ZORGdotCOM

Communicatieadvies + Tekst

Stoptober: digitale steun in de rug voor stoppen met roken 26 september 2014

StoptoberStoptober is een landelijk initiatief om zoveel mogelijk Nederlanders – in ieder geval voor een bepaalde tijd – te laten stoppen met roken. Boegbeeld van de campagne is Gijs Staverman, die een paar maanden geleden, met hulp van zijn luisteraars, succesvol stopte met roken. Stoptober helpt samen met aangesloten experts vanaf 1 oktober deelnemers door middel van een gratis app (iOS | Android) en sociale steun via Twitter en Facebook tenminste 28 dagen te stoppen. Je kunt je nu al op de website aanmelden.

Waarom stoppen
Stoppen met roken heeft altijd zin, ook al is het voor kortere tijd. Stoppen heeft al na 24 uur effect. Dan is alle koolmonoxide uit je lichaam en beginnen je longen aan de grote schoonmaak. Na 48 uur is alle nicotine uit je lijf. Natuurlijk zijn er ook nog andere redenen, zoals geld besparen, een betere conditie krijgen, van je irritante kuchje afkomen, een frisse mond hebben als je je partner kust en nooit meer buiten kleumen voor je nicotineshot. Ook voor je omgeving is het fijn dat je stopt. Zij roken niet langer mee of hebben last van de rooklucht die je met je meedraagt. Maar je stop natuurlijk in de eerste plaats voor jezelf: bijvoorbeeld omdat je goed voor jezelf en je gezondheid wilt zorgen.

Doorgaan na Stoptober
Misschien bevalt het je zó goed, dat je blijvend wilt stoppen. Mocht je daar na Stoptober begeleiding bij willen, kijk dan bij ‘experts‘ om te zien welke stopbegeleiders er bij jou in de buurt zijn die met een bewezen effectieve methode werken. Er zijn verschillende aanpakken, bijvoorbeeld met groepstraining in combinatie met telefonische coaching. Maar het kan ook via een programma op afstand zoals via Ksyos.

Hulp bij stoppen vergoed
Begeleiding bij stoppen met roken wordt vergoed. Als je begeleiding volgt en medicijnen wilt gebruiken die het stoppen wat gemakkelijker maken, dan worden deze vergoed. Als je alleen medicijnen wilt gebruiken, dan worden deze niet vergoed. Niet alle zorgverzekeringen vergoeden hetzelfde. Hier vind je wat de verschillende zorgverzekeraars vergoeden in 2014. Deze informatie wordt regelmatig vernieuwd. Toch is het verstandig om bij je zorgverzekeraar na te vragen wat precies wordt vergoed, zodat je niet voor nare verrassingen komt te staan!

Veel succes met stoppen. Ik kan het je als ex-roker aanraden!

©2014 Harriët Messing

Dit artikel is eerder verschenen op DigitaleZorgGids.

Advertenties
 

Betere zorg, lagere kosten door aanpak hotspots 3 augustus 2011

Al eerder blogde ik over Dr. Camden in mijn blog Gerichte aandacht nodig voor ‘grootverbruikers’ zorg. Het nieuwsprogramma PBS Frontline maakte met Atul Gawande een rapportage van 13 minuten over het werk van Dr. Camden om de medische hotspots in zijn stad aan te pakken. Het gaat om de allerarmsten in de stad die vaak ziek worden van hun slechte behuizing, voeding en levensomstandigheden. Zij veroorzaken enorm hoge zorgkosten die flink teruggebracht kunnen worden met gerichte aandacht. Ik ben ervan overtuigd dat hier in Nederland met echte investeringen in de versterking van de eerste lijn in de wijk ook nog veel kunnen halen!



Ook in Nederland is inmiddels onderzoek gedaan waarin de ‘Effectiviteit van interventies die gericht zijn op veelgebruikers van spoedeisende hulpafdelingen‘ is bekeken. En wat blijkt: casemanagement is effectief.

© 2011 Harriët Messing

 

Patiëntgericht communiceren kost niks, brengt veel 5 juni 2011

“Daar heb ik geen tijd voor, hoor, met maar tien minuten per patiënt.” Dit is de reactie die ik vaak terugkrijg als ik met zorgverleners in het kader van Compassion for Care praat over het tonen van compassie, een onderdeel van patiëntgericht communiceren. Nederlandse huisartsen zijn sinds 1986 bijvoorbeeld veel zakelijker gaan communiceren met hun patiënten. Onderzoek toont echter aan dat het tijdsargument niet klopt. Patiëntgerichte communicatie kan in het hele traject inclusief vervolgconsulten zelfs tijd opleveren.

Patiëntgericht communiceren is communiceren via een model waarin de ziektegerichte benadering (biomedisch artsperspectief) en de klachtgerichte benadering (ervaringsgericht patiëntperspectief) zijn geïntegreerd. Het biedt de patiënt ruimte om te vertellen hoe hij zijn ziekte ervaart en hoe hij ermee omgaat. Zijn gedachten, gevoelens, ideeën, zorgen, verwachtingen en eerdere ervaringen. En ook de beschikbare mantelzorg en de gedachten, gevoelens, ideeën, zorgen en verwachtingen van die mantelzorgers. Alles is belangrijk bij de diagnose en bepaling van de vervolgstappen.

Jozien Bensing

Huisarts zakelijker

Onderzoek van Jozien Bensing et al. (2008) toont aan dat huisartsen zich in 2002 veel zakelijker zijn gaan opstellen ten opzichte van 1986. Ze geven weliswaar meer informatie, hiertoe verplicht door de WGBO, maar stellen veel minder (psychosociale) vragen. Hun communicatiestijl is meer biomedisch en taakgericht geworden. Bensing et al. noemen als een van de  mogelijke oorzaken hiervoor de opkomst van protocollaire en evidence-based geneeskunde. Ook wijzen zij op de opkomst van de computer in de spreekkamer die mogelijk een remmend effect op de dialoog kan hebben. Vooral als de arts tijdens het gesprek meteen aantekeningen maakt in de computer. Mogelijk in reactie op het zakelijker gedrag van artsen zijn patiënten minder gaan praten, minder vragen gaan stellen en minder zorgen gaan uiten. Dit onderzoek zal vast niet anders uitpakken als het wordt uitgevoerd onder voor medisch specialisten en andere zorgverleners.

Investering: 0,7 minuut!

In 1985 bekeek Stewart 133 gesprekken van huisartsen. Zij vergeleek de patiëntgerichtheid van de gesprekken met de duur ervan. Bij een lage patiëntgerichtheid duurden de gesprekken gemiddeld 7,8 minuten. Bij gemiddelde patiëntgerichtheid duurden ze 10,9 minuten en bij hoge patiëntgerichtheid 8,5 minuten. Haar conclusie was dat artsen waarschijnlijk meer tijd nodig hebben als ze nog in de trainingsfase zitten om patiëntgericht te gaan communiceren. Als ze het eenmaal kunnen, zijn ze nauwelijks extra tijd kwijt, namelijk slechts 0,7 minuut.

Levinson et al. (2000) toonden aan dat consulten bij de huisarts of bij de chirurg langer duurden als zij de emotionele signalen van de patiënt niet opmerkten. Deden ze dit wel en reageerden ze daar ook op, dan duurde het gesprek korter.

Abdel-Tawab en Roter (2002) vonden eveneens dat gesprekken met een meer patiëntgerichte benadering ongeveer een minuut langer duurden dan artsgerichte consulten. Maar ze leverden wel een grotere patiënttevredenheid en therapietrouw op.

Tijdswinst lange termijn

De kans is groot dat als in deze onderzoeken vervolgconsulten meegenomen zouden zijn, de tijdswinst heel wel in de serie consulten zou zijn gevonden. Wanneer een patiënt tijdens het eerste consult voldoende de gelegenheid krijgt zijn emoties te uiten, leidt dit zeer waarschijnlijk tot minder misverstanden, een betere diagnose, minder doorverwijzingen en minder vervolgconsulten. En dat leidt weer tot grotere patiënttevredenheid en therapietrouw. De hobbel om patiëntgericht te gaan communiceren lijkt dus meer te zitten in de perceptie van de tijdsdruk dan in de werkelijkheid. Tegelijkertijd maakt de verzakelijking in de zorg het hard nodig om zorgbreed de stap naar deze vorm van communicatie te gaan zetten.

NB. Als bron voor dit blog heb ik het zeer praktische en volledige boek van psychiater Remke van Staveren gebruikt: Patiëntgericht communiceren, Gids voor de medische praktijk, De Tijdstroom 2010. Een aanrader voor studenten en praktiserende zorgverleners. In dit boek vind je ook de literatuurverwijzingen naar de in dit artikel aangehaalde onderzoeken.

Dit blog is ook gepubliceerd op ZorgkaartNederland.nl.

©2011 Harriët Messing

 

Get to work on patient empowerment 2 maart 2011

The development towards empowered patients is the way to go. Studies show that patient engagement pays off in terms of quality of outcome, client satisfaction and costs. An example of this is this AARP study that showed lower readmission rates for chronic patients (USA). A recent Dutch study at UMC St Radboud shows that shared decision making can lower costs in IVF treatment. But a lot has to happen before the benefits of engagement can be enjoyed. How can doctors and patients each work towards empowerment?

Let’s start with some pointers for doctors.

Share your knowledge

1. Share your knowledge

The winner of the ZIP-talks for TEDxMaastricht 2011 says in his video: “Good information is also medication.” By sharing knowledge, trusting the patient’s capabilities of understanding difficult information, the doctor can create a level playing field. Patients can deal with ambiguities and probabilities of medical treatments. Ambiguity and uncertainties are part of every day life. By guiding them through the information and options, clarifying what is unclear, trusting them to make their own choices, he enables them to reckon with their health as they do in other parts of life. Shared decisions have a greater chance of a good outcome and customer satisfaction than unilateral decisions made by doctors.

3. Repeat your message with patience

Health care professionals can help patients by writing down advice and instructions, by providing pamphlets and website addresses with relevant information. Simply by repeating the message in different ways, the message has more of a chance to really land. Many of these resources are available online, just one printout away. Don’t get impatient when a patient does not comply immediately. Keep the bigger goal in mind while trying to make baby steps.

A doctor should always also direct a patient to other reputable sources of information, like relevant patient associations. Doctors and patient associations have a duty to translate relevant medical research into comprehensible formats. DiabetesFond started doing this with www.leesbaaronderzoek.nl.

4. Provide resources for ownership

To help a patient take ownership of his health, he should of course have full access to medical files, notes, lab results and appointment schedules. Offer online access to relevant medical professionals for urgent questions. If possible provide online platforms to share experiences with others. UMC St Radboud and Slingeland Ziekenhuis for instance have started with online portals that provide some or all these services for chronic patients. Patients can also be empowered in their own home: Personal Health Records or software systems that include self-monitoring with built in alarms; that offer domotics that enable the patient to be as independent as possible; that offer a comprehensive communications platform to share information and instructions amongst all people involved in the patient’s care.

What can patients do to empower themselves?

1. Take an interest

Don’t be just another lazy consumer. Take charge of your own health and disease. Read, gather information, ask questions. Become an active member of a relevant patient association or at least support them financially. Only then they can do their important work. Closely monitor policies of your health insurance company. You have the right to go elsewhere if they do not fit your needs or overcharge. Be open to e-health innovations that can make your life as a patient easier and help you to stay as independent as possible.

Zorgkaart Nederland

2. Give feedback, even when you’re not asked

Many people complain about health care professionals, but not TO them. How can you expect them to change if you do not tell them you are not satisfied? How can they improve their services if you do not tell them what you want and expect? Give feedback when you are happy or not happy with the service provided. Help others to find their way in health care by contributing your well-balanced feedback on platforms like ZorgkaartNederland.

3. Take responsibility

Don’t wait till you get sick. Take charge to stay healthy. Take full responsibility for your health by following lifestyle advice. Eat healthy, exercise; avoid too much stress, don’t drink too much alcohol and don’t smoke.

If you do get sick: Don’t take no for an answer when your doctor says he does not have time for questions. Don’t stop talking when he interrupts you after only 18 seconds of listening. Actively look for a doctor that takes you seriously. Ask for a second opinion if necessary.

OK, now your doctor has taken the trouble to involve you in the decision making process. Jointly you have chosen which way to go. Now it is up to you to stick to your choice. Take the medicine as prescribed. Do your exercises. Inform your doctor when you have unexpected problems. Don’t wait till they get out of hand. You and only you are in the end responsible for your own health.

This article was written for the website of  TEDxMaastricht and published there on 02/03/2011.

© 2011 Harriët Messing

 

Gerichte aandacht nodig voor ‘grootverbruikers’ zorg 10 februari 2011

Meer middelen en geld inzetten voor patiënten die het meest gebruik maken van zorg verlaagt zorgkosten. Het lijkt bijna een paradox. Maar het is niet een nieuw inzicht. Al eerder werd met behulp van data-analyse succes geboekt met misdaadbestrijding door politie-inzet te concentreren op ‘hotspots’. Data-analyse wordt nu ook succesvol ingezet voor preventie van onnodige kosten bij de grootverbruikers in de zorg.

Dr. Jeffrey Brenner

Dokter Jeffrey Brenner uit Camden, USA wilde het failliet van de gezondheidszorg in zijn stad voorkomen. In zijn vrije tijd ging hij data in kaart brengen over het zorggebruik in zijn stad. Zijn ervaring was dat de mensen met het hoogste zorggebruik, de mensen waren die de slechtste medische zorg krijgen. Hij bedacht dat als hij de mensen kon lokaliseren en helpen die het meeste gebruik maakten van gezondheidszorg, hij ook de kosten kon beïnvloeden. Hij vond dat slechts één procent van de zorggebruikers dertig procent van de totale zorgkosten in Camden veroorzaakten.

“Bezoeken aan de spoedeisende hulp en ziekenhuisopnames moeten worden beschouwd als tekenen van slechte gezondheidszorg tot het tegendeel is bewezen”, vindt Brenner. Uiteraard paste zijn visie helemaal niet in de manier waarop zorgverleners en zorgverzekeraars te werk gaan. Maar met wat geld uit charitatieve fondsen kon hij toch met enkele mensen aan de slag om de intensieve gebruikers van zorg te gaan helpen. En met succes.

“Werken met ‘grootverbruikers’ gaat over het opbouwen van een relatie met mensen in crisis”, vertelt hij. “Bij de helft lukt ons dat, bij de andere helft niet.” Brenner en zijn team kijken naar de hele patiënt. Zijn woonomstandigheden, sociale vangnet, psychosociale ontwikkeling, medische toestand, noem maar op. Ze werken er soms maandenlang aan om betere woonruimte te regelen of om iemand weer sociaal te activeren. Met als doel dat deze mensen worden geholpen beter voor hun gezondheid te zorgen. Whatever Works! Wie hij kan helpen, maakt daarna inderdaad veel minder intensief gebruik van de gezondheidszorg.

Nathan Gunn MD

Faalpatronen

Data-analyse van medische data werpt licht op patronen van waar het systeem faalt. Nathan Gunn is een internist die bij Verisk werkt. Hij is daar hoofd research en analyseert voor hun klanten – werkgevers en verzekeraars – geanonimiseerde medische data van hun verzekerden. Hij noemt als voorbeeld een bedrijf dat het eigen risico van de werknemers had verhoogd om zorgkosten in de hand te houden. Toch bleken de kosten te blijven stijgen. Gunn vond dat dit werd veroorzaakt door vroeg-gepensioneerden met chronische aandoeningen. Die gingen door het hoge eigen risico veel te laat naar de dokter, met alle gevolgen van dien. Dat had voorkomen kunnen worden door op die groep een ander beleid los te laten: geen eigen risico en intensieve begeleiding.

Weerbarstig systeem

Verisk meldt dat de meeste klanten de kostenstijging wel enigszins kunnen afremmen. Maar weinigen hebben de zorgkosten zien afnemen. En het is niet gezegd dat de verbeteringen vast kunnen worden gehouden. Gunn, hoezeer zijn blik als relatief buitenstaander ook verhelderend is, werkt niet voor een bedrijf dat het gezondheidszorgsysteem kan veranderen. Hij helpt zijn klanten alleen aan de knoppen te draaien die het bestaande systeem een beetje kunnen beïnvloeden. Brenner werkt van binnenuit aan een nieuw systeem. Maar hij is niet de baas van het gezondheidszorgsysteem. Hij moest zelfs zijn eigen artsenpraktijk opgeven om zijn werk met grootverbruikers voort te kunnen zetten. Hij is een buitenstaander aan de binnenkant. Dus je kunt je afvragen of ‘medisch hotspotten’ op een manier ingezet kan worden die grote populaties helpt. Dat blijkt te kunnen.

Chronische ziekten

Sturen op zorguitkomst werkt

Medicare boekt succes door ziekenhuizen te belonen voor het succesvol terugdringen van zorgkosten van de duurste chronische patiënten. Ziekenhuizen krijgen extra geld voor zorg aan deze patiënten en mogen vervolgens een deel van de besparingen zelf houden als ze ten minste vijf procent besparen.

Een vakbond van casinomedewerkers en een ziekenhuis in Atlantic City openden samen een speciale kliniek voor mensen met chronische aandoeningen en hoge zorgkosten. Eerstelijnszorg wordt hier volledig opnieuw uitgevonden. Ook hier laten aanzienlijke kostenbesparingen zien dat ‘hotspotten’ werkt. Patiënten hebben ongelimiteerde toegang to de kliniek. De artsen krijgen een flat fee per patiënt in plaats van betaling per verrichting. Dat scheelt namelijk gigantisch in factureringskosten.

De kliniek is opgezet rondom de zaken die zieke patiënten het meest nodig hebben en het meest waarderen in plaats van wat het meeste geld oplevert. Er is een afsprakensysteem dat ervoor zorgt dat acute patiënten dezelfde dag nog terecht kunnen. Er is een elektronisch informatie systeem dat bijhoudt of patiënten hun gezondheidsdoelen halen. Medewerkers helpen patiënten het nummer van de kliniek in hun telefoons te programmeren om onnodig gebruik van 911 te voorkomen.

Ja in plaats van nee

Medewerkers in deze kliniek zijn speciaal aangesteld om patiënten te helpen hun doelen te bereiken. Eén nurse practitioner is er bijvoorbeeld voor verantwoordelijke elke roker te motiveren te stoppen. En de staf is vaak niet niet eens uit de medische hoek afkomstig, omdat mensen daar hebben geleerd ‘nee’ te zeggen in plaats van ‘ja’. Medewerkers worden op houding geselecteerd en op vaardigheden getraind. De helft van de oorspronkelijke medewerkers, inclusief een arts, is ontslagen omdat ze niet begrepen wat serviceverlening aan patiënten inhoudt.

Focus op eerstelijn werkt

Twintig jaar geleden had Denemarken meer dan 150 ziekenhuizen voor vijf miljoen burgers. Het land versterkte de kwaliteit en beschikbaarheid van poliklinische eerstelijns zorg. Het betaalde artsen bijvoorbeeld voor het invoeren van e-mailconsulten, consulten na openingstijd en verpleegkundige managers voor complexe zorg. Nu zijn er nog maar 71 ziekenhuizen en over vijf jaar zullen er minder dan veertig nodig zijn. De Nederlandse overheid wil ook die kant op. Een slim ziekenhuis zorg ervoor dat het deze shake-out overleeft door nu al in te spelen op deze ontwikkelingen.

Systeemwijziging nodig
Elk land ter wereld strijdt tegen stijgende zorgkosten. Geen enkel land heeft tot nu toe kostenverlaging gerealiseerd door de gezondheidszorg te verbeteren. Ze hebben vooral een minder sterke stijging bewerkstelligd door te besparen en rantsoeneren. De heersende idee is: je kunt niet alles hebben. Wil je hogere lonen, lagere belastingen en minder schulden, moet je in de kosten voor gezondheidszorg snijden. De voorbeelden hierboven tonen, weliswaar nog op kleine schaal, aan dat met een systeemwijziging je misschien wel alles kunt hebben, inclusief goede gezondheidszorg voor iedereen. De Brenners van Nederland, zoals het al eerder beschreven Buurtzorg, laten hier al zien dat slimmere systemen kosten besparen. En dat is waarschijnlijk waar de echte revoluties gaan plaatsvinden: buitenstaanders die het slimmer, beter en goedkoper gaan doen dan de gevestigde orde. Laten de overheid en verzekeraars deze revoluties vooral van harte gaan steunen.

Dit artikel is een ‘verkorte vertaling en adaptatie’ van het artikel ‘The hot spotters’ van Atul Gawande in The New Yorker, 24 januari 2011. Lees het oorspronkelijke artikel hier.

© 2011 Harriët Messing

 

Overtuigingsmodel voor gedragsverandering leefstijl 2 februari 2011

Om welke reden zou u een ongezonde leefstijl of ongezond gedrag veranderen? Uw motivatie, bekwaamheid en een specifieke trigger zullen het succes van de gedragsverandering bepalen volgens BJ Fogg. Aan de Stanford University in Californië heeft hij met zijn Persuasive Tech Lab een model ontwikkeld voor gedragsverandering in mensen. Dit wordt onder andere gebruikt bij het ontwerp van beoogd gebruikersgedrag op internet. Het leverde toepassingen op die FaceBook meer dan 16 miljoen gebruikersinstallaties in tien weken opleverde. Dit model kan ook heel goed gebruikt worden om in de zorg mensen te bewegen tot gezond(er) gedrag. Het model draagt bij aan de discussie in de zorg over ziektepreventie in het kader van het RVZ-advies  ‘Van ziekte en zorg naar gezondheid en gedrag’.

Fogg onderscheidt motivatie, bekwaamheid en triggers als de belangrijkste componenten van gedrag. Elk van die componenten heeft ook weer subcomponenten. Zijn Fogg Behavioral Model (FBM) stelt dat iemand pas een beoogd gedrag gaat vertonen als hij:

  1. voldoende gemotiveerd is,
  2. in staat is om het beoogde gedrag uit te voeren en
  3. wordt getriggerd om het beoogde gedrag uit te voeren.

Fogg Behavioral Model

Deze drie factoren moeten zich gelijktijdig voordoen, anders zal het gedrag niet optreden. Het FBM is nuttig bij de analyse en het ontwerp van persuasieve technieken. Bovendien geeft het richting aan samenwerking bij teams van professionals omdat het mensen een gedeelde denkwijze geeft over gedragsverandering.

Motivatie en bekwaamheid inwisselbaar

De figuur hiernaast laat zien hoe een beoogd gedrag bereikt kan worden als motivatie, bekwaamheid en triggers aanwezig zijn. In de gezondheidszorg wordt vaak geklaagd dat mensen moeilijk te motiveren zijn tot veranderingen in hun ongezonde leefstijl. Patiënten geven vaak aan wel te willen (motivatie), zelfs als er een trigger aanwezig is, maar het niet te kunnen (bekwaamheid). Door op alle drie componenten in te spelen, kan effectiever worden gecoacht op gedragsverandering. Motivatie en bekwaamheid lijken daarbij inwisselbaar. Een hoge motivatie kan compenseren voor een lage bekwaamheid en andersom. Iemand kan bijvoorbeeld niet van plan zijn een auto te kopen (lage motivatie), maar er toch een kopen als die hem voor 1 euro wordt aangeboden (hoge bekwaamheid). En zo zal de bereidheid een hele moeilijke puzzel op te lossen (bekwaamheid) groter worden als het prijzengeld niet 25 maar 10.000 euro bedraagt (motivatie). Over het algemeen zullen mensen op deze dimensies relatief bescheiden scoren. Effectieve persuasieve interventies vergroten een van beide, meestal door iets gemakkelijker te maken. Maar dan nog is er een trigger nodig. En die is vaak het ontbrekende puzzelstukje.

Vind de trigger!

Al zijn motivatie en bekwaamheid hoog, beoogd gedrag zal niet plaatsvinden als er geen trigger is. Jan vindt het bijvoorbeeld ontzettend leuk om dagelijks gitaar te spelen en het spelen gaat hem ook gemakkelijk af. Motivatie en bekwaamheid zijn aanwezig. Toch vindt hij het moeilijk om er elke dag aan toe te komen. De trigger om elke dag te spelen ontbreekt. Triggers zijn er in veel vormen: een alarm om op te staan, een sms die je aan een afspraak herinnert, een rommelende maag die je aanzet tot eten. Succesvolle triggers beantwoorden aan drie kenmerken:

  1. We merken de trigger op.
  2. We associëren de trigger met het beoogde gedrag.
  3. De trigger treedt op als we gemotiveerd en in staat zijn tot het beoogde gedrag.

De timing van de trigger is vaak het missende element in gedragsveranderingstrategieën. Het is zelfs zo belangrijk dat de Grieken er een woord voor hadden: kairos – het meest opportune moment om te overtuigen. Als motivatie en bekwaamheid iemand over de ‘gedragsactivatiedrempel’ hebben getild, zal de trigger hem aanzetten tot het beoogde gedrag. Dus als het alarm op de mobiel van Jan afgaat terwijl hij aan het winkelen is, zal zijn bekwaamheid laag zijn. Als het afgaat wanneer hij net op de bank zit te knuffelen met zijn vriendin, zal zijn motivatie laag zijn. Als het afgaat op een moment dat Jan thuis is en niet bezig met andere leuke dingen, zal de kans dat hij gitaar gaat spelen groot zijn.

Vormen van motivatie

Fogg onderscheid binnen de component ‘motivatie’ drie subcomponenten:

  1. Genot / pijn: deze subcomponent onderscheidt zich van de volgende twee doordat het resultaat nagenoeg direct optreedt. Er gaat weinig denken of anticiperen aan vooraf. Het is een primitieve stimulus die voortkomt uit zelfbehoud en instandhouding van de soort. Het is een zeer krachtige motivator. Meneer Smit heeft erectiele problemen en heeft hulpmiddelen nodig. Als de dokter meneer Smit vertelt dat zijn erectie weer natuurlijk tot stand zal komen als hij flink gewicht verliest en gaat sporten, zal dit meneer Smit motiveren.
  2. Hoop / angst: Deze dimensie wordt gekenmerkt door de verwachting van een uitkomst: hoop verwacht een goede, angst een slechte uitkomst. Hoop en angst zijn vaak effectievere motivatoren dan genot / pijn. Bijvoorbeeld als mensen een griepprik halen overwinnen ze de angst voor pijn in de hoop geen griep te krijgen. Hoop op genezing kan mensen ertoe aanzetten gezonder te gaan eten als ze kanker hebben. Angst de kleinkinderen niet te kunnen zien opgroeien zal mensen ertoe aanzetten een gezondere leefstijl te kiezen om dreigende hart- en vaatproblemen af te wenden.
  3. Sociale acceptatie / afwijzing: Mensen zijn gemotiveerd gedrag te vertonen dat binnen de eigen groep sociaal geaccepteerd is. Ze zullen gedrag vermijden dat hen sociale afwijzing oplevert. We zien dat terug in kledingkeuze en taalgebruik. Dit zit ingebakken in onze genen vanuit de tijd dat we nog in groepen leefden om te overleven. Zo is bijvoorbeeld de wens de eigen groep te ontstijgen een krachtige motivator voor mensen om ander gedrag te vertonen dan de eigen groep. Soms kan dus een wisseling van omgeving een stimulans geven tot ander gedrag. Bijvoorbeeld door een kind uit een ontwricht gezin in een stabiel gastgezin te plaatsen.

Elementen van eenvoud (bekwaamheid)

Eenvoud is een functie van de meest schaarse bron op het moment dat een gedrag is getriggerd. In deze dimensie onderscheidt Fogg de volgende elementen:

  1. Hoeveel tijd kost het en is die tijd beschikbaar.
  2. Hoeveel geld kost het en is dat geld beschikbaar.
  3. Hoeveel lichamelijke inspanning moet er geleverd worden en is die haalbaar.
  4. Hoe hard moet er nagedacht worden (denkvermogen) en is de persoon daartoe bereid en in staat.
  5. Hoezeer wijkt het beoogd gedrag af van wat sociaal geaccepteerd is.
  6. Hoezeer is het beoogd gedrag niet-routine.

Deze elementen verschillen uiteraard per persoon en situatie. Door deze elementen goed mee te wegen, neem je barrières voor gedragsverandering weg. Over het algemeen lukt persuasief ontwerp sneller als we gedrag eenvoudig maken in plaats van meer ‘motivators’ toe te voegen. Waarom? Mensen verzetten zich tegen ‘motivators’, maar houden van nature van eenvoud.

Typen triggers

Een trigger zet mensen aan gedrag NU te vertonen. Bekend is de verlokking van snoep bij de kassa: impulsaankopen. Er zijn drie soorten triggers die elk op een eigen manier werkzaam zijn.

  1. Vonk: dit is een trigger die van invloed is op de motivatie (bij hoge bekwaamheid). Wanneer motivatie ontbreekt, kan een trigger die inspeelt op een van de drie vormen van motivatie aanzetten tot het beoogd gedrag. Bijvoorbeeld een tekst die angst inboezemt of een video die hoop opwekt. Vonken en andere typen triggers kunnen diverse vormen hebben. Het kanaal of de belichaming doet er niet toe zolang de trigger maar herkend wordt en geassocieerd wordt met het beoogde gedrag op een moment dat de persoon actie kan ondernemen.
  2. Facilitator: dit is een trigger die inspeelt op de dimensie bekwaamheid (bij hoge motivatie). Het zijn dus triggers die het gemakkelijker maken het beoogde gedrag te vertonen. Bijvoorbeeld subsidie op de sportschool of het online programma om te stoppen met roken in het zorgverzekeringspakket.
  3. Signaal: dit is een trigger die werkzaam is bij hoge motivatie en hoge bekwaamheid. Bijvoorbeeld het sms’je om je eraan te herinneren dat het nu tijd is je medicijnen in te nemen.

In de onderstaande SlideShare presentatie legt Fogg uit hoe FBM toepasbaar is op gedragsverandering die betrekking heeft op gezondheid.

Zorg 2.0

Fogg is in zijn Behavioral Tech Lab bovendien aan het onderzoeken hoe internettoepassingen op websites en op smart phones kunnen bijdragen aan gedragsverandering. Ook hier kan de zorg inspiratie vandaan halen voor toepassing van strategieën voor gedragsverandering in e-health en Zorg 2.0.

Relevante links:
Website Stanford Behavioral Tech Lab
Behavior Wizzard leidt je door het ontwerp van de strategie voor gedragsverandering heen.
Verschillende gedragsmodellen

© 2011 Harriët Messing

 

 
%d bloggers liken dit: