ZORGdotCOM

Communicatieadvies + Tekst

Komen de wijzen uit het Oosten? 14 januari 2013

Vanuit mijn vrijwilligerswerk voor Compassion for Care ben ik al een tijdje aan het kijken naar elementen die vernieuwing, transparantie en de menselijke maat in zorgorganisaties in de weg staan. Langzamerhand ben ik ervan overtuigd geraakt dat het top-down besturingsmodel dat in de meeste organisaties nog aanwezig is er daar één van is. Tijdens het symposium Beeldzorg in Beeld van Sensire (Achterhoek) zag ik het bewijs hiervoor. Daar staat de (staf)organisatie weer in dienst van het primaire proces (medewerkers en klanten). En daar is in minder dan een jaar tijd beeldzorg ingevoerd en zijn al 700 klanten en hun mantelzorgers aangesloten. En waarom? De innovatie is van de medewerkers en klanten, niet van het management, de ICT-afdeling of de externe consultant. Goede en snelle implementatie van eHealth vereist veranderingen in organisatiemodellen. Rijnlandse principes passen daar erg goed bij.

beelschermzorg-verlenen-vanuit-het-wijkgebouwWat is daar voor nodig?
Wat betekent het als je jouw organisatie dienend maakt aan het primaire proces? Bij Sensire betekende dat werken met zelfstandige wijkteams van verpleegkundigen, 60 managers eruit (er zijn er nog maar drie over) of in een andere functie en daarvoor in de plaats 80 wijkverpleegkundigen erbij. Dat is nogal wat! Maar het levert ook heel veel op. Dit is het model dat Buurtzorg, dat vanuit Almelo heel Nederland heeft veroverd, al jaren spectaculaire groeicijfers, enorm tevreden medewerkers en zeer tevreden klanten oplevert. Buurtzorg kon echter vanuit niets beginnen en een compleet nieuwe organisatie neerzetten. Sensire heeft een bestaande organisatie flink moeten omvormen. Bestuurder Maarten van Rixtel zei letterlijk dat beeldzorg nooit zo snel zo ver had kunnen komen zonder deze organisatorische aanpassing.

Implementatietijd één jaar!
Waar vele organisaties in de val trappen van moeilijke technologie bedenken en uitrollen, heeft Sensire het anders aangepakt. Ze werken met eenvoudige, bestaande consumentenelektronica, de ideale ouderencomputer iPad, met zoveel mogelijk bestaande internetverbindingen en de web-app PAL4 van Focus Cura. Die maakt gebruik van FaceTime of Skype als het kan en van het beveiligde FaceTalk als het moet. Door FaceTalk is het bovendien mogelijk om bij de klant thuis te overleggen met huisartsen, specialisten en andere zorgverleners. Een centrale, bemand met wijkverpleegkundigen, is 24/7 beschikbaar om ook ’s nachts en in het weekend dringende vragen van klanten via een beeldverbinding te beantwoorden en eventueel actie te ondernemen. Achterhoek Connect zorgt er daarnaast voor dat de buurtslager jouw vlees thuis komt brengen en de bibliotheek jouw boeken als je met je been in het gips op de bank zit of anderszins minder mobiel bent.

Sensire heeft de punt aan de horizon inmiddels al weer veel verder gelegd. GGZ, welzijn en gemeentes (WMO) moeten er straks ook op. Zelf zou ik dan bijvoorbeeld ook UWV’s en Arbodiensten toevoegen. Dan heb je werkelijk alles rondom gezondheid, welzijn en werk onder handbereik.

Innovatie is van medewerker en klant
Een kritische succesfactor voor elke innovatie is het draagvlak bij de mensen die ermee moeten werken. Omdat Sensire medewerkers en klanten in de lead heeft gezet van deze innovatie – zij beslissen wat wel en niet handig is en wat er nog meer kan en moet – is dat draagvlak enorm groot. Maakte de oude beeldverbinding via TV en een joekel van een camera de klant nog een zielenpiet, nu vinden de kleinkinderen van menige Sensire-klant hun opa of oma reuze hip met die iPad. Onderzoek door Marian Adriaansen, lector van de Hogeschool Arnhem Nijmegen laat zien hoezeer beeldzorg mensen kan empoweren. 68 procent van de klanten denkt dat hij daardoor langer thuis kan blijven wonen, 64 procent voelt zich veiliger, van 47 procent is de zelfstandigheid toegenomen, ruim 51 procent voelt zich minder eenzaam. Want de iPad wordt ook gebruikt voor Skypen met familie en vrienden en voor andere leuke internetdingen zoals online spelletjes doen met anderen en YouTube-filpjes bekijken van de band van de zoon. En wel 70 procent van de klanten zegt dat zijn leven er aangenamer van is geworden!

Wie betaalt dat?
Beeldzorg word vanuit de AWBZ voor 4 uur per maand vergoed. Per 1 januari 2013 wordt het beeldconsult ook binnen DBC’s of DOT’s vergoed. De hardware wordt betaald vanuit de pot voor de zorginfrastructuur. Dus ook hier zit niets de uitrol van beeldzorg in de weg.

Organisatiemodel is ook innovatie
Sensire wil haar kennis en ervaring met beeldzorg heel graag delen met de rest van Nederland. Want behalve tevreden medewerkers en klanten en geld in het laadje, is het een manier om de (thuis)zorg toekomstbestendig te maken. Maarten van Rixtel en Focus Cura merken echter dat het ‘not invented here’ syndroom en de organisatievorm van vele organisaties behoorlijk in de weg zitten. “Men wil eerst businessplannen en zekerheid, maar innoveren betekent dat je gewoon in het diepe moet springen en moet vertrouwen op de collectieve denkkracht van je mensen”, verzuchtte Van Rixtel tijdens het symposium. Wellicht dat Sensire (net als Buurtzorg) ook zijn organisatiemodel (ook wel het Rijnlandse model genoemd) moet gaan exporteren. Want over zorgen voor bevlogen medewerkers en blije klanten zit er veel wijsheid in het Oosten.

Meer informatie over Rijnlands of Nieuw Europees organiseren vind je hier en hier. Uiteraard zijn er ook al andere instellingen hier mee bezig, onder andere via In voor zorg!, een programma voor de langdurige zorg van het ministerie van VWS en Vilans, kenniscentrum langdurende zorg.

Meer informatie over beeldzorg van Sensire vind je  hier (klik op de pijltjes op de foto’s voor filmpjes) of download de PDF.

Dit artikel is op 7 januari 2013 verschenen op DigitaleZorgGids.

©2013 Harriët Messing

Advertenties
 

Elsendorp voorbeeld van burgerkracht 24 september 2012

Wat een prachtig initiatief! Ik geloof er heilig in de burgers zelf zorg veel beter en goedkoper kunnen regelen dan overheden en hun uitvoeringsorganisaties. Burgerkracht! Ken jij meer van dergelijke initiatieven die zijn gericht op zorg op dorps- of wijkniveau, laat het me weten!

Elsendorp – Zorg van om de hoek – Brandpunt 23 september 2012 (helaas in Silverlight, dat embedt niet lekker hier)

Eerste aamelding uit Nijmegen door @hannekevS – www.mijnbuurt.je en daarbinnen www.dewijkwebsite.nl

©2012 Harriët Messing

 

Medisch studenten zoeken compassie in opleiding en werk 13 januari 2011

Medisch studenten zijn een beweging gestart die compassie terug wil aan de basis van opleiding en werk: Compassion for Care. Zij zijn afkomstig van verschillende Nederlandse medische opleidingen en veelal ook lid van IFMSA-NL. Anne Spanjaart, studente Geneeskunde aan de VU: “Opleiding en werk gaan al lang niet meer over het helpen van mensen. Het gaat over competitie en strijd der ego’s. Dit resulteert in grote aantallen overwerkte, verslaafde en depressieve artsen. Wij denken dat compassie als intrinsieke drijfveer hierin een omslag teweeg kan brengen.” De beweging wordt inmiddels gesteund door UMC St Radboud Reshape & Innovation Center en heeft al een podiumplaats bij TEDxMaastricht.

Salmaan Sana

Studenten in opleiding voor medische beroepen beginnen vaak vol passie aan hun studie. Gedurende het studietraject raken velen van hen die passie kwijt. Patiënten worden gevallen en nummers. Tijdens de coschappen raakt 33 procent van de studenten gedesillusioneerd. Twintig procent van de arts-assistenten toont tekenen van burnout. Veertig procent van alle artsen lijdt aan chronische vermoeidheid. Salmaan Sana, eveneens student Geneeskunde aan de VU: “Zij hebben hun idealen vermalen zien worden in een onbarmhartig systeem waarin voor solidariteit, collegialiteit, gedeelde ervaringen en daarmee samenhangende arbeidsvreugde steeds minder plaats lijkt te zijn.” Deze ontwikkelingen zetten niet alleen de arbeidsmarkt voor zorgprofessionals onder druk. De grote hoeveelheid chronisch vermoeide, gedemotiveerde zorgverleners staat immers ook goede patiëntenzorg in de weg.

Lucien Engelen

Verandering vanuit studenten zelf

Lucien Engelen, ambassadeur Zorg 2.0 vertelde vorige week op Skipr waarom het UMC St Radboud Reshape & Innovation Center Compassion for Care heeft opgericht: “In de tijd dat mijn eigen missie om Participatory Healthcare als mogelijke (deel)oplossing voor de zorg zijn vorm en inhoud kreeg, werd mij helder dat com-passie terug moet in de zorg. […] In dit kader proberen wij ook aan het bovenstaande bij te dragen door (deel)oplossingen uit te werken. Zo zijn we bezig dit te adresseren voor onze eigen opleidingen, te kijken of, hoe en wat we aan de curricula kunnen veranderen, bezien of we een en ander in keuzeblokken vorm te geven. Maar ook het bespreekbaar maken ervan. Het prille begin is er. Daarnaast proberen wij ook een platform te bieden aan deze ontwikkeling. Daartoe ben ik gestart met structurele ontmoetingen met  studenten om een plan te maken om vanuit hen een verandering teweeg te brengen. Keerpunt hierbij was een ontmoeting in Utrecht met acht studenten, vrijwel allen betrokken bij de IFMSA-NL, waarbij we samen afspraken hierin gemeenschappelijk op te treden.”

Karen Armstrong

Gulden regel

Inspiratie voor de beweging kwam van de Charter for Compassion beweging die is voortgekomen uit een TEDtalk door de Britse religieus publiciste Karen Armstrong. Deze wil compassie terugbrengen in het hart van onze samenleving en als het centrale uitgangspunt van onze morele en religieuze tradities. Het handvest is opgesteld door vertegenwoordigers van alle landen en wereldreligies en is ook in Nederland actief. Compassie is de houding en het gedrag dat voortkomt uit het naleven van de gulden regel: behandel anderen zoals je zelf behandeld zou willen worden. Deze regel is de basisgedachte van alle grote levensovertuigingen en religies ter wereld. Deze gedachte moet volgens de initiatiefnemers van Compassion for Care weer de basishouding zijn van waaruit zorgverleners werken: behandel patiënten en cliënten zoals je zelf behandeld zou willen worden. Vooral als zorgverleners zelf patiënt worden, beseffen ze pas hoe ver de huidige gezondheidszorg van dit principe vervreemd is geraakt. Voorbeelden daarvan kun je lezen in het boek Dokter is Ziek.

Startconferentie 26 februari 2011

Op 26 februari 2011 organiseren UMC St Radboud Reshape & Innovation Center en IFMSA-NL in Nijmegen de startconferentie Compassion for Care. De conferentie zal studenten aan medische opleidingen samenbrengen met visionairs uit de gezondheidszorg. Mensen die op hun eigen wijze passie en compassie hebben weten terug te brengen op hun terrein van de zorg. Samen zullen zij komen tot een handvest waarin zal staan hoe compassie en patiëntenparticipatie verder vorm zullen gaan geven aan de toekomst van de gezondheidszorg in Nederland en daarbuiten. Het handvest zal de zorgparagraaf gaan leveren voor het internationale initiatief Charter for Compassion dat in de VS is ontstaan uit TED. Het handvest zal worden gepresenteerd tijdens TEDxMaastricht op 4 april 2011. Deelnemers aan die bijeenkomst zal worden gevraagd het handvest te ondertekenen en actief te gaan verspreiden en inzetten in hun organisatie en netwerk.

Anne Spanjaart

Wil je meehelpen?

Ben je student aan een opleiding in de zorg, universitair of HBO, en herken jij je in de doelstellingen van Compassion for Care? Help dan mee. Dat kan bijvoorbeeld door jouw ‘social network’ ter beschikking te stellen. Of door nog actiever ambassadeur voor Compassion for Care te worden bij jouw opleiding. Ga hen volgen op hun website, Facebook en Twitter en spread the word! Op 19 januari 2011 kun je bovendien van 18.00 – 20.00 een informatiebijeenkomst bijwonen bij Seats2Meet Utrecht (inloop vanaf 17.30). Op deze bijeenkomst kun je kennis maken met de organisatoren en meedenken en -doen over hoe we zoveel mogelijk studenten en zorgverleners kunnen betrekken bij de startconferentie  op 26 februari in Nijmegen. Meld je voor de 19de en/of voor de startconferentie aan bij: info@compassionforcare.com.

Dit artikel is speciaal geschreven voor de introductie van Compassion for Care en is ook gepubliceerd op de website van de organisatie.

© 2011 Harriët Messing

 

Blije medewerkers en klanten bestendigen groei Buurtzorg 6 januari 2011

Afgelopen zondag zei Freek de Jonge in zijn Nieuwjaarsconference over de zorg: “Als er eenmaal management is, dan ben je één stap van de georganiseerde misdaad verwijderd.” De volgende dag zit ik aan tafel met Jos de Blok die in zijn Buurtzorg-organisatie werkt zonder managers. Hij vraagt me dus ook of ik Freek heb gezien. Zijn organisatiemodel is uitgebreid beschreven in het boek ‘De laatste manager’ van Ben Kuiken. Dat het model werkt, daarvan getuigen de cijfers. Bijna 3700 procent omzetgroei tussen 2008 – 2010 naar 100 miljoen. Maandelijks melden zich tussen de 100 – 150 nieuwe, enthousiaste werknemers en telt de organisatie per eind 2010 circa 280 teams. Binnen een paar jaar zal er landelijke dekking zijn. Maar belangrijker nog is de klanttevredenheid die door Nivel is gemeten en op bijna een 9 uitkomt, de hoogste score in de sector.

Jos de Blok, Buurtzorg Nederland

De Blok is positief over de groeimogelijkheden voor de komende jaren: “Er zijn nog meer dan voldoende goed geschoolde krachten beschikbaar. Verpleegkundigen op niveau vier en vijf worden nog steeds uit kostenoverwegingen door de reguliere thuiszorg ontslagen of tegen hun zin in managementfuncties gezet. Die melden zich massaal bij ons. Er zijn er genoeg om met Buurtzorg over enkele jaren een landelijke dekking te bereiken. En juist door onze organisatiestructuur kunnen we snel groeien. Elk team loopt tegen dezelfde vragen en problemen aan, dus daar kunnen we inmiddels prima op anticiperen. Bovendien boren we voor het oplossen van problemen de enorme creativiteit van onze professionals aan. Zij weten immers vanuit de dagelijkse praktijk het beste hoe je zaken kunt oplossen.”

Kwaliteit verkoopt zichzelf

Het zorgveld werkt vanaf het begin al graag samen met Buurtzorg. Vooral voor gevallen waar complexe en hoogwaardige zorg nodig is, weten zij de professionals van Buurtzorg te vinden. En ook de directe vraag van klanten neemt enorm toe. De verhouding tussen doorverwijzing en directe vraag ligt nu ongeveer gelijk. De Blok: “We maken geen reclame en hebben geen actief PR-beleid. Onze mensen zijn de dragers van onze marketing, juist omdat identiteit en imago volledig overeenstemmen: we zeggen wat we doen en doen wat we zeggen. Hun kwaliteit en aanpak zorgen voor mond-tot-mondreclame. Effectief en kosteloos. Het mooiste voorbeeld was laatst een man die wilde verhuizen naar een plaats waar Buurtzorg een team had. Hij had nog geen thuiszorg nodig, maar wilde er voor de toekomst wel van verzekerd zijn. We hebben hem er gelukkig van kunnen overtuigen dat verhuizen niet nodig was.”

Netwerkorganisatie

Buurtzorg heeft de professionals hun autonomie en arbeidsvreugde teruggeven. Ze kunnen weer werken vanuit hun professionele motivatie en waarden. De basis is een platte organisatiestructuur: de netwerkorganisatie. “De mensen organiseren en coördineren zelf hun werk in teams van maximaal 12 mensen”, vertelt De Blok. “Zij verantwoorden zelf eenmalig hun uren, het hoofdkantoor zorgt voor de verantwoording richting instanties als CAK, zorgkantoren en zorgverzekeraars. Het hoofdkantoor van 18 medewerkers ondersteunt nu circa 3000 medewerkers, wat bijdraagt aan een overhead van slechts 8 procent. In de reguliere thuiszorg bedraagt de overhead +25 procent. Zo realiseren we een hogere arbeidsproductiviteit en hebben we veel minder ziekteverzuim en verloop. In 2010 hebben we zonder veel moeite een productiviteit van 58 procent behaald en een positief resultaat. Omdat we een stichting zijn, vloeit winst terug in de organisatie. De medewerkers beslissen samen waar die aan wordt besteed.”

Totaaloverzicht zorgbehoefte

Afzonderlijke, versnipperde taken laten uitvoeren door goedkopere, lager geschoolde mensen heeft er in de reguliere thuiszorg toe geleid dat het overzicht op de processen wegviel. Dat werd dan weer opgelost met een extra managementlaag. Maar ook die laag, die alleen maar extra geld kost, krijgt dat overzicht niet voor elkaar. De behoefte aan controle van die managementlagen neemt bovendien veel werkplezier weg. “Belangrijk voor efficiency en kostenstructuur zijn de schaalgrootte en span of control”, aldus De Blok. “Die moet overzichtelijk zijn. Onze wijkverpleegkundigen zijn nu elk verantwoordelijk voor een beperkt aantal klanten. Vanuit hun professionaliteit kunnen zij de totale context van een klant overzien en de juiste zorg inzetten. De juiste zorg is voor elke cliënt weer anders. Standaard bestaat niet, hoe graag dure, externe LEAN- en BPR-experts ons dat ook willen laten denken.”

Over een paar jaar in heel Nederland

Geen productie maar zorguitkomst

“Onze aanpak is erop gericht om onszelf zo snel mogelijk en zoveel mogelijk weer overbodig te maken, vervolgt De Blok zijn verhaal. “We kijken of en hoe de sociale omgeving ingezet kan worden. We brengen de cliënt of diens mantelzorger vaardigheden bij waardoor ze minder van hulp afhankelijk zijn. In de thuiszorg wordt gedacht in productie maken. Daar is de neiging om zaken onnodig in het reguliere circuit te trekken en vooral ook te houden. Dan blijft bijvoorbeeld mevrouw X ook na de dood van haar man huishoudelijke hulp houden, hoewel het in alle opzichten beter zou zijn als ze dat zelf weer ging doen. Bij ons gaat het niet om productie maar zorguitkomst: de omstandigheden van de cliënt weer duurzaam en stabiel maken en liefst geheel zorgonafhankelijk. We leveren gemiddeld dus veel minder uren per cliënt per jaar en hebben kortere doorlooptijden. Ook zien we een afname van ongeplande (crisis)zorg. Al deze elementen maken Buurtzorg fors goedkoper. We hebben berekend dat met dit model de Nederlandse thuiszorg de helft goedkoper kan worden.”

Weerstand oude systeem

Buurtzorg wordt in het regeerakkoord als voorbeeld gesteld voor de thuiszorgbranche. Op het ministerie van VWS is men dus wel om. Dat kan ook bijna niet anders gezien het enorme besparingspotentieel in combinatie met de zorgkwaliteitsverbetering. Maar de bekostigingsystematiek moet nog van sturing op productie naar sturing op zorguitkomst. Een aantal zorgverzekeraars vergoedt Buurtzorg gewoon. De Blok: “Twee grote zorgverzekeraars betalen in beperkte mate. Maar we helpen hun verzekerden wel. Het miljoenenverlies dat we daardoor lijden, nemen we voor lief en kunnen we gelukkig financieel opvangen.” Sommige reguliere thuiszorgorganisaties zitten ook behoorlijk in de weerstand. Ze maken de overstap naar Buurtzorg voor hun medewerkers een onplezierige ervaring. De Blok: ‘We werken momenteel met slechts één thuiszorgorganisatie samen om hun transitie naar anders werken te begeleiden. Bij een paar anderen bleek het bestaande systeem toch te weerbarstig.”

Olievlek

Buurtzorg is een zeer succesvol voorbeeld van een organisatievorm die de toekomst heeft en prima in andere takken van sport gekopieerd kan worden. “In het buitenland, onder andere in Zweden, is veel interesse voor ons model”, vertelt De Blok. In eigen land is hij onder andere in gesprek met de Politie en met Jeugdzorg. “De Jeugdzorg staat aan de vooravond van allerlei veranderingen omdat ze over moeten van de provincies naar de gemeentes. Het is bij uitstek ook een zorgveld waar professionals binnen dit netwerksysteem hun motivatie en werkplezier terug kunnen gaan vinden. Ik verwacht dat de uitkomst hetzelfde zal zijn als bij Buurtzorg: het overzicht kom terug en dat zorgt voor hogere zorgkwaliteit, kortere doorlooptijden en lagere kosten.”

NB. Ook zonder actief PR-beleid berichten de media graag over Buurtzorg. Bekijk vooral ook de uitzending op Nieuwsuur op 23 december 2010.

© 2011 Harriët Messing

 

 
%d bloggers liken dit: