ZORGdotCOM

Communicatieadvies + Tekst

Artsen met passie: van graaiers naar co-creators 30 januari 2012

Onlangs vertelde Wim Schellekens – @Wim_Schellekens, voormalig hoofdinspecteur van de IGZ, dat voor artsen hun vaktechnische passie soms ervoor zorgt dat patiënten een middel worden in plaats van een doel. Behoud van passie is – naast behoud van compassie – een belangrijk doel van COM-passion for Care. Maar dan gaat het uiteraard over de passie voor het leveren van de beste zorg voor mensen  binnen de menselijke maat. Een gesprek met drie gepassioneerde artsen illustreerde mij prachtig hoe een arts dat kan vormgeven.

Bart Timmers

Het is net na de jaarwisseling op een zonnige, maar koude dag dat ik in Doetinchem heb afgesproken met twee specialisten uit het Slingeland Ziekenhuis en een huisarts uit de regio. Zij hebben vakantie en geven me ruim twee uur van hun tijd om het te hebben over passie en compassie. Het zijn Erich Taubert – @thetaub, uroloog en #compassion4care enthousiasteling van het eerste uur, Alec Malmberg – @AlecMalmberg, een gynaecoloog die dagelijks twittert over hoe hij #compassion4care in zijn werk tot uiting brengt en Bart Timmers @burtonbartijn, huisarts te ’s Heerenberg en zoals zijn profiel op Medisch Contact zegt, groot voorstander van de menselijke maat. Ik heb zelf met Doetinchem een speciale band omdat ik er ben opgegroeid en tot mijn 18de heb gewoond. Ook woont mijn moeder er nog steeds.

eHealth
Al snel gaat het gesprek over de inzet van ICT voor de verbetering van de zorg. Alle drie zijn daar erg enthousiast over. Taubert schreef er onlangs nog een blog over. Timmers heeft al een scherm in zijn wachtkamer om patiënten te informeren over wachttijd. Ook Taubert wil dit, maar dat ligt in een ziekenhuis toch wat moeilijker om snel voor elkaar te krijgen. Malmberg vertelt dat hij in gesprek is met Jan Kremer – @jknl over de vorming van een verloskundige community op MijnZorgNet. Timmers laat ook een armband zien waarmee hij via zijn iPhone allerlei gegevens kan meten, zoals beweeg- en slaappatroon. “Die ga ik binnenkort aanschaffen voor patiënten die klagen over slecht slapen. Dan kan je toch zelf even kijken of er iets aan de hand is voordat je iemand onnodig naar een slaapkliniek doorverwijst.”

Erich Taubert

EPD
Taubert vertelt dat de implementatie van het EPD hem nog wel hoofdbrekens (en tijd) kost. “Om de vraag achter de vraag van een patiënt te weten te komen heb ik een ritueel waarvan dat vel papier met aantekeningen een belangrijk element is. Zo’n gesprek kan je niet hebben als je aan een beeldscherm gekleefd zit. Bovendien biedt zo’n systeem niet de ruimte voor alle informatie die ik opschrijf. Dus nu doe ik het dubbel, eerst op papier en dan voer ik het in. Uiteraard is een EPD belangrijk voor de uitwisseling van gegevens, maar vaak wordt vergeten het systeem aan te laten sluiten op de werkmethodes van de gebruikers.” Lees ook zijn blog hierover op ArtsenNet.

Alec Malmberg

Twee voor twaalf
Malmberg vertelt hoe hij onlangs zich heeft aangesloten bij het Genootschap tot behoud van arbeidsvreugde en compassie. Dit initiatief komt voort uit een groep chirurgen (sic!) die met elkaar vinden dat het twee voor twaalf is als het gaat om behoud van passie en compassie. Met elkaar willen ze dit onderwerp bespreekbaar maken. Zelf is Malmberg met ongelooflijk veel energie bezig om de verloskundige zorg in de Achterhoek te veranderen: “In de #DeVerloskundigeZorg dienen alle zorgverleners het belang van de vrouw en haar partner te dienen.” Samenwerking in het belang van de patiënt is zijn adagium en daar doet hij alles voor, samen met andere gynaecologen en verloskundigen in het gebied.

Van graaiers naar co-creators
Het gesprek wordt nog gepassioneerder als we het hebben over de zorg die artsen hebben over hoe verzekeraars hen gaan beoordelen bij zorginkoop. Zelf breng ik in dat ik vind dat de vertegenwoordigers van de beroepsgroep, Orde en KNMG, hun werk niet goed hebben gedaan. Zij hebben specialisten weg laten zetten als graaiers en veroorzakers van kostenstijgingen. Dit terwijl de overheid onder Klink – onder protest van de specialisten – is gekomen met een DBC-systeem met flinke weeffouten, waardoor sommige specialisten zich ongelooflijk konden verrijken. Het is ook aan de beroepsgroep dat zij niet zelf hebben ingegrepen toen zich dit aftekende. Zo kreeg de overheid ruim baan om alle specialisten als graaiers weg te zetten en zo verantwoordelijkheid voor eigen wanbeleid af te wentelen. Taubert en Malmberg beamen dat het gedrag van enkelen nu het beeld van het totaal bepaalt. Taubert: “Wij hadden onderling best harder mogen zijn naar de fouteriken. Vanaf 1 januari hebben wij in het ziekenhuis een stafmaatschap. Dan zijn grote inkomensverschillen tussen specialisaties niet meer mogelijk.”

Zelf vind ik ook dat de tijd voorbij is dat alleen op hoog niveau wordt onderhandeld over de vormgeving van de zorg. Om ervoor te zorgen dat tijd en aandacht behouden blijft en zorgverzekeraars niet alleen op efficiency en kosten in gaan kopen, moeten zij goede zorg gaan co-creëren met zorgverleners en patiënten. En dan vooral met de zorgverleners die vanuit de juiste motivatie hun werk doen, zoals deze heren. Ik stel hen voor om dit in te brengen in contacten die we vanuit Compassion for Care hebben met zorgverzekeraars. De heren reageren positief. En inmiddels heeft ook zorgverzekeraar CZ, die Zorgzame Zorg hoog in het vaandel heeft, positief gereageerd op dit idee. Wordt dus nog vervolgd.

Flitspalen
Als belangrijkste oorzaak van het ontstaan van tijdsdruk voor zorgverleners noemen zij de administratieve rompslomp die een overvloed van registraties en andere papieren tijgers met zich meebrengen. Controles die vaak niet ingezet worden om te verbeteren, slechts om te registreren en verantwoorden. Voor dit verhaal verwijs ik graag naar het uitstekende blog dat Bart Timmers schreef na onze ontmoeting, geïnspireerd door de metafoor die Malmberg tijdens het gesprek gebruikt: Flitspalen in de zorg.

We breken op na een gesprek van twee uur. Taubert gaat met zijn dochter winkelen, Timmers gaat een doodzieke vriend in Keulen opzoeken. Malmberg is zo lief om bekkenbodemfysiotherapeut Linda Ernste, met wie ik aansluitend nog een afspraak heb en waarmee hij ook nauw samenwerkt, te bellen om te vertellen dat ik eraan kom. Op Twitter roept @MRvanBalken dat een ‘Gelderse Compassion for Care driehoek’ ontstaat met @Rijnstate @SlingelandZiekenhuis en @UMCN. Ik voel me trots op mijn streek die bekend staat om het warme nabuurschap, maar hoop en weet dat de rest van Nederland niet achter zal blijven.

©2012 Harriët Messing

Advertenties
 

Betere zorg, lagere kosten door aanpak hotspots 3 augustus 2011

Al eerder blogde ik over Dr. Camden in mijn blog Gerichte aandacht nodig voor ‘grootverbruikers’ zorg. Het nieuwsprogramma PBS Frontline maakte met Atul Gawande een rapportage van 13 minuten over het werk van Dr. Camden om de medische hotspots in zijn stad aan te pakken. Het gaat om de allerarmsten in de stad die vaak ziek worden van hun slechte behuizing, voeding en levensomstandigheden. Zij veroorzaken enorm hoge zorgkosten die flink teruggebracht kunnen worden met gerichte aandacht. Ik ben ervan overtuigd dat hier in Nederland met echte investeringen in de versterking van de eerste lijn in de wijk ook nog veel kunnen halen!



Ook in Nederland is inmiddels onderzoek gedaan waarin de ‘Effectiviteit van interventies die gericht zijn op veelgebruikers van spoedeisende hulpafdelingen‘ is bekeken. En wat blijkt: casemanagement is effectief.

© 2011 Harriët Messing

 

Gerichte aandacht nodig voor ‘grootverbruikers’ zorg 10 februari 2011

Meer middelen en geld inzetten voor patiënten die het meest gebruik maken van zorg verlaagt zorgkosten. Het lijkt bijna een paradox. Maar het is niet een nieuw inzicht. Al eerder werd met behulp van data-analyse succes geboekt met misdaadbestrijding door politie-inzet te concentreren op ‘hotspots’. Data-analyse wordt nu ook succesvol ingezet voor preventie van onnodige kosten bij de grootverbruikers in de zorg.

Dr. Jeffrey Brenner

Dokter Jeffrey Brenner uit Camden, USA wilde het failliet van de gezondheidszorg in zijn stad voorkomen. In zijn vrije tijd ging hij data in kaart brengen over het zorggebruik in zijn stad. Zijn ervaring was dat de mensen met het hoogste zorggebruik, de mensen waren die de slechtste medische zorg krijgen. Hij bedacht dat als hij de mensen kon lokaliseren en helpen die het meeste gebruik maakten van gezondheidszorg, hij ook de kosten kon beïnvloeden. Hij vond dat slechts één procent van de zorggebruikers dertig procent van de totale zorgkosten in Camden veroorzaakten.

“Bezoeken aan de spoedeisende hulp en ziekenhuisopnames moeten worden beschouwd als tekenen van slechte gezondheidszorg tot het tegendeel is bewezen”, vindt Brenner. Uiteraard paste zijn visie helemaal niet in de manier waarop zorgverleners en zorgverzekeraars te werk gaan. Maar met wat geld uit charitatieve fondsen kon hij toch met enkele mensen aan de slag om de intensieve gebruikers van zorg te gaan helpen. En met succes.

“Werken met ‘grootverbruikers’ gaat over het opbouwen van een relatie met mensen in crisis”, vertelt hij. “Bij de helft lukt ons dat, bij de andere helft niet.” Brenner en zijn team kijken naar de hele patiënt. Zijn woonomstandigheden, sociale vangnet, psychosociale ontwikkeling, medische toestand, noem maar op. Ze werken er soms maandenlang aan om betere woonruimte te regelen of om iemand weer sociaal te activeren. Met als doel dat deze mensen worden geholpen beter voor hun gezondheid te zorgen. Whatever Works! Wie hij kan helpen, maakt daarna inderdaad veel minder intensief gebruik van de gezondheidszorg.

Nathan Gunn MD

Faalpatronen

Data-analyse van medische data werpt licht op patronen van waar het systeem faalt. Nathan Gunn is een internist die bij Verisk werkt. Hij is daar hoofd research en analyseert voor hun klanten – werkgevers en verzekeraars – geanonimiseerde medische data van hun verzekerden. Hij noemt als voorbeeld een bedrijf dat het eigen risico van de werknemers had verhoogd om zorgkosten in de hand te houden. Toch bleken de kosten te blijven stijgen. Gunn vond dat dit werd veroorzaakt door vroeg-gepensioneerden met chronische aandoeningen. Die gingen door het hoge eigen risico veel te laat naar de dokter, met alle gevolgen van dien. Dat had voorkomen kunnen worden door op die groep een ander beleid los te laten: geen eigen risico en intensieve begeleiding.

Weerbarstig systeem

Verisk meldt dat de meeste klanten de kostenstijging wel enigszins kunnen afremmen. Maar weinigen hebben de zorgkosten zien afnemen. En het is niet gezegd dat de verbeteringen vast kunnen worden gehouden. Gunn, hoezeer zijn blik als relatief buitenstaander ook verhelderend is, werkt niet voor een bedrijf dat het gezondheidszorgsysteem kan veranderen. Hij helpt zijn klanten alleen aan de knoppen te draaien die het bestaande systeem een beetje kunnen beïnvloeden. Brenner werkt van binnenuit aan een nieuw systeem. Maar hij is niet de baas van het gezondheidszorgsysteem. Hij moest zelfs zijn eigen artsenpraktijk opgeven om zijn werk met grootverbruikers voort te kunnen zetten. Hij is een buitenstaander aan de binnenkant. Dus je kunt je afvragen of ‘medisch hotspotten’ op een manier ingezet kan worden die grote populaties helpt. Dat blijkt te kunnen.

Chronische ziekten

Sturen op zorguitkomst werkt

Medicare boekt succes door ziekenhuizen te belonen voor het succesvol terugdringen van zorgkosten van de duurste chronische patiënten. Ziekenhuizen krijgen extra geld voor zorg aan deze patiënten en mogen vervolgens een deel van de besparingen zelf houden als ze ten minste vijf procent besparen.

Een vakbond van casinomedewerkers en een ziekenhuis in Atlantic City openden samen een speciale kliniek voor mensen met chronische aandoeningen en hoge zorgkosten. Eerstelijnszorg wordt hier volledig opnieuw uitgevonden. Ook hier laten aanzienlijke kostenbesparingen zien dat ‘hotspotten’ werkt. Patiënten hebben ongelimiteerde toegang to de kliniek. De artsen krijgen een flat fee per patiënt in plaats van betaling per verrichting. Dat scheelt namelijk gigantisch in factureringskosten.

De kliniek is opgezet rondom de zaken die zieke patiënten het meest nodig hebben en het meest waarderen in plaats van wat het meeste geld oplevert. Er is een afsprakensysteem dat ervoor zorgt dat acute patiënten dezelfde dag nog terecht kunnen. Er is een elektronisch informatie systeem dat bijhoudt of patiënten hun gezondheidsdoelen halen. Medewerkers helpen patiënten het nummer van de kliniek in hun telefoons te programmeren om onnodig gebruik van 911 te voorkomen.

Ja in plaats van nee

Medewerkers in deze kliniek zijn speciaal aangesteld om patiënten te helpen hun doelen te bereiken. Eén nurse practitioner is er bijvoorbeeld voor verantwoordelijke elke roker te motiveren te stoppen. En de staf is vaak niet niet eens uit de medische hoek afkomstig, omdat mensen daar hebben geleerd ‘nee’ te zeggen in plaats van ‘ja’. Medewerkers worden op houding geselecteerd en op vaardigheden getraind. De helft van de oorspronkelijke medewerkers, inclusief een arts, is ontslagen omdat ze niet begrepen wat serviceverlening aan patiënten inhoudt.

Focus op eerstelijn werkt

Twintig jaar geleden had Denemarken meer dan 150 ziekenhuizen voor vijf miljoen burgers. Het land versterkte de kwaliteit en beschikbaarheid van poliklinische eerstelijns zorg. Het betaalde artsen bijvoorbeeld voor het invoeren van e-mailconsulten, consulten na openingstijd en verpleegkundige managers voor complexe zorg. Nu zijn er nog maar 71 ziekenhuizen en over vijf jaar zullen er minder dan veertig nodig zijn. De Nederlandse overheid wil ook die kant op. Een slim ziekenhuis zorg ervoor dat het deze shake-out overleeft door nu al in te spelen op deze ontwikkelingen.

Systeemwijziging nodig
Elk land ter wereld strijdt tegen stijgende zorgkosten. Geen enkel land heeft tot nu toe kostenverlaging gerealiseerd door de gezondheidszorg te verbeteren. Ze hebben vooral een minder sterke stijging bewerkstelligd door te besparen en rantsoeneren. De heersende idee is: je kunt niet alles hebben. Wil je hogere lonen, lagere belastingen en minder schulden, moet je in de kosten voor gezondheidszorg snijden. De voorbeelden hierboven tonen, weliswaar nog op kleine schaal, aan dat met een systeemwijziging je misschien wel alles kunt hebben, inclusief goede gezondheidszorg voor iedereen. De Brenners van Nederland, zoals het al eerder beschreven Buurtzorg, laten hier al zien dat slimmere systemen kosten besparen. En dat is waarschijnlijk waar de echte revoluties gaan plaatsvinden: buitenstaanders die het slimmer, beter en goedkoper gaan doen dan de gevestigde orde. Laten de overheid en verzekeraars deze revoluties vooral van harte gaan steunen.

Dit artikel is een ‘verkorte vertaling en adaptatie’ van het artikel ‘The hot spotters’ van Atul Gawande in The New Yorker, 24 januari 2011. Lees het oorspronkelijke artikel hier.

© 2011 Harriët Messing

 

De bril en de baby 8 november 2010

De discussie over de hoge babysterfte in Nederland is weer actueel door het onderzoek van het UMC Utrecht. Die discussie woedt al jaren en wat opvalt, is dat er vooral in tegenstellingen wordt gedacht en gediscussieerd. Dat kan te maken hebben met de bril waarmee verloskundigen en gynaecologen naar bevallingen kijken. De verloskundige gaat uit van een normale uitkomst en dus zo min mogelijk ingrijpen (bijna letterlijk een roze bril). De gynaecoloog gaat uit van de mogelijkheid van complicaties en zou dus sneller ingrijpen. Opvallend is echter dat gynaecologen vaak ook langer wachten met ingrijpen als een bevalling als laagrisico is ingeschaald. De crux ligt mijns inziens dan ook in eerste instantie daar: de kwaliteit van de prenatale risicoscreening. Die bepaalt vooral met welke bril beide professionals tijdens een bevalling kijken en handelen. Samenwerking over de hele linie kan beide brillen combineren en zal – samen met andere aanpassingen als 24-uurszorg in ziekenhuizen  –  tot betere uitkomsten leiden.

Samenwerken in bevallingszorg cruciaal

De natuurlijke (thuis)bevalling is in Nederland uitgegroeid tot een dogma van bijna religieuze proporties. En als er sprake is van dogma’s is een discussie die is gebaseerd op feiten onmogelijk. Dat geldt binnen de beroepsgroep verloskundigen en binnen hun doelgroep. Als je iets anders durft te willen dan thuis bevallen, valt iedereen over je heen. Ik kan me nog goed een gezellig etentje met vriendinnen herinneren. Eén van hen kondigde aan voor een ziekenhuisbevalling met ruggenprik te hebben gekozen. Vervolgens werd haar urenlang de maat genomen door de andere dames. Wist ze dan niet dat pijn een functie had. Wist ze dan niet dat de stress van bevallen in een ziekenhuis nadelig was voor de baby. Dat er veel meer complicaties waren bij bevallingen in een ziekenhuis dan als je thuis bevalt. Ik luisterde met stijgende verbazing toe. Toen ik vroeg of ze het niet geweldig vonden dat elke vrouw in Nederland uit al die mogelijkheden mocht kiezen wat het beste bij haar past, kreeg ik zelf de volle laag.

Natuurlijke bevalling uitzondering

Al jaren is bekend dat in Nederland de babysterfte hoger ligt dan in ons omringende landen. Heel veel oorzaken zijn er al voor aangewezen. Vorige week nog kwam er weer een onderzoek langs van het UMC Utrecht. De cijfers daarvan wijzen op de hogere risico’s bij bevallingen die worden begeleid door verloskundigen thuis of in het ziekenhuis. De onderzoekers zeggen er duidelijk bij dat het op zich niet ligt aan de begeleiding van de bevalling door de verloskundigen. Het gaat al in een eerder stadium mis, namelijk bij de prenatale screening. Die wordt nu door verloskundigen gedaan. Echter 50 procent van de vrouwen die door hen als laagrisico wordt aangemerkt, blijkt alsnog in het ziekenhuis terecht te komen tijdens de bevalling. Uiteindelijk blijkt slechts een minderheid van de Nederlandse vrouwen veilig thuis te bevallen. De meerderheid komt vroeg of laat in het ziekenhuis terecht. Toch is dit nauwelijks bekend bij zwangeren. De voorlichting over keuzemogelijkheden en risico’s – vooral nu we in Nederland steeds op latere leeftijd kinderen krijgen – is niet op feiten gebaseerd. Vrouwen laten zich toch vooral leiden door de blijde boodschap van de natuurlijke bevalling als ideaal voor de ‘goede moeder’.

Argwaan in plaats van samenwerking

De reactie vanuit de verloskundige hoek was ook op dit onderzoek weer als vanouds. Ontkenning, geruststellende woorden voor zwangeren en de onderzoekers beschuldigen van een verborgen agenda. Terwijl de onderzoekers vooral stellen dat samenwerking tussen verloskundigen en gynaecologen en voorkomen van overdrachtsmomenten de oplossing is. Maar de angst voor verlies van autonomie (lees zelfstandige praktijkvoering) lijkt bij de KNOV te overheersen. Ik vind dergelijk denken verbazingwekkend en onprofessioneel. Het staat een oplossing voor het eigenlijke probleem in de weg. Het gezamenlijke doel in de bevallingszorg moet immers preventie van onnodige babysterfte zijn? Maar hoe kun je samenwerken met iemand bij wie je een verborgen agenda vermoedt? Zo zet je de discussie klem.

Teamfunctioneren centraal

Inmiddels is ook bekend dat als beide partijen wel samenwerken, dus eigenlijk met beide brillen samen wordt gekeken, bevallingen veiliger verlopen. Er zijn voorbeelden genoeg. Bijvoorbeeld in België waar verloskundige en gynaecoloog een zwangere vrouw afwisselend zien tijdens de zwangerschap. Daardoor is de prenatale screening daar veel beter en worden risico’s in een vroeger stadium herkend. In Nederland wijst onderzoek uit dat bevallen in een geboortecentrum veiliger is. Daar werken verloskundigen en gynaecologen al wel tot volle tevredenheid samen. Dat goed teamfunctioneren (samenwerking en communicatie) van invloed is op kwaliteit en veiligheid van een geboden dienst is vanuit de managementliteratuur genoegzaam bekend. Het wordt tijd dat dit ook centraal komt te staan in de Nederlandse bevallingszorg en dat de ingenomen stellingen eindelijk worden verlaten. Dat lukt echter alleen als je de toegevoegde waarde van elkaars bril kunt en wilt zien.

© 2010 Harriët Messing

 

CZ, en nu de echte discussie 18 oktober 2010

Afgelopen vrijdag heeft CZ de veelbesproken ‘zwarte lijst’ gepubliceerd. Alle onhandigheid, onzorgvuldigheid en ‘hidden agenda’s’ ten spijt, één ding heeft het wel opgeleverd. We hebben het nu eindelijk eens over de kern van de zaak: wat is kwaliteit en hoe maak je dat transparant.En hoe ga je vervolgens om met spreiding en concentratie.

Voorheen was deze discussie nog een zaak van een clubje mensen in een voor de burger onzichtbaar project ‘Zichtbare Zorg‘. Nu hebben we het er allemaal over. De gemiddelde gezonde Nederlander denkt immers helemaal niet na over dit soort zaken. Dat gebeurt hoogstens pas als hij ziek wordt en een behandeling nodig heeft. Ziekenhuizen en specialisten zijn wakker geschud: meer haast maken met transparantie en kwaliteitscriteria. Anders gaan verzekeraars met de botte bijl aan de gang. Want dat het allemaal beter ingericht moet worden (herschikking, concentratie, substitutie) en dat het allemaal goedkoper moet om het betaalbaar te houden, daar ontkomen we niet aan. Maar laten we de discussie dan wel voeren zonder valse beschuldigingen over slechte kwaliteit en zonder onnodige onrust voor patiënten. Patiëntenverenigingen moeten bij de les zijn en een veel sterkere stem laten horen om dat laatste mede te waarborgen. En laten de Nederlandse verzekeraars alsjeblieft één lijn trekken. Anders zitten we straks met allemaal verschillende lijstjes van verschillende verzekeraars. Daar is dan niets transparants meer aan voor de patiënt.

Ik heb al twee artikelen gewijd aan de communicatieve missers van CZ en de rol van de patiëntenverenigingen. Hieronder nog even het overzicht van de discussie sinds 27 september jl. toen CZ het nieuws wereldkundig maakte.  Trek uw eigen conclusies, vorm uw eigen mening. Ik hoor hem graag. (more…)

 

Zorgregeerakkoord: wat vindt de huisarts 4 oktober 2010

De nieuwe coalitie zet de komende jaren zwaar in op kwalitatief hoogstaande, toegankelijke en betaalbare zorg. Deze moet zo dicht mogelijk bij de patiënt worden georganiseerd. Het gaat dan om huisartsenzorg, wijkverpleegkundigen, thuiszorg, apothekers en fysiotherapeuten, om regionale ziekenhuizen die basiszorg leveren en om andere zorgverleners. Deze werken straks allemaal samen in een netwerk van zorg in de wijk of in het dorp. Door taakherschikking kunnen alle zorgverleners zelfstandig die taken uitvoeren waar zij het beste in zijn. Ik sprak over deze plannen en de consequenties voor de huisartsenpraktijk met bevriend huisarts Rik Kaarsgaren uit Utrecht.

 

Huisarts Rik Kaarsgaren

 

“We komen er in Nederland niet onderuit om de totale zorgketen anders in te gaan richten”, zegt Kaarsgaren. ”Er komen meer mensen die zorg nodig hebben en minder mensen die deze in ziekenhuizen en andere zorginstellingen kunnen gaan verlenen. Minder handen aan het bed. Zorg die nu in ziekenhuizen wordt gegeven, maar beter door de huisarts kan worden gedaan, gaat naar de huisarts. Maximale substitutie, dat is iets waar Stichting de Vrije Huisarts al in 2006 op aandrong en waar ik volledig achter sta. Het is bijvoorbeeld heel raar dat in mijn praktijk de assistente uitstrijkjes maakt en de gynaecoloog in het ziekenhuis dit nog zelf doet. Ook zou de longarts stabiele patiënten met COPD (rokerslongen) actief moeten terugverwijzen naar de huisarts. Iedereen in de zorg moet verder gaan denken dan zijn eigen belang: welke zorg kan het beste op welke plek en door wie gegeven worden. Maar al die veranderingen moeten goed gefaciliteerd worden door een betrouwbare overheid. Het uitgangspunt van de regering mag niet ordinair bezuinigen zijn, wel visionair sturen.”

Investeren in ondersteuning

Kaarsgaren: “Als huisarts vind ik het heel belangrijk dat ik een regiefunctie heb in de zorg rond een patiënt. Iemand moet het overzicht behouden en zorgen voor continuïteit. Dat gaat nu nog wel eens mis. Laatst nog toen de anesthesist en de oncoloog, onafhankelijk van elkaar, aan de pijnbestrijding van een terminale patiënt gingen sleutelen. En ook omdat patiënten regelmatig zonder verwijzing van de huisarts naar een ziekenhuis gaan. Dat de poortwachterfunctie van de huisarts afbrokkelt is inherent aan het feit dat patiënten mondiger worden. Toch kan de huisarts wel beter dan een patiënt inschatten waar hij het beste behandeld kan worden. Dat past prima in de regiefunctie. Bij dit alles is communicatie, dossiervorming en -uitwisseling nog belangrijker. In mijn dagelijkse praktijk bel ik bijvoorbeeld regelmatig specialisten na als ik niks terug hoor na een verwijzing. Maar de coalitieplannen mogen niet leiden tot een nog grotere taakverzwaring voor huisartsen. We werken ons nu al een slag in de rondte. Er moet dan wel flink geïnvesteerd worden in allerlei ondersteunende diensten voor de eerste lijn. Zoals we nu al praktijkassistentes hebben die de controle en voorlichting doen van patiënten met diabetes, hart- en vaatziekten en longziekten.”

Huidige praktijk

“In mijn eigen praktijk hebben we al veel aandacht voor nabijheid, betrokkenheid en toegankelijkheid”, vindt Kaarsgaren. “Nabijheid door in één pand te gaan zitten met andere zorgverleners, zoals een diëtiste, verloskundige, eerstelijns psycholoog en fysiotherapeuten. Betrokkenheid door bijvoorbeeld na een week even te bellen met een patiënt die ik op de huisartsenpost heb gezien en heb doorgestuurd naar het ziekenhuis. Of door even een aantekening te maken over dingen als vakantie of grote familiegebeurtenissen en daar bij een volgende keer naar te vragen.”

Internet en innovatie

“Toegankelijkheid betekent concreet: een duidelijke website, een goed telefoonsysteem met wachtrij en een terugbelspreekuur in plaats van telefonisch spreekuur”, vervolgt hij. Maar ook een flexibele opstelling als mensen buiten gestelde tijden bellen voor een afspraak of een spoedvisite. En we kijken ook naar de mogelijkheid voor een avondspreekuur. Internet heeft heel veel goede innovaties gebracht op dit terrein. We gebruiken ZorgDomein om te kijken in welk ziekenhuis een patiënt het snelst geholpen kan worden en de verwijzing elektronisch aan het ziekenhuis door te geven. We gebruiken teledermatologie om de wachtlijsten bij de dermatoloog te vermijden. Verder kunnen patiënten online herhaalrecepten aanvragen. We zijn nu aan het kijken naar een online afsprakensysteem. Met chronische patiënten onderhoud ik een e-mailspreekuur voor korte vragen”. Kaarsgaren vindt voorlichting een belangrijke taak van de huisarts: “Ik geef veel informatie en tips ook nog op papier mee naar huis. Daarvoor gebruik ik de portal Spreekuurassistent.nl. Medicijnen voorschrijven doen we ook volledig elektronisch. Heel belangrijk om medicatiefouten te voorkomen.”

 

"Mijn praktijk staat in Wilhelminapark, een Utrechtse wijk met veel mondige, hoog opgeleide mensen met goede inkomens en interesse voor een gezonde leefstijl"

 

Preventie vergeten

“Wat ik nog mis in de plannen is een zwaardere inzet op preventie en aandacht voor leefstijl”, vindt hij. “Dat vind ik een onmisbaar onderdeel voor toekomstbestendige zorg. Het project Big Move dat onder andere hier in Utrecht Overvecht draait, vind ik daar een mooi voorbeeld van. Kinderen op een speelse manier stimuleren om te bewegen en gezond te eten. Daarmee kweek je nu al op termijn gezondere volwassenen. Preventie nu zal enorme besparingen in de toekomst opleveren. Ik zie dat ook terug in mijn eigen werk. Mijn praktijk staat in Wilhelminapark, een Utrechtse wijk met veel mondige, hoog opgeleide mensen met goede inkomens en interesse voor een gezonde leefstijl. De gemiddelde gezondheid is daar dus ook hoog. Daarnaast werk ik als justitieel geneeskundige voor de FMMU. In die hoedanigheid zie ik juist laag opgeleiden, alcoholisten, drugsverslaafden, psychiatrische patiënten en asielzoekers. Daar kijk je niet raar op van iemand die op zijn veertigste al zijn eerste hartaanval heeft. Maar nu zwaar inzetten op preventie kost ook nu geld. Daarom hebben kabinetten dit ook al jaren niet in hun plannen staan. Het zou van visie getuigen als deze coalitie dit instrument alsnog in haar beleid gaat opnemen.”

NB. Vrijdag en vandaag verschenen ook de reacties van LHV, NHG, KNMG , NVZ , KNMP, ActiZ, Zorgverzekeraars Nederland en GGD op de zorgparagraaf van het concept regeerakkoord.

© 2010 Harriët Messing

 

 
%d bloggers liken dit: