. Beschrijf symptomen zo specifiek mogelijk gedurende een lichamelijk onderzoek. Als je maar op één plek pijn voelt, laat dat weten. Vertel of de pijn scherp of vaag is, contant of met tussenpozen. Artsen gebruiken meestal een pijnscore van 1 – 10, waarbij 1 voor heel milde en 10 voor martelende pijn staat. Maar dit kan misleidend zijn, want de definitie van een patiënt voor pijn van categorie 10 kan heel anders zijn dan die van de arts.
  4. Zorg dat je een differentiaaldiagnose krijgt. Artsen moeten meer dan één diagnose in hun hoofd hebben bij aanvang om ervoor te zorgen dat ze niets over het hoofd zien. Meestal zal een arts sterker denken aan één specifieke diagnose en een paar andere in zijn achterhoofd houden. Je kunt bijvoorbeeld te horen krijgen dat de arts denkt dat je migraine hebt, maar dat als de pijn gedurende de komende week niet minder wordt, je een hersenscan moet ondergaan om een tumor uit te sluiten. “Pas op als het erop lijkt dat je arts maar op het uitsluiten van één specifieke aandoening gefocust lijkt.” schrijven Wen en Kosowsky.
  5. Vraag naar de redenen voor elke medische test. Je arts moet in staat zijn uit te leggen waarnaar hij op zoek is, hoe groot de kans is dat je die diagnose hebt en of je behandeling op basis van die diagnose anders zal zijn. Elke test heeft risico’s, zelf een simpele bloedafname, vindt Wen, dus ze moeten om de juiste redenen gedaan worden.

©2015 Harriët Messing

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s