ZORGdotCOM

Communicatieadvies + Tekst

Mijn wens voor jou voor 2018 20 december 2017

Filed under: Klant centraal in zorg — harrietmessing @ 8:36 pm

Vriendelijkheid werkt aanstekelijk en kost niets!

Ik hoop dat je er komende jaar veel van mag ontvangen en weer weggeven.

Strooi vriendelijkheid rond als confetti!

Ik wens je een luister-rijk en compassievol 2018.

Advertenties
 

Mijn wens voor jou in 2016 20 december 2015

Filed under: Klant centraal in zorg — harrietmessing @ 12:18 pm

Aristoteles

Ik hoop dat je daar in 2016 weer een stukje dichter bij gaat komen. Ik wens je prettige feestdagen en een compassie-vol en luister-rijk 2016! – Harriët

 

 

5 tips om te zorgen dat je arts naar je luistert 16 februari 2015

Filed under: Klant centraal in zorg — harrietmessing @ 2:23 pm
Tags: ,

When doctors don't listenIn het boek When Doctors Don’t Listen (Wanneer dokters niet luisteren) vertellen de Amerikaanse SEH-artsen Leana Wen en Joshua Kosowsky wat veel patiënten regelmatig vermoeden: artsen stoppen vaak met luisteren naar het verhaal van een patiënt wanneer ze gefocust zijn op het stellen van een diagnose. Ze richten zich vaak op specifieke symptomen, wat ertoe kan leiden dat ze teveel tests uitvoeren en overbehandelen.

Een waargebeurd voorbeeld: een mevrouw van 85 komt bij de huisarts met pijn in de heupstreek. De mevrouw vertelt dat de pijn niet in de lies zit, maar meer aan de achterkant. De pijn zorgt ervoor dat ze bijna niet kan lopen. En dat het lijkt op wat ze een paar jaar gelden al eens heeft gehad, toen er een verschoven ruggenwervel de oorzaak bleek van een beknelde zenuw. Mevrouw is een half jaar ervoor geopereerd aan endeldarmkanker. Na de operatie heeft zij een colonstoma gekregen en er zijn geen uitzaaiingen gevonden, noch op scans voor de operatie, nog in de bij de operatie weggenomen lymfeknopen. Ook de bloeduitslagen bij de eerste nacontrole zeer recent waren goed.

De huisarts doet geen lichamelijk onderzoek. Hij besluit wel een foto van de heup te laten maken en bloed af te nemen vanwege ‘de mogelijkheid op uitzaaiingen’. De bloeduitslagen zijn wederom goed en op de röntgenfoto is wat slijtage te zien die normaal is voor haar leeftijd. De huisarts verwijst haar nu door naar de fysiotherapeut. Die constateert een flinke knoop in een spier aan de achterkant van haar heup, veroorzaakt door verkeerd liggen en/of lopen door het gewicht van het stomazakje. De knoop wordt in een paar sessies weggemasseerd en mevrouw krijgt oefeningen om haar houding te verbeteren. Had de huisarts beter geluisterd en lichamelijk onderzoek gedaan naar de plaats van de pijn, dan had hij zijn tests over kunnen slaan.

Kookboekgeneeskunde
Wen en Kosowsky vinden dat artsen vandaag de dag de kunst van het luisteren naar patiënten onvoldoende beheersen. Hierdoor kunnen zij de symptomen van een patiënt niet goed in een context plaatsen. Wen geeft zelf ook toe dat zij tijdens haar opleiding eerst heel erg vastzat in deze vorm van kookboekgeneeskunde, waarbij ze als het ware in haar hoofd een checklist afvinkte met symptomen, terwijl de patiënt doorpraatte. Zo dacht ze het meest efficiënt te zijn.

Verhaal patiënt is instrument
Kosowsky, vicevoorzitter en klinisch hoofd van Brigham’s spoedeisende zorgafdeling, noemt het “een fout in de manier waarop we artsen leren denken”, het resultaat van te veel vertrouwen in high-tech beeldtechnieken en bloedtesten om biomarkers te meten die er een generatie eerder niet waren. “Het gaat om de balans”, vindt hij: “Leana en ik zeggen niet dat we alle richtlijnen en protocollen eruit moeten gooien. En artsen volgen deze richtlijnen met de allerbeste intenties. Maar ze spelen nu een te grote rol. Ze zijn handig om de patiëntveiligheid te vergroten, bijvoorbeeld bij infectiepreventie of voor- en na operaties, maar niet bij het stellen van een diagnose. Daar is het verhaal van de patiënt één van je belangrijkste instrumenten.”

Hoe kan je er als patiënt zelf voor zorgen dat je arts beter naar je luistert? Dit is wat Wen en Kosowsky aanraden:

  1. Vertel een goed verhaal. Begin bij het begin en vertel in vijf minuten of korter (indien mogelijk) je verhaal chronologisch in hoofdlijnen waarbij je belangrijke onderdelen benadrukt. Je kunt je verhaal van tevoren in een paar belangrijke punten voorbereiden op papier. Gebruik geen medisch jargon dat je op TV of internet hebt opgedaan. Als de arts je probeert te onderbreken met vragen, haal adem en vraag of je eerst je verhaal af mag maken voor hij vragen stelt.
  2. Geef altijd context. Wat gebeurde er in je leven toen de symptomen begonnen? Als ze recent erger zijn geworden, wat denk je dat die verergering zou kunnen veroorzaken? Dit helpt je arts verder te kijken dan het diagnostische protocol en je meer als individu te zien.
  3. Beschrijf symptomen zo specifiek mogelijk gedurende een lichamelijk onderzoek. Als je maar op één plek pijn voelt, laat dat weten. Vertel of de pijn scherp of vaag is, contant of met tussenpozen. Artsen gebruiken meestal een pijnscore van 1 – 10, waarbij 1 voor heel milde en 10 voor martelende pijn staat. Maar dit kan misleidend zijn, want de definitie van een patiënt voor pijn van categorie 10 kan heel anders zijn dan die van de arts.
  4. Zorg dat je een differentiaaldiagnose krijgt. Artsen moeten meer dan één diagnose in hun hoofd hebben bij aanvang om ervoor te zorgen dat ze niets over het hoofd zien. Meestal zal een arts sterker denken aan één specifieke diagnose en een paar andere in zijn achterhoofd houden. Je kunt bijvoorbeeld te horen krijgen dat de arts denkt dat je migraine hebt, maar dat als de pijn gedurende de komende week niet minder wordt, je een hersenscan moet ondergaan om een tumor uit te sluiten. “Pas op als het erop lijkt dat je arts maar op het uitsluiten van één specifieke aandoening gefocust lijkt.” schrijven Wen en Kosowsky.
  5. Vraag naar de redenen voor elke medische test. Je arts moet in staat zijn uit te leggen waarnaar hij op zoek is, hoe groot de kans is dat je die diagnose hebt en of je behandeling op basis van die diagnose anders zal zijn. Elke test heeft risico’s, zelf een simpele bloedafname, vindt Wen, dus ze moeten om de juiste redenen gedaan worden.

©2015 Harriët Messing

 

Omgaan met online beoordelingen: 3 tips voor zorgverleners 9 september 2014

Online-beoordelingenEen Amerikaans hotel liet net getrouwde stellen 500 dollar boete betalen als ze en slechte review over het hotel op Yelp zetten. Toen de media er lucht van kregen, werd het hotel afgestraft met honderden slechte reviews. Intimidatie of boos worden is duidelijk niet de manier om je online beoordeling gunstig te beïnvloeden. Wat kunnen zorgverleners hier nu van leren. Wat als je op ZorgKaartNederland of ergens anders een ongunstige beoordeling hebt gekregen? Hoe kun je dan het beste reageren?

Belangrijk is dat je niet een vijandige houding aanneemt. Dreigen met juridische stappen of op welke manier dan ook gaan dreigen, is niet aan te raden. Vaak kun je de dreigementen toch niet waar maken en het zal tot negatieve PR leiden die vaak erger is dan de oorspronkelijke beoordeling. In de VS noemen ze dit het Streisand Effect.

Op dezelfde dag als het debacle met het hotel kwam dit blog uit op MedPage TodayOnline Doc Reviews: Ignore Them at Your Peril. Het vertelt het verhaal van een optometrist die reageerde op een negatieve beoordeling op Yelp. Hij gaf zijn ongezouten mening over de review. “You might be the worst Yelper on Yelp. Save all of us the headache from having to deal with you.” schreef hij aan zijn voormalige patiënt, die claimde dat hij onrechtvaardig was behandeld nadat hij zich bij de kliniek had gemeld zonder verzekeringspapieren, waardoor het consult niet doorging en hij moest betalen voor een nieuwe afspraak…

Verstandiger is het om een actieve en positieve aanpak te hanteren ten aanzien van online reviews. Patiënten willen zien ‘dat er iemand thuis geeft’. Het slechtste wat je kunt doen is een review negeren. Negatief reageren, lokt alleen maar meer negativiteit uit en kan zelf leiden tot officiële klachten. Hoe pak je het dan wel aan? Drie tips:

1. Reageer altijd. Zorg dat het gesprek offline verder gaat bij een negatieve review.  Bedank mensen altijd voor een positieve review. Soms is een review negatief. Iemand die echter de moeite neemt je feedback te geven, ook al is deze negatief, is nog steeds bij je betrokken. Dat biedt de kans de relatie alsnog te repareren. Post een vriendelijk standaard antwoord waarin je de reviewer dankt voor zijn feedback, nodig hem uit voor een persoonlijk gesprek en vraagt hem contact met je op te nemen. Ga dan telefonisch of persoonlijk in gesprek om het conflict op te lossen. Soms leidt het ertoe dat mensen hun review weghalen als de klacht naar hun tevredenheid is opgelost.

2. Pak zaken die je kunt oplossen meteen op. In sommige gevallen bieden online beoordelingen waardevolle feedback over problemen met je dienstverlening. Slechte parkeervoorzieningen, onvriendelijke receptionistes, te lange wachttijden, te weinig of slechte communicatie, een vieze wachtkamer, noem maar op. Daar kun je je voordeel mee doen! Feedback is een cadeautje…

3. Vraag al je patiënten om online beoordelingen. Tevreden patiënten willen namelijk graag wat voor je terug doen. Het zit in de menselijke natuur mensen te helpen die jou helpen. Een positieve waardering (aanbeveling) versterkt bovendien hun mening en zorg dat ze nog loyaler zijn naar de organisatie of persoon die ze aanbevelen. Er actief om vragen levert dus veel op. Wees niet kieskeurig in wie je om feedback vraagt en vraag niet expliciet om positieve beoordelingen. Onderzoek wijst internationaal uit dat de meeste online beoordelingen positief zijn. Dat is bijvoorbeeld ook het geval op ZorgKaartNederland, volgens onderzoek van de NPCF. Veel zorginstellingen gebruiken zelfs actief websites als ZorgKaartNederland om hun kwaliteit in de gaten te houden en klachten op te sporen. Zij vragen hun patiënten actief om beoordelingen. Als jij een competente zorgverlener bent, is de kans groot dat de meeste beoordelingen positief zullen zijn en dat negatieve beoordelingen eruit zullen zien als uitzonderingen.

Online beoordelingen kunnen het online imago van een zorgverlener maken en breken. Een hotel kan zijn naam veranderen en opnieuw beginnen. Een zorgverlener heeft die luxe helaas niet.

©2014 Harriët Messing

Dit artikel is eerder verschenen op DigitaleZorgGids.

 

Na angst voor internet en sociale media is er nu de selfie-angst 14 juli 2014

selfieIn de oprukkende digitalisering van de maatschappij hebben sommige ziekenhuizen weer iets ontdekt om te verbieden of reguleren: de selfie. “Wij kunnen niet controleren of onze patiënten bij het maken van een selfie per ongeluk privacygevoelige zaken op de foto zetten”, zegt Marjan Smit van het Brabantse Amphia Ziekenhuis, waar het verbod sinds kort van kracht is. Controleren. Juist ja. Want het zal in 0,? procent van de gevalleen eens mis gaan, dus dan maar helemaal verbieden. Dat kan toch anders? Inderdaad!

Het Albert Schweitzer Ziekenhuis kwam met dit bericht: “De selfie is niet meer weg te denken: zelfs Obama maakt ze. RTL-nieuwslezer Antoin Peeters nam deze selfie in het Albert Schweitzer Ziekenhuis. De meeste selfies vanuit ziekenhuizen laten positieve beelden over de zorg zien. Toch hebben enkele ziekenhuizen in Nederland en België een ‘selfie’-verbod ingesteld. Maar in veel ziekenhuizen is dit gelukkig geen probleem. Zolang eenieders privacy en het veilig en ongestoord werken van zorgprofessionals maar gewaarborgd zijn. Samen komen we er wel uit.” En vraagt vervolgens om rekening te houden met slechts twee dingen: het onderzoek niet hinderen en niemand in beeld brengen die dat niet wil. Simpel. Verfrissend!

Sociale Media
Twee, drie  jaar geleden waren ziekenhuizen nog niet overtuigd van sociale media in hun ziekenhuis. Ziekenhuisservers blokkeerden in veel gevallen gewoon keihard de websites van de sociale media. Communicatie-afdelingen moesten hele verhandelingen schrijven over het belang ervan om ziekenhuisdirecties te overtuigen. Menig ziekenhuis stelde een gedragscode op voor het personeel. Zelden ging er iets mis. Veel werk voor weinig risico. Nu is er geen zichzelf respecterend ziekenhuis meer dat niet op Facebook, Twitter of Youtube zit.

Geschiedenis blijft zich herhalen
Voor de sociale media was internet het ziekenhuis binnenhalen eenzelfde verhaal. De angst regeert blijkbaar vaker voor nieuwe ontwikkelingen dan dat kansen worden gezien en het experiment wordt aangegaan. En altijd is de reden voor die angst: privacy. Tegelijkertijd gaan ziekenhuizen niet altijd even netjes om met de (al dan niet) digitale dossiers van hun patiënten en is privacy en databeveiliging de sluitpost op de begroting.

Gratis reclame
Beste ziekenhuisbestuurders, de mobiele telefoon komt echt gewoon uw ziekenhuis binnen. Uw medewerkers en uw klanten hebben er één. In plaats van censuur op te leggen, kunt u ook de kans aangrijpen om mensen te vragen hun selfie op uw Facebook-pagina te plaatsen. Maak er een campagne van: de patiënt en zijn favoriete zorgverlener. Gratis reclame voor uw ziekenhuis!

©2014 Harriët Messing

Dit blog verscheen eerder op DigitaleZorgGids.

 

Komen de wijzen uit het Oosten? 14 januari 2013

Vanuit mijn vrijwilligerswerk voor Compassion for Care ben ik al een tijdje aan het kijken naar elementen die vernieuwing, transparantie en de menselijke maat in zorgorganisaties in de weg staan. Langzamerhand ben ik ervan overtuigd geraakt dat het top-down besturingsmodel dat in de meeste organisaties nog aanwezig is er daar één van is. Tijdens het symposium Beeldzorg in Beeld van Sensire (Achterhoek) zag ik het bewijs hiervoor. Daar staat de (staf)organisatie weer in dienst van het primaire proces (medewerkers en klanten). En daar is in minder dan een jaar tijd beeldzorg ingevoerd en zijn al 700 klanten en hun mantelzorgers aangesloten. En waarom? De innovatie is van de medewerkers en klanten, niet van het management, de ICT-afdeling of de externe consultant. Goede en snelle implementatie van eHealth vereist veranderingen in organisatiemodellen. Rijnlandse principes passen daar erg goed bij.

beelschermzorg-verlenen-vanuit-het-wijkgebouwWat is daar voor nodig?
Wat betekent het als je jouw organisatie dienend maakt aan het primaire proces? Bij Sensire betekende dat werken met zelfstandige wijkteams van verpleegkundigen, 60 managers eruit (er zijn er nog maar drie over) of in een andere functie en daarvoor in de plaats 80 wijkverpleegkundigen erbij. Dat is nogal wat! Maar het levert ook heel veel op. Dit is het model dat Buurtzorg, dat vanuit Almelo heel Nederland heeft veroverd, al jaren spectaculaire groeicijfers, enorm tevreden medewerkers en zeer tevreden klanten oplevert. Buurtzorg kon echter vanuit niets beginnen en een compleet nieuwe organisatie neerzetten. Sensire heeft een bestaande organisatie flink moeten omvormen. Bestuurder Maarten van Rixtel zei letterlijk dat beeldzorg nooit zo snel zo ver had kunnen komen zonder deze organisatorische aanpassing.

Implementatietijd één jaar!
Waar vele organisaties in de val trappen van moeilijke technologie bedenken en uitrollen, heeft Sensire het anders aangepakt. Ze werken met eenvoudige, bestaande consumentenelektronica, de ideale ouderencomputer iPad, met zoveel mogelijk bestaande internetverbindingen en de web-app PAL4 van Focus Cura. Die maakt gebruik van FaceTime of Skype als het kan en van het beveiligde FaceTalk als het moet. Door FaceTalk is het bovendien mogelijk om bij de klant thuis te overleggen met huisartsen, specialisten en andere zorgverleners. Een centrale, bemand met wijkverpleegkundigen, is 24/7 beschikbaar om ook ’s nachts en in het weekend dringende vragen van klanten via een beeldverbinding te beantwoorden en eventueel actie te ondernemen. Achterhoek Connect zorgt er daarnaast voor dat de buurtslager jouw vlees thuis komt brengen en de bibliotheek jouw boeken als je met je been in het gips op de bank zit of anderszins minder mobiel bent.

Sensire heeft de punt aan de horizon inmiddels al weer veel verder gelegd. GGZ, welzijn en gemeentes (WMO) moeten er straks ook op. Zelf zou ik dan bijvoorbeeld ook UWV’s en Arbodiensten toevoegen. Dan heb je werkelijk alles rondom gezondheid, welzijn en werk onder handbereik.

Innovatie is van medewerker en klant
Een kritische succesfactor voor elke innovatie is het draagvlak bij de mensen die ermee moeten werken. Omdat Sensire medewerkers en klanten in de lead heeft gezet van deze innovatie – zij beslissen wat wel en niet handig is en wat er nog meer kan en moet – is dat draagvlak enorm groot. Maakte de oude beeldverbinding via TV en een joekel van een camera de klant nog een zielenpiet, nu vinden de kleinkinderen van menige Sensire-klant hun opa of oma reuze hip met die iPad. Onderzoek door Marian Adriaansen, lector van de Hogeschool Arnhem Nijmegen laat zien hoezeer beeldzorg mensen kan empoweren. 68 procent van de klanten denkt dat hij daardoor langer thuis kan blijven wonen, 64 procent voelt zich veiliger, van 47 procent is de zelfstandigheid toegenomen, ruim 51 procent voelt zich minder eenzaam. Want de iPad wordt ook gebruikt voor Skypen met familie en vrienden en voor andere leuke internetdingen zoals online spelletjes doen met anderen en YouTube-filpjes bekijken van de band van de zoon. En wel 70 procent van de klanten zegt dat zijn leven er aangenamer van is geworden!

Wie betaalt dat?
Beeldzorg word vanuit de AWBZ voor 4 uur per maand vergoed. Per 1 januari 2013 wordt het beeldconsult ook binnen DBC’s of DOT’s vergoed. De hardware wordt betaald vanuit de pot voor de zorginfrastructuur. Dus ook hier zit niets de uitrol van beeldzorg in de weg.

Organisatiemodel is ook innovatie
Sensire wil haar kennis en ervaring met beeldzorg heel graag delen met de rest van Nederland. Want behalve tevreden medewerkers en klanten en geld in het laadje, is het een manier om de (thuis)zorg toekomstbestendig te maken. Maarten van Rixtel en Focus Cura merken echter dat het ‘not invented here’ syndroom en de organisatievorm van vele organisaties behoorlijk in de weg zitten. “Men wil eerst businessplannen en zekerheid, maar innoveren betekent dat je gewoon in het diepe moet springen en moet vertrouwen op de collectieve denkkracht van je mensen”, verzuchtte Van Rixtel tijdens het symposium. Wellicht dat Sensire (net als Buurtzorg) ook zijn organisatiemodel (ook wel het Rijnlandse model genoemd) moet gaan exporteren. Want over zorgen voor bevlogen medewerkers en blije klanten zit er veel wijsheid in het Oosten.

Meer informatie over Rijnlands of Nieuw Europees organiseren vind je hier en hier. Uiteraard zijn er ook al andere instellingen hier mee bezig, onder andere via In voor zorg!, een programma voor de langdurige zorg van het ministerie van VWS en Vilans, kenniscentrum langdurende zorg.

Meer informatie over beeldzorg van Sensire vind je  hier (klik op de pijltjes op de foto’s voor filmpjes) of download de PDF.

Dit artikel is op 7 januari 2013 verschenen op DigitaleZorgGids.

©2013 Harriët Messing

 

Bertho Nieboer: “Ik kijk naar de hele mens” 12 juli 2012

Als je als arts #durfteluisteren op je Twitter-profiel hebt staan, wil je daar iets mee zeggen. Een goede reden om eens met Bertho Nieboer (@DokterBertho) te gaan praten over echt luisteren en hoe je dat doet: “De echte hulpvraag komt soms pas aan het einde van het gesprek, als je vraagt of de patiënt alles heeft besproken wat zij van plan was.”

Bertho Nieboer, gynaecoloog UMC St Radboud

Al als kind wilde Nieboer arts worden door eigen ervaringen met de zorg. Eerst wilde hij kinderarts worden maar het kinderleed greep hem te veel aan. Uiteindelijk koos hij voor gynaecologie met als subspecialisatie goedaardige aandoeningen: “Binnen gynaecologie is het spectrum van emoties heel breed, van intens verdriet bij kwaadaardige aandoeningen of infertiliteit tot grote vreugde bij een geboorte. Ik heb bovendien bewondering voor de mentaliteit van schouders eronder die vrouwen bij ziekte vaak aan de dag weten te leggen. De combinatie van analyseren én doen vind ik leuk aan mijn specialisatie.”

#durfteluisteren
Nieboer zette vorig jaar een filmpje online waarin hij ervoor pleit dat artsen zich ook als mens moeten laten zien. Bijvoorbeeld door social media in te zetten en zo ‘hun witte jas uit te trekken’ om een gelijkwaardige vertrouwensband met patiënten op te bouwen. Nieboer: “Durf te luisteren gaat over het bekende onderzoek waarin je ziet dat artsen vaak na 18 seconden hun patiënt al in de rede vallen omdat ze denken het al te weten. In het begin van mijn opleiding heb ik op die manier een diagnose gemist. Dat heeft er enorm ingehakt en daar heb ik van geleerd.”

Vertrouwen
“Door niet goed te luisteren ben je niet meer open en mis je vaak onderdelen van het verhaal van de patiënt die van belang zijn voor diagnose en behandeling”, vervolgt Nieboer zijn verhaal. Dan weet je één onderdeel, maar blijken er later in het traject ineens nog twee andere dingen mee te spelen. Dan heb je dus niet goed aangesloten bij de echte hulpvraag. Bovendien voelt een patiënt zich zo niet gehoord en zal vaker terugkomen om toch te proberen door te dringen. Met een patiënt die zich niet volledig gehoord voelt, bouw je ook niet echt een vertrouwensband op. En zonder vertrouwen is er geen sprake van een arts-patiëntrelatie.”

Echt luisteren
Hoe doe je dat dan, echt luisteren? “Het begint met je eigen houding”, vindt Nieboer: “Ik dwing mezelf om ontspannen te gaan zitten. Want als ik op het puntje van mijn stoel zit, ben ik zelf al minder open en zal een patiënt uit mijn houding wellicht opmaken dat ik weinig tijd heb. En dat beïnvloedt dan ook haar verhaal. Ik let op hoe mensen hun verhaal vertellen. Woordgebruik en mimiek verklappen vaak of mensen het moeilijk vinden om hun echte verhaal te vertellen. Een vrouw met buikklachten die vanwege pijn bijvoorbeeld al jaren geen seks meer kan hebben. Als ik bij haar alleen focus op de pijn, mis ik de echte klacht. Verder luister ik allereerst als dokter en dan pas als gynaecoloog. Ik kijk naar de hele mens. Want anders bestaat het gevaar dat ik klachten meteen door een gynaecologische bril bekijk terwijl de oorzaak helemaal niet gynaecologisch hoef te zijn. Ik vraag aan het einde altijd of de patiënt alles heeft besproken wat ze van plan was. Soms komt dan pas de echte hulpvraag boven tafel, vooral als daar schaamte of andere negatieve emoties op zitten. En ja, mijn spreekuur loopt regelmatig een half uur uit.”

Opleiding
Wat maakt dat de ene arts goed kan luisteren en de ander niet? Nieboer haalt onderzoeken aan dat één op de tien artsen geen arts meer zou willen zijn en dat veertig procent van de artsen symptomen van burn-out vertonen. Dat is ook van invloed op hoe zij hun werk uitvoeren. “Ik denk dat je al veel vroeger in de opleidingen aan studenten vragen kunt stellen over motivatie en verwachtingen over hoe hun leven er uit zal gaan zien. Soms kiezen mensen voor een specialisatie die totaal niet past bij de wensen die zij hebben voor hun persoonlijke leven. Verder denk ik dat in de opleiding veel meer aandacht kan komen voor hoe je onder tijdsdruk toch alle relevante informatie van een patiënt naar boven krijgt.”

Menslievendheid
Het verborgen curriculum tijdens de coschappen wordt vaak genoemd als oorzaak dat studenten hun communicatievaardigheid kwijt raken. Onderzoek onder studenten in Maastricht en Groningen wees uit dat die vaardigheden hen tijdens de coschappen zelfs worden afgeleerd. Maar waarom weet de ene dokter zijn vaardigheden beter vast te houden dan de ander? Nieboer: Om het een leven lang vol te houden als arts zal je een bepaalde mate van menslievendheid moeten hebben, iets willen bijdragen. Een intrinsieke motivatie. De schaarste aan opleidingsplekken zorgt ervoor dat je hoe dan ook mee moet in het opleidingssysteem. Daar gaat het nu soms te veel over euro’s en ego’s. Maar er zijn ook maatschappen die inkomen inleveren voor meer tijd per patiënt. Je moet nu als student behoorlijk stevig in je schoenen staan om jouw ideeën over hoe je dokter wilt zijn, vast te houden. Dat betekent nu dat je jezelf kwetsbaar moet durven opstellen en vechten voor hoe jij denkt dat het moet. Of dat je jouw idealen tijdelijk parkeert totdat je het zelf voor het zeggen krijgt. Ook hiervoor is het goed dat studenten veel vroeger in hun opleiding iets gaan doen aan persoonlijk leiderschap: wat voor een arts wil ik straks zijn. En er kan natuurlijk ook iets aan de opleiderskant en het systeem veranderd worden.”

Andere prikkels
Tot slot, heeft Nieboer in dit interview alles kunnen zeggen wat hij wilde? Nieboer: “Echt luisteren is te leren, maar alleen als je er de voordelen van kunt zien. Ik denk dat er daarom andere prikkels nodig zijn voor artsen. In de opleidingen zou de zeer leerzame feedback van patiënten een prominentere plek kunnen krijgen. En het ziekenhuis zou artsen niet slechts op omzet kunnen beoordelen, maar bijvoorbeeld ook op de beoordelingen op Zorgkaart Nederland. Dan wordt er misschien ook ruimte geschapen om soms wel langer de tijd te nemen als dat nodig is.”

©2012 Harriët Messing

 

 
%d bloggers liken dit: