ZORGdotCOM

Communicatieadvies + Tekst

Betere zorg, lagere kosten door aanpak hotspots 3 augustus 2011

Al eerder blogde ik over Dr. Camden in mijn blog Gerichte aandacht nodig voor ‘grootverbruikers’ zorg. Het nieuwsprogramma PBS Frontline maakte met Atul Gawande een rapportage van 13 minuten over het werk van Dr. Camden om de medische hotspots in zijn stad aan te pakken. Het gaat om de allerarmsten in de stad die vaak ziek worden van hun slechte behuizing, voeding en levensomstandigheden. Zij veroorzaken enorm hoge zorgkosten die flink teruggebracht kunnen worden met gerichte aandacht. Ik ben ervan overtuigd dat hier in Nederland met echte investeringen in de versterking van de eerste lijn in de wijk ook nog veel kunnen halen!



Ook in Nederland is inmiddels onderzoek gedaan waarin de ‘Effectiviteit van interventies die gericht zijn op veelgebruikers van spoedeisende hulpafdelingen‘ is bekeken. En wat blijkt: casemanagement is effectief.

© 2011 Harriët Messing

Advertenties
 

Internet emancipeert de patiënt 23 februari 2011

Weet u wat e-health is of zorg 2.0? Misschien hebt u er ergens al over gelezen. Of zijn de termen geheel nieuw voor u? Lucien Engelen, Zorg 2.0 ambassadeur van het UMC St Radboud in Nijmegen, legt uit waarom deze ontwikkeling in de zorg voor u als patiënt belangrijk is. Want u zult er in de komende tijd zeker mee te maken krijgen, als dat nu al niet het geval is. Engelen: “Zorg 2.0 gaat de relatie tussen patiënt en zorgverlener gelijkwaardiger maken”.

Lucien Engelen

“Internettechnologie geeft patiënten de mogelijkheid om veel betere keuzes voor hun gezondheid te maken”, stelt Engelen. “Van hoe voorkom ik dat ik ziek word tot welke arts en welke behandeling is het beste voor mij. Internet biedt kennis en kennis is macht. Het emancipeert de patiënt. Hij kan gelijkwaardiger meepraten over zijn ziekte en behandeling. Maar het biedt nog veel meer. Web 1.0 is de term voor websites die vooral een digitale folder zijn. Daar zijn er nog heel veel van in de zorg. Web 2.0 staat voor interactie. Het staat voor informatie, kennis en ervaringen delen. Voorbeelden daarvan zijn patiëntenforums voor lotgenotencontact als die op de website van het NLV. Maar ook op de sociale media, zoals Twitter, Hyves en Facebook, spreken mensen elkaar en wisselen informatie uit. Zorg 2.0 is web 2.0 in de zorg. Het gaat bij Zorg 2.0  niet alleen om online contacten tussen patiënten, maar vooral ook om interactie tussen patiënt en zorgverlener.”

Dokter Google

“Steeds meer mensen gaan eerst op internet op zoek naar informatie over hun ziekte” vertelt Engelen. “In 2003 was dat volgens TNS Nipo nog maar één op de tien mensen, in 2008 al zeven op de tien. De hoeveelheid informatie op internet is gigantisch. De herkomst ervan is heel divers. Je kunt terechtkomen op de site van een patiëntenorganisatie, op ‘onafhankelijke’ gezondheidssites, op de site van een ziekenhuis, op een weblog, noem maar op. De NPCF meldde vorig jaar dat 24 procent van de mensen al gebruik maakt van vergelijkingssites als ZorgKaartNederland.nl om een arts of ziekenhuis te kiezen. Drie op de vijf patiënten wisselen wel eens online informatie uit over ziekte en gezondheid. Eén op de zeven patiënten publiceert online over zijn eigen ziekteproces of medicijngebruik. Zo helpen ze anderen om beter voorbereid bij de dokter te komen.”

Digitale poli's

Patiënt emancipeert

Veel zorgverleners hebben nog moeite met patiënten die zelf aan de slag gaan op internet. En dat patiënten elkaar gaan ‘bedokteren’. Kan de patiënt met vage klachten wel de juiste weg vinden in het oerwoud aan informatie op internet? En hoe betrouwbaar is de gevonden informatie. Wat als iemand de juiste diagnose of behandeling mist? Veel sites van zorginstellingen en patiëntenverenigingen zijn hier ook nog niet op ingericht. Zorgverleners vinden eigenlijk dat de patiënt daar niet zelf over gaat. “Maar ze steken hun kop in het zand” vindt Engelen. “Want internet en sociale media zorgen er op allerlei plekken in de samenleving voor dat de ‘burger’ emancipeert en goede, eerlijke informatie eist. Kijk maar naar WikiLeaks. Daar kun je als zorgverlener en zorginstelling maar beter op anticiperen. Je foldermateriaal digitaal aanbieden is niet meer genoeg. Bovendien is dat materiaal vaak niet bepaald geschreven vanuit het patiëntenperspectief.”

Participatie

Het UMC St Radboud is het eerste ziekenhuis in Nederland dat vroegtijdig heeft ingezien dat internet de relatie tussen zorgverleners en patiënten gaat veranderen. “Als ik moet spreken over Zorg 2.0 namens het Radboud schrikt de zaal meestal even”, vertelt Engelen, “als ik vertel dat het Radboud is gestopt de patiënt centraal te stellen. Dan zie je mensen elkaar even bevreemd aankijken. Want we moeten toch met zijn allen patiëntgericht gaan werken? Ik leg dan uit dat dit model nog steeds uitgaat van dat de zorgverlener weet wat goed is voor de patiënt. Dan vertel ik dat we in het Radboud verder willen gaan. Dat we ‘de patiënt gaan opnemen in het behandelteam’ als een partner dus. De patiënt is ‘eigenaar’ van zijn gezondheid en ziekte en heeft dus ook en rol bij het maken van keuzes in het behandelplan. Dat noem je met een mooi woord patiëntenparticipatie of ‘participatory medicine’. De arts is dan niet meer de alwetende expert, maar een deskundige adviseur en coach, een gids dus.”

AYA4: digitale hangplek voor jongvolwassenen met kanker

Digitale poli’s en zorgnetwerken

De nieuwe patiënt wil als individu gezien worden en niet als diabetes- of longkankerpatiënt. Hij wil dialoog: “praat met me, ook online!” Door zijn eigen verhaal online te vertellen komt hij in contact met anderen die hem en zijn arts kunnen helpen. Bijvoorbeeld aan de naam van een specialist die even meekijkt en adviseert. Of aan tips over aanvullende zorg die de therapie kan ondersteunen. Zo ontstaat een zorgnetwerk dat per patiënt en per behandelfase kan veranderen. Maar de patiënt wil ook inzicht in zijn eigen dossier! Engelen: “Wij bieden onze patiënten al tien digitale poli’s. Dat worden er dit jaar nog meer. Dit zijn online plekken waar patiënten hun eigen dossier kunnen inzien, inclusief uitslagen. Waar ze informatie vinden over hun ziekte. Waar ze binnenkort afspraken kunnen maken en checken. Waar ze online contact kunnen hebben met hun zorgverlener. Waar ze online contact kunnen hebben met medepatiënten. En daar zullen nog veel meer diensten bijkomen. Bijvoorbeeld teleconsults. Ook hebben we een digitale hangplek voor jongvolwassenen met kanker (aya4.umcn.nl). Daar kunnen ze elkaar ontmoeten en ervaringen uitwisselen. Van ziekte en behandeling tot het vinden van verzekeringen en hypotheken. MijnZorgNet.nl is een voorbeeld van een zorgnetwerk waar zorgverleners, patiënten en mantelzorgers elkaar vinden. Het bedient nu IVF-patiënten en mensen met Parkinson.

Preventie is toekomst

“Om de kosten van de zorg beheersbaar te houden moeten we internet ook heel goed in gaan zetten voor ziektepreventie” vindt Engelen. “Nu al kun je op internet bijvoorbeeld cursussen vinden om depressie vroegtijdig te behandelen of zelfs te voorkomen. Maar het gaat nog verder. We zullen beter moeten onderzoeken hoe we mensen kunnen helpen betere keuzes te maken om langer gezond te blijven. Een interessant boek daarover is: ‘The decision tree’ van Thomas Goetz. De overheid zegt al die kant op te willen. Lees bijvoorbeeld het rapport van de RVZ ‘Van ziekte en zorg naar gezondheid en gedrag’ en ‘Perspectief op gezondheid 20/20‘. Maar we besteden momenteel nog geen procent van het zorgbudget aan preventie. Dat zal moeten veranderen. We moeten ook snel naar Preventie 2.0.”

E-health uitgelegd

E-health is niet alleen het gebruik van internet- en communicatietechnieken in de zorg om bepaalde processen tussen zorgverlener en zorggebruiker eenvoudiger, sneller en goedkoper te maken. Het is ook een manier van denken over zorg, waarbij gemak, service en gezondheidsbevordering voorop staan. Vormen van e-health zijn:

  • Telemedicine is zorg op afstand. De patiënt kan vanuit huis communiceren met zijn zorgverlener. Dan kan het ook gaan om het online doorsturen van bijvoorbeeld bloedwaarden. Die kan de zorgverlener dan vanachter zijn computer inzien en waar nodig ingrijpen. Maar ook wordt het gebruikt voor consultatie tussen artsen onderling. Bijvoorbeeld bij teledermatologie. Dan stuurt de huisarts een foto van de aangedane huid naar de dermatoloog en krijgt van hem via internet een diagnose en behandelplan.
  • Telehealth gaat vooral over gezondheidsvoorlichting aan zorggebruikers en training van zorgverleners. Dan kun je bijvoorbeeld denken aan online cursussen tegen depressie of overgewicht.
  • M-health is de term voor de recente ontwikkeling in mobiel internet waarbij programmaatjes of  ‘apps’ op de smartphone worden ingezet voor monitoring, begeleiding of gezondheidsbevordering. Bijvoorbeeld een programma dat autistische kinderen begeleidt om zelf hun dagprogramma te kunnen volgen. Of een ‘app’ die je waarschuwt als je medicijnen moet innemen.

Dit interview staat in het maartnummer van NL-Visie, het ledenblad van de Nederlandse Leverpatiënten Vereniging.

© 2011 Harriët Messing

 

Gerichte aandacht nodig voor ‘grootverbruikers’ zorg 10 februari 2011

Meer middelen en geld inzetten voor patiënten die het meest gebruik maken van zorg verlaagt zorgkosten. Het lijkt bijna een paradox. Maar het is niet een nieuw inzicht. Al eerder werd met behulp van data-analyse succes geboekt met misdaadbestrijding door politie-inzet te concentreren op ‘hotspots’. Data-analyse wordt nu ook succesvol ingezet voor preventie van onnodige kosten bij de grootverbruikers in de zorg.

Dr. Jeffrey Brenner

Dokter Jeffrey Brenner uit Camden, USA wilde het failliet van de gezondheidszorg in zijn stad voorkomen. In zijn vrije tijd ging hij data in kaart brengen over het zorggebruik in zijn stad. Zijn ervaring was dat de mensen met het hoogste zorggebruik, de mensen waren die de slechtste medische zorg krijgen. Hij bedacht dat als hij de mensen kon lokaliseren en helpen die het meeste gebruik maakten van gezondheidszorg, hij ook de kosten kon beïnvloeden. Hij vond dat slechts één procent van de zorggebruikers dertig procent van de totale zorgkosten in Camden veroorzaakten.

“Bezoeken aan de spoedeisende hulp en ziekenhuisopnames moeten worden beschouwd als tekenen van slechte gezondheidszorg tot het tegendeel is bewezen”, vindt Brenner. Uiteraard paste zijn visie helemaal niet in de manier waarop zorgverleners en zorgverzekeraars te werk gaan. Maar met wat geld uit charitatieve fondsen kon hij toch met enkele mensen aan de slag om de intensieve gebruikers van zorg te gaan helpen. En met succes.

“Werken met ‘grootverbruikers’ gaat over het opbouwen van een relatie met mensen in crisis”, vertelt hij. “Bij de helft lukt ons dat, bij de andere helft niet.” Brenner en zijn team kijken naar de hele patiënt. Zijn woonomstandigheden, sociale vangnet, psychosociale ontwikkeling, medische toestand, noem maar op. Ze werken er soms maandenlang aan om betere woonruimte te regelen of om iemand weer sociaal te activeren. Met als doel dat deze mensen worden geholpen beter voor hun gezondheid te zorgen. Whatever Works! Wie hij kan helpen, maakt daarna inderdaad veel minder intensief gebruik van de gezondheidszorg.

Nathan Gunn MD

Faalpatronen

Data-analyse van medische data werpt licht op patronen van waar het systeem faalt. Nathan Gunn is een internist die bij Verisk werkt. Hij is daar hoofd research en analyseert voor hun klanten – werkgevers en verzekeraars – geanonimiseerde medische data van hun verzekerden. Hij noemt als voorbeeld een bedrijf dat het eigen risico van de werknemers had verhoogd om zorgkosten in de hand te houden. Toch bleken de kosten te blijven stijgen. Gunn vond dat dit werd veroorzaakt door vroeg-gepensioneerden met chronische aandoeningen. Die gingen door het hoge eigen risico veel te laat naar de dokter, met alle gevolgen van dien. Dat had voorkomen kunnen worden door op die groep een ander beleid los te laten: geen eigen risico en intensieve begeleiding.

Weerbarstig systeem

Verisk meldt dat de meeste klanten de kostenstijging wel enigszins kunnen afremmen. Maar weinigen hebben de zorgkosten zien afnemen. En het is niet gezegd dat de verbeteringen vast kunnen worden gehouden. Gunn, hoezeer zijn blik als relatief buitenstaander ook verhelderend is, werkt niet voor een bedrijf dat het gezondheidszorgsysteem kan veranderen. Hij helpt zijn klanten alleen aan de knoppen te draaien die het bestaande systeem een beetje kunnen beïnvloeden. Brenner werkt van binnenuit aan een nieuw systeem. Maar hij is niet de baas van het gezondheidszorgsysteem. Hij moest zelfs zijn eigen artsenpraktijk opgeven om zijn werk met grootverbruikers voort te kunnen zetten. Hij is een buitenstaander aan de binnenkant. Dus je kunt je afvragen of ‘medisch hotspotten’ op een manier ingezet kan worden die grote populaties helpt. Dat blijkt te kunnen.

Chronische ziekten

Sturen op zorguitkomst werkt

Medicare boekt succes door ziekenhuizen te belonen voor het succesvol terugdringen van zorgkosten van de duurste chronische patiënten. Ziekenhuizen krijgen extra geld voor zorg aan deze patiënten en mogen vervolgens een deel van de besparingen zelf houden als ze ten minste vijf procent besparen.

Een vakbond van casinomedewerkers en een ziekenhuis in Atlantic City openden samen een speciale kliniek voor mensen met chronische aandoeningen en hoge zorgkosten. Eerstelijnszorg wordt hier volledig opnieuw uitgevonden. Ook hier laten aanzienlijke kostenbesparingen zien dat ‘hotspotten’ werkt. Patiënten hebben ongelimiteerde toegang to de kliniek. De artsen krijgen een flat fee per patiënt in plaats van betaling per verrichting. Dat scheelt namelijk gigantisch in factureringskosten.

De kliniek is opgezet rondom de zaken die zieke patiënten het meest nodig hebben en het meest waarderen in plaats van wat het meeste geld oplevert. Er is een afsprakensysteem dat ervoor zorgt dat acute patiënten dezelfde dag nog terecht kunnen. Er is een elektronisch informatie systeem dat bijhoudt of patiënten hun gezondheidsdoelen halen. Medewerkers helpen patiënten het nummer van de kliniek in hun telefoons te programmeren om onnodig gebruik van 911 te voorkomen.

Ja in plaats van nee

Medewerkers in deze kliniek zijn speciaal aangesteld om patiënten te helpen hun doelen te bereiken. Eén nurse practitioner is er bijvoorbeeld voor verantwoordelijke elke roker te motiveren te stoppen. En de staf is vaak niet niet eens uit de medische hoek afkomstig, omdat mensen daar hebben geleerd ‘nee’ te zeggen in plaats van ‘ja’. Medewerkers worden op houding geselecteerd en op vaardigheden getraind. De helft van de oorspronkelijke medewerkers, inclusief een arts, is ontslagen omdat ze niet begrepen wat serviceverlening aan patiënten inhoudt.

Focus op eerstelijn werkt

Twintig jaar geleden had Denemarken meer dan 150 ziekenhuizen voor vijf miljoen burgers. Het land versterkte de kwaliteit en beschikbaarheid van poliklinische eerstelijns zorg. Het betaalde artsen bijvoorbeeld voor het invoeren van e-mailconsulten, consulten na openingstijd en verpleegkundige managers voor complexe zorg. Nu zijn er nog maar 71 ziekenhuizen en over vijf jaar zullen er minder dan veertig nodig zijn. De Nederlandse overheid wil ook die kant op. Een slim ziekenhuis zorg ervoor dat het deze shake-out overleeft door nu al in te spelen op deze ontwikkelingen.

Systeemwijziging nodig
Elk land ter wereld strijdt tegen stijgende zorgkosten. Geen enkel land heeft tot nu toe kostenverlaging gerealiseerd door de gezondheidszorg te verbeteren. Ze hebben vooral een minder sterke stijging bewerkstelligd door te besparen en rantsoeneren. De heersende idee is: je kunt niet alles hebben. Wil je hogere lonen, lagere belastingen en minder schulden, moet je in de kosten voor gezondheidszorg snijden. De voorbeelden hierboven tonen, weliswaar nog op kleine schaal, aan dat met een systeemwijziging je misschien wel alles kunt hebben, inclusief goede gezondheidszorg voor iedereen. De Brenners van Nederland, zoals het al eerder beschreven Buurtzorg, laten hier al zien dat slimmere systemen kosten besparen. En dat is waarschijnlijk waar de echte revoluties gaan plaatsvinden: buitenstaanders die het slimmer, beter en goedkoper gaan doen dan de gevestigde orde. Laten de overheid en verzekeraars deze revoluties vooral van harte gaan steunen.

Dit artikel is een ‘verkorte vertaling en adaptatie’ van het artikel ‘The hot spotters’ van Atul Gawande in The New Yorker, 24 januari 2011. Lees het oorspronkelijke artikel hier.

© 2011 Harriët Messing

 

 
%d bloggers liken dit: