ZORGdotCOM

Communicatieadvies + Tekst

Komen de wijzen uit het Oosten? 14 januari 2013

Vanuit mijn vrijwilligerswerk voor Compassion for Care ben ik al een tijdje aan het kijken naar elementen die vernieuwing, transparantie en de menselijke maat in zorgorganisaties in de weg staan. Langzamerhand ben ik ervan overtuigd geraakt dat het top-down besturingsmodel dat in de meeste organisaties nog aanwezig is er daar één van is. Tijdens het symposium Beeldzorg in Beeld van Sensire (Achterhoek) zag ik het bewijs hiervoor. Daar staat de (staf)organisatie weer in dienst van het primaire proces (medewerkers en klanten). En daar is in minder dan een jaar tijd beeldzorg ingevoerd en zijn al 700 klanten en hun mantelzorgers aangesloten. En waarom? De innovatie is van de medewerkers en klanten, niet van het management, de ICT-afdeling of de externe consultant. Goede en snelle implementatie van eHealth vereist veranderingen in organisatiemodellen. Rijnlandse principes passen daar erg goed bij.

beelschermzorg-verlenen-vanuit-het-wijkgebouwWat is daar voor nodig?
Wat betekent het als je jouw organisatie dienend maakt aan het primaire proces? Bij Sensire betekende dat werken met zelfstandige wijkteams van verpleegkundigen, 60 managers eruit (er zijn er nog maar drie over) of in een andere functie en daarvoor in de plaats 80 wijkverpleegkundigen erbij. Dat is nogal wat! Maar het levert ook heel veel op. Dit is het model dat Buurtzorg, dat vanuit Almelo heel Nederland heeft veroverd, al jaren spectaculaire groeicijfers, enorm tevreden medewerkers en zeer tevreden klanten oplevert. Buurtzorg kon echter vanuit niets beginnen en een compleet nieuwe organisatie neerzetten. Sensire heeft een bestaande organisatie flink moeten omvormen. Bestuurder Maarten van Rixtel zei letterlijk dat beeldzorg nooit zo snel zo ver had kunnen komen zonder deze organisatorische aanpassing.

Implementatietijd één jaar!
Waar vele organisaties in de val trappen van moeilijke technologie bedenken en uitrollen, heeft Sensire het anders aangepakt. Ze werken met eenvoudige, bestaande consumentenelektronica, de ideale ouderencomputer iPad, met zoveel mogelijk bestaande internetverbindingen en de web-app PAL4 van Focus Cura. Die maakt gebruik van FaceTime of Skype als het kan en van het beveiligde FaceTalk als het moet. Door FaceTalk is het bovendien mogelijk om bij de klant thuis te overleggen met huisartsen, specialisten en andere zorgverleners. Een centrale, bemand met wijkverpleegkundigen, is 24/7 beschikbaar om ook ’s nachts en in het weekend dringende vragen van klanten via een beeldverbinding te beantwoorden en eventueel actie te ondernemen. Achterhoek Connect zorgt er daarnaast voor dat de buurtslager jouw vlees thuis komt brengen en de bibliotheek jouw boeken als je met je been in het gips op de bank zit of anderszins minder mobiel bent.

Sensire heeft de punt aan de horizon inmiddels al weer veel verder gelegd. GGZ, welzijn en gemeentes (WMO) moeten er straks ook op. Zelf zou ik dan bijvoorbeeld ook UWV’s en Arbodiensten toevoegen. Dan heb je werkelijk alles rondom gezondheid, welzijn en werk onder handbereik.

Innovatie is van medewerker en klant
Een kritische succesfactor voor elke innovatie is het draagvlak bij de mensen die ermee moeten werken. Omdat Sensire medewerkers en klanten in de lead heeft gezet van deze innovatie – zij beslissen wat wel en niet handig is en wat er nog meer kan en moet – is dat draagvlak enorm groot. Maakte de oude beeldverbinding via TV en een joekel van een camera de klant nog een zielenpiet, nu vinden de kleinkinderen van menige Sensire-klant hun opa of oma reuze hip met die iPad. Onderzoek door Marian Adriaansen, lector van de Hogeschool Arnhem Nijmegen laat zien hoezeer beeldzorg mensen kan empoweren. 68 procent van de klanten denkt dat hij daardoor langer thuis kan blijven wonen, 64 procent voelt zich veiliger, van 47 procent is de zelfstandigheid toegenomen, ruim 51 procent voelt zich minder eenzaam. Want de iPad wordt ook gebruikt voor Skypen met familie en vrienden en voor andere leuke internetdingen zoals online spelletjes doen met anderen en YouTube-filpjes bekijken van de band van de zoon. En wel 70 procent van de klanten zegt dat zijn leven er aangenamer van is geworden!

Wie betaalt dat?
Beeldzorg word vanuit de AWBZ voor 4 uur per maand vergoed. Per 1 januari 2013 wordt het beeldconsult ook binnen DBC’s of DOT’s vergoed. De hardware wordt betaald vanuit de pot voor de zorginfrastructuur. Dus ook hier zit niets de uitrol van beeldzorg in de weg.

Organisatiemodel is ook innovatie
Sensire wil haar kennis en ervaring met beeldzorg heel graag delen met de rest van Nederland. Want behalve tevreden medewerkers en klanten en geld in het laadje, is het een manier om de (thuis)zorg toekomstbestendig te maken. Maarten van Rixtel en Focus Cura merken echter dat het ‘not invented here’ syndroom en de organisatievorm van vele organisaties behoorlijk in de weg zitten. “Men wil eerst businessplannen en zekerheid, maar innoveren betekent dat je gewoon in het diepe moet springen en moet vertrouwen op de collectieve denkkracht van je mensen”, verzuchtte Van Rixtel tijdens het symposium. Wellicht dat Sensire (net als Buurtzorg) ook zijn organisatiemodel (ook wel het Rijnlandse model genoemd) moet gaan exporteren. Want over zorgen voor bevlogen medewerkers en blije klanten zit er veel wijsheid in het Oosten.

Meer informatie over Rijnlands of Nieuw Europees organiseren vind je hier en hier. Uiteraard zijn er ook al andere instellingen hier mee bezig, onder andere via In voor zorg!, een programma voor de langdurige zorg van het ministerie van VWS en Vilans, kenniscentrum langdurende zorg.

Meer informatie over beeldzorg van Sensire vind je  hier (klik op de pijltjes op de foto’s voor filmpjes) of download de PDF.

Dit artikel is op 7 januari 2013 verschenen op DigitaleZorgGids.

©2013 Harriët Messing

Advertenties
 

Elsendorp voorbeeld van burgerkracht 24 september 2012

Wat een prachtig initiatief! Ik geloof er heilig in de burgers zelf zorg veel beter en goedkoper kunnen regelen dan overheden en hun uitvoeringsorganisaties. Burgerkracht! Ken jij meer van dergelijke initiatieven die zijn gericht op zorg op dorps- of wijkniveau, laat het me weten!

Elsendorp – Zorg van om de hoek – Brandpunt 23 september 2012 (helaas in Silverlight, dat embedt niet lekker hier)

Eerste aamelding uit Nijmegen door @hannekevS – www.mijnbuurt.je en daarbinnen www.dewijkwebsite.nl

©2012 Harriët Messing

 

Niemand weet alles: leren van fouten 21 juli 2011

Een filmpje van Tim Hartford op TEDGlobal2011 ter inspiratie om nederig te zijn en te blijven. Niemand weet alles. Blijf nieuwsgierig. Er zijn geen simpele oplossingen. Maar gebruik probleemoplossende techniek die werkt: trial & error. Filmpje spreekt voor zich.

© 2011 Harriët Messing

 

‘Doktertje luister’: laat patiënten helpen 16 mei 2011

De gemiddelde arts valt een patiënt al na 18 seconden in de rede blijkt uit onderzoek. Oprecht en aandachtig luisteren naar het hele verhaal van een patiënt is een essentieel onderdeel van goede communicatie en goede zorg. Het blijkt in de praktijk nog niet zo gemakkelijk te zijn. Helaas! Was het maar zo dat wij allemaal in onze opvoeding en educatie luistervaardigheden hadden aangeleerd. Sommige mensen hebben gewoon het talent. Dan kun je bijvoorbeeld Chief Listening Officer worden, zoals @corinejansen van het UMC St Radboud. Luisteren is een enorm belangrijke competentie. Niet alleen voor de individuele zorgverlener, maar ook voor zorgorganisaties als geheel. Alleen zo kun je op elk niveau aansluiten bij je patiënten en jouw zorgverlening gericht verbeteren. E-patient Dave riep in zijn talk op TEDxMaastricht niet voor niets hartstochtelijk op tot ‘LET PATIENTS HELP!’

Luisteren op individueel niveau valt te leren en te trainen. Dat begint met zelfreflectie op jouw eigen luisterstijl. Er zijn vier luistervoorkeuren (Barker en Watson) die elk sterke en zwakke punten hebben. De kunst is jezelf alle stijlen eigen te maken, zodat je ze gericht in kunt zetten op de vertelstijl van degene naar wie je luistert (zie figuur 1). Naar het handelingsgerichte verhaal van je collega luister je immers anders, dan naar het mensgerichte verhaal van je beste vriendin.

Sterke punten Zwakke punten
Mensgericht Merkt stemmingen van anderen snel op
Is geïnteresseerd in het opbouwen van relaties
Geeft om anderen en maakt zich zorgen om hen.
Is opdringerig
Raakt te sterk betrokken bij de gevoelens van anderen.
Is kritiekloos bij het opbouwen van relaties.
Handelingsgericht Komt snel tot de kern van de zaak.
Geeft duidelijke feedback over zijn of haar verwachtingen.
Moedigt anderen aan om georganiseerd en beknopt te zijn.
Is ongeduldig bij wijdlopige sprekers.
Loopt op zaken vooruit en komt snel tot conclusies.
Lijkt overdreven kritisch.
Inhoudsgericht Waardeert technische informatie.
Verwelkomt complexe en uitdagende informatie.
Toetst op helderheid en begrip.
Is te sterk gericht op details.
Kan anderen intimideren door gerichte vragen te stellen.
Heeft veel tijd nodig om tot beslissingen te komen.
Tijdsgericht Beheert tijd op efficiënte wijze.
Zorgt ervoor dat wijdlopige sprekers geen tijd verspillen.
Geeft richtlijnen over tijdsduur van gesprekken.
Jaagt sprekers op.
Beperkt creativiteit door het opleggen van een tijdsdruk.
Valt anderen in de rede.

Het belangrijkste effect van goed luisteren is dat de spreker zich geaccepteerd voelt. Zo ontstaat een sfeer waarin het uitnodigend is om verder te vertellen. Want je erkent wat de ander vertelt, zonder het teniet te doen, eroverheen te praten of het niet serieus te nemen. Ook de problemen of negatieve gevoelens accepteer je daarmee. Die mogen bestaan zonder dat de spreker zich daarvoor hoeft te schamen.

WIER

Naast het Listener Preference Model ontwikkelden Barker en Watson ook het WIER-luistermodel. Dit model helpt inzicht te krijgen in je luistergedrag. Vooral bij miscommunicatie kun je met het model analyseren hoe de misser ontstond. Maar je kunt het model ook gebruiken om je luistervaardigheid te verbeteren.

Het WIER-luistermodel staat voor: Waarnemen, Interpreteren, Evalueren, Reageren. In elk van deze fases kun je de fout in gaan. Dit voorkom je door waar te nemen met gerichte aandacht en concentratie, door mogelijke afleidingen te voorkomen en door dicht bij de spreker te gaan zitten. Bij het interpreteren is het zaak de spreker om voorbeelden te vragen, te vragen formuleringen te verduidelijken, woorden te herhalen of door het verhaal te parafraseren en te checken bij de spreker. Bij het evalueren is het zaak het belang van bepaalde uitspraken te checken, de spreker om feitelijk bewijs of getuigenissen te vragen en pas te oordelen als de spreker is uitgepraat. Het luisterproces is natuurlijk pas compleet als je reageert. Hoe effectiever je reageert, hoe groter de kans op geslaagde communicatie. Fouten kun je hier voorkomen door aantekeningen te maken, overhaaste conclusies te vermijden en direct verbale feedback te geven, zodat de spreker weet dat en hoe je luistert.

Actief luisteren

“Bij actief luisteren probeert de ontvanger te begrijpen wat de zender voelt of wat zijn boodschap betekent. Dan zegt hij in zijn eigen woorden (code) wat hij heeft begrepen en geeft zo de zender de gelegenheid het te verifiëren. De ontvanger zendt zelf geen boodschap: hij evalueert niet, geeft geen mening, advies, logische oplossing, analyse of vraag. Hij geeft alleen maar weer wat hij uit de boodschap van de zender heeft opgemaakt – niets meer en niets minder.” (Gordon, 2003) Deze methode komt het meest tot zijn recht als de spreker een ‘gevoelsboodschap’ of ‘probleemboodschap’ geeft, wat in zorgverlening vaak het geval is.

Het ezelsbruggetje hierbij is LSD: Luisteren, Samenvatten, Doorvragen. Je kunt op verschillende manieren insteken bij het teruggeven in de samenvatting: wat je ziet (lichaamstaal, gezichtsuitdrukking), letterlijk hoort (inhoud), taalgebruik (bijvoorbeeld een opvallend woord of positief of juist negatief gelabelde informatie) en intonatie, manier van spreken (timide, schreeuwen, emotieloos, snel of juist langzaam praten).

Verder is het van belang om je lichaamshouding (geen armen over elkaar of de hele tijd naar je computerscherm kijken), mimiek en reacties af te stemmen op de ander. Ga actief zitten, licht voorover gebogen naar de ander, maak oogcontact, knik af en toe, weerspiegel in je mimiek de emotie van de ander.

Ook een bekende valkuil: de ander als onvolwaardige gesprekspartner behandelen: "En hoe gaat het vandaag met ons, mevrouw Van Vliet?"

Valkuilen

Luisteren is niet makkelijk. Ons eigen oordeel en te snelle interpretatie zorgen vaak voor de volgende (zeer herkenbare) reacties:

  1. Bevelen, dirigeren, commanderen.
  2. Waarschuwen, berispen, dreigen.
  3. Vermanen, moraliseren, preken.
  4. Adviseren, oplossingen of suggesties geven.
  5. De les lezen, beleren, logische argumenten aanvoeren.
  6. Oordelen, bekritiseren, het ermee oneens zijn, beschuldigen.
  7. Prijzen, het ermee eens zijn.
  8. Schelden, belachelijk maken, beschaamd maken.
  9. Interpreteren, analyseren, diagnose stellen.
  10. Geruststellen, sussen, troosten, ondersteunen.
  11. Doorvragen, ondervragen, vragen stellen
  12. Uit de weg gaan, afleiden, toegeven, over iets anders praten

Luisterende organisatie

Luisterende organisatie

Ik deel met Fred Lee de mening dat het huidige kwantitatieve patiënttevredenheidsonderzoek van zorgorganisaties tot niets leidt. Het meet de verkeerde zaken en leidt niet of nauwelijks tot verbetering van zorg. Het UMC St Radboud heeft met haar luistermedewerker een stap genomen op weg naar een luisterende organisatie. Compassion for Care en Participatory Medicine (patiënt en familie worden onderdeel van het behandelteam) zijn daar ook stappen naartoe.  Die luistermedewerker haalt enorm veel belangrijke kwalitatieve informatie naar boven om behandeling en bejegening van groepen patiënten te verbeteren. De persoonlijke aandacht en betrokkenheid van deze medewerker is natuurlijk onvervangbaar. Maar een dergelijke medewerker is wel beperkt door tijd. De informatie zal altijd uit een kleine steekproef bestaan. Alle medewerkers van het ziekenhuis zouden deze competentie moeten bezitten om in individuele situaties optimaal bij bij patiënten en hun familie aan te kunnen sluiten.

Ik durf te beweren dat medewerkerstevredenheidsonderzoek eveneens onvoldoende naar boven haalt wat medewerkers werkelijk denken, voelen en nodig hebben. Voor managers is luistervaardigheid ook een zeer belangrijke competentie in een werkelijk luisterende organisatie.  Een aanvulling van de luistervaardigheid van managers en medewerkers met andere kwalitatieve methodes zou ideaal zijn. Er zijn inmiddels bijvoorbeeld softwarematige oplossingen voor organisaties om continu te luisteren naar klanten/patiënten en naar medewerkers.

Er staat organisaties en professionals eigenlijk niets in de weg om te gaan luisteren en leren/verbeteren. Het is slechts een kwestie van willen en doen. Nou ja, dat is te makkelijk gezegd. Het is een kwestie van het bouwen van een organisatiecultuur waarin iedereen dat als vanzelfsprekend wil en doet. Niet gemakkelijk, wel hard nodig.

© 2011 Harriët Messing

 

Wat is uw favoriete zorgsmaak? 1 mei 2011

Afgelopen donderdag organiseerde de Leerstoelgroep Zorgethiek van de Universiteit van Tilburg (UvT) en Presentie.nl een zorgdebat over innovatieconcepten in de zorg. Het beloofde de aanwezigen inzicht in de sterke en zwakke punten van LEAN, Fred Lee, Planetree en Menslievende Zorg. De laatste is de eigen smaak van de Leerstoelgroep Zorgethiek. Deze won het pleit dus ook volgens een ‘vergelijking’ op wel 19 punten. Toehoorders gingen gelukkig naar huis met een andere conclusie: elke methode heeft wel iets bruikbaars. Het gaat om iets kiezen en gaan experimenteren.

Omdat ik over Planetree en Fred Lee al eerder blogde, geef ik in dit artikel meer aandacht voor LEAN (en LIEF) en Menslievende Zorg.

Planetree

De middag begon met een presentatie over Planetree van drs. Tim Winkler van het Flevoziekenhuis in Almere. Over het Planetree-concept zelf schreef ik al in een eerder blog. Interessant was dat dit ziekenhuis alle bestaande verbeter- en kwaliteitstrajecten onder dit Planetree-concept heeft gebracht, waardoor er een herkenbaar overall doel voor alles ontstond. Inmiddels is het ziekenhuis als eerste van Europa Plantetree-gecertificeerd.

LEAN

Vervolgens lichtte Marc Rouppe van der Voort van het St. Elisabeth Ziekenhuis in Tilburg de LEAN-methode toe met zijn 14 principes. Met deze methode worden processen geoptimaliseerd vanuit de reflectie op waarde, waarbij dat dan moet gaan om de waarde voor de patiënt/klant. Helaas stipte de spreker ook zelf al aan dat LEAN te vaak ontaard in het verwijderen van verspilling. Het Elisabeth verbindt daarom LEAN met LIEF, het lief van de Menslievende Zorg van de UvT. Beide organisaties werken samen om van het Elisabeth Ziekenhuis het ‘Liefste Ziekenhuis van Nederland’ te maken. Graag had ik concrete voorbeelden gehoord van hoe dat dan wordt aangepakt (vooral die verbinding) en welke resultaten er worden bereikt. Maar noch de presentatie over LEAN, noch de boeiende uitleg van Professor Vosman over Menslievende Zorg gaven hier antwoorden op. Vosman lichtte in de pauze toe dat men pas twee jaar onderweg is in dit vijfjarige traject.

Die antwoorden vond ik wel mondjesmaat in een artikel uit een blad van het MC Leeuwarden dat in de map zat die ik bij aanvang kreeg: ‘MCL ook een ‘lief’ziekenhuis?’. Daarin vertelt Vosman dat zij in het Elisabeth werken met ‘learning communities’: een grote groep dokters, verpleegkundigen en andere zorgverleners die gericht aan een bepaald thema of probleem werken. Dat moet zo praktisch mogelijk: de patiënten moeten er meteen van kunnen profiteren. Vosman stelt dat “zorgverleners hierdoor merken dat ze veel minder een productiemachine zijn die standaard zorg levert op basis van regels, protocollen en procedures. Ze worden uitgedaagd hun vakbekwaamheid te combineren met aandacht, trouw en mededogen.”

Fred Lee

Dr. Gert Olthuis, onderzoeker aan dezelfde faculteit van het UvT, gaf een presentatie over Fred Lee. Over diens boek scheef ik ook al eerder een blog. Ik kreeg sterk de indruk dat Olthuis niet verder was gekomen dan het lezen van het boek van Lee, dus praktijkvoorbeelden ontbraken.

Menslievende Zorg

In zijn presentatie over Menslievende Zorg vertelde Vosman dat het hier gaat om een politiekethische kijk op wat zorg tot goede zorg maakt. Daarbij moet je ‘goed’ in de morele zin opvatten. Goede zorg komt tot stand doordat de zorgverlener afstemt op de concrete zorgontvanger en een betrekking aangaat. Ook als die kort duurt (SEH, huisartsenpost). Die betrekking staat centraal. Hoe die betrekking moet worden ingevuld staat verwoord in de theorie van presentie/reductie. Menslievende zorg ziet de patiënt als een kwetsbaar en relationeel wezen, niet als een soevereine klant die op basis van ‘behoeftes’ kiest. De zorgverlener kan daarbij nooit helemaal het perspectief van de concrete patiënt innemen, maar kan wel steeds afstemmen. Belangrijk verschil met alle andere gangbare methoden is dat Menslievende Zorg op drie niveaus wil beïnvloeden: in de directe zorgbetrekking, binnen de zorginstelling als organisatie en op het niveau van de maatschappelijke ordening van de zorg (politiekethisch). Dit wordt triple-loop genoemd.

De vergelijking

Professor Baart presenteerde een vergelijking van de vier methodes, die mij op een aantal punten wat te kort door de bocht ging. Vooral Fred Lee werd hier en daar wederom echt tekort gedaan. Gelukkig relativeerde Baart zijn eigen voorkeur voor Menslievende Zorg wel door te zeggen dat hij natuurlijk bevooroordeeld is. De afdronk in de zaal was gelukkig evenwichtiger. Men vond in elke methode wel aanknopingspunten. Mijn eigen afdronk is dat elke methode nuttig is als die van onderop zorgt voor reflectie op eigen handelen vanuit aansluiting op de patiënt en diens situatie en behoeften. En ook vanuit aansluiting op de eigen collega’s (samenwerken, openheid, compassie et cetera). Waarbij ik wil aantekenen dat LEAN zonder LIEF volgens mij te zeer het risico op koude rationalisatie in zich draagt. Welke methode of combinatie van methodes een zorginstelling kiest, ligt ook sterk aan de bestaande cultuur. Maar niet kiezen, kan echt niet meer.

NB. Naast deze vier innovatieconcepten voor de zorg liet Baart ook nog in vogelvlucht 13 andere ‘verandervisies’ op de zorg de revue passeren:

Bewarende Zorg, Theory U, Magneetziekenhuizen, Duurzame Zorg, Compassion for Care, Belevingsgerichte Zorg, Gastvrije Zorg (Hostmanship), Waardevolle Zorg, Excellente Zorg, Blue Ocean, Fatsoenlijke Zorg, Zorgzame Zorg en Verwenzorg.

©2011 Harriët Messing

 

Internet emancipeert de patiënt 23 februari 2011

Weet u wat e-health is of zorg 2.0? Misschien hebt u er ergens al over gelezen. Of zijn de termen geheel nieuw voor u? Lucien Engelen, Zorg 2.0 ambassadeur van het UMC St Radboud in Nijmegen, legt uit waarom deze ontwikkeling in de zorg voor u als patiënt belangrijk is. Want u zult er in de komende tijd zeker mee te maken krijgen, als dat nu al niet het geval is. Engelen: “Zorg 2.0 gaat de relatie tussen patiënt en zorgverlener gelijkwaardiger maken”.

Lucien Engelen

“Internettechnologie geeft patiënten de mogelijkheid om veel betere keuzes voor hun gezondheid te maken”, stelt Engelen. “Van hoe voorkom ik dat ik ziek word tot welke arts en welke behandeling is het beste voor mij. Internet biedt kennis en kennis is macht. Het emancipeert de patiënt. Hij kan gelijkwaardiger meepraten over zijn ziekte en behandeling. Maar het biedt nog veel meer. Web 1.0 is de term voor websites die vooral een digitale folder zijn. Daar zijn er nog heel veel van in de zorg. Web 2.0 staat voor interactie. Het staat voor informatie, kennis en ervaringen delen. Voorbeelden daarvan zijn patiëntenforums voor lotgenotencontact als die op de website van het NLV. Maar ook op de sociale media, zoals Twitter, Hyves en Facebook, spreken mensen elkaar en wisselen informatie uit. Zorg 2.0 is web 2.0 in de zorg. Het gaat bij Zorg 2.0  niet alleen om online contacten tussen patiënten, maar vooral ook om interactie tussen patiënt en zorgverlener.”

Dokter Google

“Steeds meer mensen gaan eerst op internet op zoek naar informatie over hun ziekte” vertelt Engelen. “In 2003 was dat volgens TNS Nipo nog maar één op de tien mensen, in 2008 al zeven op de tien. De hoeveelheid informatie op internet is gigantisch. De herkomst ervan is heel divers. Je kunt terechtkomen op de site van een patiëntenorganisatie, op ‘onafhankelijke’ gezondheidssites, op de site van een ziekenhuis, op een weblog, noem maar op. De NPCF meldde vorig jaar dat 24 procent van de mensen al gebruik maakt van vergelijkingssites als ZorgKaartNederland.nl om een arts of ziekenhuis te kiezen. Drie op de vijf patiënten wisselen wel eens online informatie uit over ziekte en gezondheid. Eén op de zeven patiënten publiceert online over zijn eigen ziekteproces of medicijngebruik. Zo helpen ze anderen om beter voorbereid bij de dokter te komen.”

Digitale poli's

Patiënt emancipeert

Veel zorgverleners hebben nog moeite met patiënten die zelf aan de slag gaan op internet. En dat patiënten elkaar gaan ‘bedokteren’. Kan de patiënt met vage klachten wel de juiste weg vinden in het oerwoud aan informatie op internet? En hoe betrouwbaar is de gevonden informatie. Wat als iemand de juiste diagnose of behandeling mist? Veel sites van zorginstellingen en patiëntenverenigingen zijn hier ook nog niet op ingericht. Zorgverleners vinden eigenlijk dat de patiënt daar niet zelf over gaat. “Maar ze steken hun kop in het zand” vindt Engelen. “Want internet en sociale media zorgen er op allerlei plekken in de samenleving voor dat de ‘burger’ emancipeert en goede, eerlijke informatie eist. Kijk maar naar WikiLeaks. Daar kun je als zorgverlener en zorginstelling maar beter op anticiperen. Je foldermateriaal digitaal aanbieden is niet meer genoeg. Bovendien is dat materiaal vaak niet bepaald geschreven vanuit het patiëntenperspectief.”

Participatie

Het UMC St Radboud is het eerste ziekenhuis in Nederland dat vroegtijdig heeft ingezien dat internet de relatie tussen zorgverleners en patiënten gaat veranderen. “Als ik moet spreken over Zorg 2.0 namens het Radboud schrikt de zaal meestal even”, vertelt Engelen, “als ik vertel dat het Radboud is gestopt de patiënt centraal te stellen. Dan zie je mensen elkaar even bevreemd aankijken. Want we moeten toch met zijn allen patiëntgericht gaan werken? Ik leg dan uit dat dit model nog steeds uitgaat van dat de zorgverlener weet wat goed is voor de patiënt. Dan vertel ik dat we in het Radboud verder willen gaan. Dat we ‘de patiënt gaan opnemen in het behandelteam’ als een partner dus. De patiënt is ‘eigenaar’ van zijn gezondheid en ziekte en heeft dus ook en rol bij het maken van keuzes in het behandelplan. Dat noem je met een mooi woord patiëntenparticipatie of ‘participatory medicine’. De arts is dan niet meer de alwetende expert, maar een deskundige adviseur en coach, een gids dus.”

AYA4: digitale hangplek voor jongvolwassenen met kanker

Digitale poli’s en zorgnetwerken

De nieuwe patiënt wil als individu gezien worden en niet als diabetes- of longkankerpatiënt. Hij wil dialoog: “praat met me, ook online!” Door zijn eigen verhaal online te vertellen komt hij in contact met anderen die hem en zijn arts kunnen helpen. Bijvoorbeeld aan de naam van een specialist die even meekijkt en adviseert. Of aan tips over aanvullende zorg die de therapie kan ondersteunen. Zo ontstaat een zorgnetwerk dat per patiënt en per behandelfase kan veranderen. Maar de patiënt wil ook inzicht in zijn eigen dossier! Engelen: “Wij bieden onze patiënten al tien digitale poli’s. Dat worden er dit jaar nog meer. Dit zijn online plekken waar patiënten hun eigen dossier kunnen inzien, inclusief uitslagen. Waar ze informatie vinden over hun ziekte. Waar ze binnenkort afspraken kunnen maken en checken. Waar ze online contact kunnen hebben met hun zorgverlener. Waar ze online contact kunnen hebben met medepatiënten. En daar zullen nog veel meer diensten bijkomen. Bijvoorbeeld teleconsults. Ook hebben we een digitale hangplek voor jongvolwassenen met kanker (aya4.umcn.nl). Daar kunnen ze elkaar ontmoeten en ervaringen uitwisselen. Van ziekte en behandeling tot het vinden van verzekeringen en hypotheken. MijnZorgNet.nl is een voorbeeld van een zorgnetwerk waar zorgverleners, patiënten en mantelzorgers elkaar vinden. Het bedient nu IVF-patiënten en mensen met Parkinson.

Preventie is toekomst

“Om de kosten van de zorg beheersbaar te houden moeten we internet ook heel goed in gaan zetten voor ziektepreventie” vindt Engelen. “Nu al kun je op internet bijvoorbeeld cursussen vinden om depressie vroegtijdig te behandelen of zelfs te voorkomen. Maar het gaat nog verder. We zullen beter moeten onderzoeken hoe we mensen kunnen helpen betere keuzes te maken om langer gezond te blijven. Een interessant boek daarover is: ‘The decision tree’ van Thomas Goetz. De overheid zegt al die kant op te willen. Lees bijvoorbeeld het rapport van de RVZ ‘Van ziekte en zorg naar gezondheid en gedrag’ en ‘Perspectief op gezondheid 20/20‘. Maar we besteden momenteel nog geen procent van het zorgbudget aan preventie. Dat zal moeten veranderen. We moeten ook snel naar Preventie 2.0.”

E-health uitgelegd

E-health is niet alleen het gebruik van internet- en communicatietechnieken in de zorg om bepaalde processen tussen zorgverlener en zorggebruiker eenvoudiger, sneller en goedkoper te maken. Het is ook een manier van denken over zorg, waarbij gemak, service en gezondheidsbevordering voorop staan. Vormen van e-health zijn:

  • Telemedicine is zorg op afstand. De patiënt kan vanuit huis communiceren met zijn zorgverlener. Dan kan het ook gaan om het online doorsturen van bijvoorbeeld bloedwaarden. Die kan de zorgverlener dan vanachter zijn computer inzien en waar nodig ingrijpen. Maar ook wordt het gebruikt voor consultatie tussen artsen onderling. Bijvoorbeeld bij teledermatologie. Dan stuurt de huisarts een foto van de aangedane huid naar de dermatoloog en krijgt van hem via internet een diagnose en behandelplan.
  • Telehealth gaat vooral over gezondheidsvoorlichting aan zorggebruikers en training van zorgverleners. Dan kun je bijvoorbeeld denken aan online cursussen tegen depressie of overgewicht.
  • M-health is de term voor de recente ontwikkeling in mobiel internet waarbij programmaatjes of  ‘apps’ op de smartphone worden ingezet voor monitoring, begeleiding of gezondheidsbevordering. Bijvoorbeeld een programma dat autistische kinderen begeleidt om zelf hun dagprogramma te kunnen volgen. Of een ‘app’ die je waarschuwt als je medicijnen moet innemen.

Dit interview staat in het maartnummer van NL-Visie, het ledenblad van de Nederlandse Leverpatiënten Vereniging.

© 2011 Harriët Messing

 

Medisch studenten zoeken compassie in opleiding en werk 13 januari 2011

Medisch studenten zijn een beweging gestart die compassie terug wil aan de basis van opleiding en werk: Compassion for Care. Zij zijn afkomstig van verschillende Nederlandse medische opleidingen en veelal ook lid van IFMSA-NL. Anne Spanjaart, studente Geneeskunde aan de VU: “Opleiding en werk gaan al lang niet meer over het helpen van mensen. Het gaat over competitie en strijd der ego’s. Dit resulteert in grote aantallen overwerkte, verslaafde en depressieve artsen. Wij denken dat compassie als intrinsieke drijfveer hierin een omslag teweeg kan brengen.” De beweging wordt inmiddels gesteund door UMC St Radboud Reshape & Innovation Center en heeft al een podiumplaats bij TEDxMaastricht.

Salmaan Sana

Studenten in opleiding voor medische beroepen beginnen vaak vol passie aan hun studie. Gedurende het studietraject raken velen van hen die passie kwijt. Patiënten worden gevallen en nummers. Tijdens de coschappen raakt 33 procent van de studenten gedesillusioneerd. Twintig procent van de arts-assistenten toont tekenen van burnout. Veertig procent van alle artsen lijdt aan chronische vermoeidheid. Salmaan Sana, eveneens student Geneeskunde aan de VU: “Zij hebben hun idealen vermalen zien worden in een onbarmhartig systeem waarin voor solidariteit, collegialiteit, gedeelde ervaringen en daarmee samenhangende arbeidsvreugde steeds minder plaats lijkt te zijn.” Deze ontwikkelingen zetten niet alleen de arbeidsmarkt voor zorgprofessionals onder druk. De grote hoeveelheid chronisch vermoeide, gedemotiveerde zorgverleners staat immers ook goede patiëntenzorg in de weg.

Lucien Engelen

Verandering vanuit studenten zelf

Lucien Engelen, ambassadeur Zorg 2.0 vertelde vorige week op Skipr waarom het UMC St Radboud Reshape & Innovation Center Compassion for Care heeft opgericht: “In de tijd dat mijn eigen missie om Participatory Healthcare als mogelijke (deel)oplossing voor de zorg zijn vorm en inhoud kreeg, werd mij helder dat com-passie terug moet in de zorg. […] In dit kader proberen wij ook aan het bovenstaande bij te dragen door (deel)oplossingen uit te werken. Zo zijn we bezig dit te adresseren voor onze eigen opleidingen, te kijken of, hoe en wat we aan de curricula kunnen veranderen, bezien of we een en ander in keuzeblokken vorm te geven. Maar ook het bespreekbaar maken ervan. Het prille begin is er. Daarnaast proberen wij ook een platform te bieden aan deze ontwikkeling. Daartoe ben ik gestart met structurele ontmoetingen met  studenten om een plan te maken om vanuit hen een verandering teweeg te brengen. Keerpunt hierbij was een ontmoeting in Utrecht met acht studenten, vrijwel allen betrokken bij de IFMSA-NL, waarbij we samen afspraken hierin gemeenschappelijk op te treden.”

Karen Armstrong

Gulden regel

Inspiratie voor de beweging kwam van de Charter for Compassion beweging die is voortgekomen uit een TEDtalk door de Britse religieus publiciste Karen Armstrong. Deze wil compassie terugbrengen in het hart van onze samenleving en als het centrale uitgangspunt van onze morele en religieuze tradities. Het handvest is opgesteld door vertegenwoordigers van alle landen en wereldreligies en is ook in Nederland actief. Compassie is de houding en het gedrag dat voortkomt uit het naleven van de gulden regel: behandel anderen zoals je zelf behandeld zou willen worden. Deze regel is de basisgedachte van alle grote levensovertuigingen en religies ter wereld. Deze gedachte moet volgens de initiatiefnemers van Compassion for Care weer de basishouding zijn van waaruit zorgverleners werken: behandel patiënten en cliënten zoals je zelf behandeld zou willen worden. Vooral als zorgverleners zelf patiënt worden, beseffen ze pas hoe ver de huidige gezondheidszorg van dit principe vervreemd is geraakt. Voorbeelden daarvan kun je lezen in het boek Dokter is Ziek.

Startconferentie 26 februari 2011

Op 26 februari 2011 organiseren UMC St Radboud Reshape & Innovation Center en IFMSA-NL in Nijmegen de startconferentie Compassion for Care. De conferentie zal studenten aan medische opleidingen samenbrengen met visionairs uit de gezondheidszorg. Mensen die op hun eigen wijze passie en compassie hebben weten terug te brengen op hun terrein van de zorg. Samen zullen zij komen tot een handvest waarin zal staan hoe compassie en patiëntenparticipatie verder vorm zullen gaan geven aan de toekomst van de gezondheidszorg in Nederland en daarbuiten. Het handvest zal de zorgparagraaf gaan leveren voor het internationale initiatief Charter for Compassion dat in de VS is ontstaan uit TED. Het handvest zal worden gepresenteerd tijdens TEDxMaastricht op 4 april 2011. Deelnemers aan die bijeenkomst zal worden gevraagd het handvest te ondertekenen en actief te gaan verspreiden en inzetten in hun organisatie en netwerk.

Anne Spanjaart

Wil je meehelpen?

Ben je student aan een opleiding in de zorg, universitair of HBO, en herken jij je in de doelstellingen van Compassion for Care? Help dan mee. Dat kan bijvoorbeeld door jouw ‘social network’ ter beschikking te stellen. Of door nog actiever ambassadeur voor Compassion for Care te worden bij jouw opleiding. Ga hen volgen op hun website, Facebook en Twitter en spread the word! Op 19 januari 2011 kun je bovendien van 18.00 – 20.00 een informatiebijeenkomst bijwonen bij Seats2Meet Utrecht (inloop vanaf 17.30). Op deze bijeenkomst kun je kennis maken met de organisatoren en meedenken en -doen over hoe we zoveel mogelijk studenten en zorgverleners kunnen betrekken bij de startconferentie  op 26 februari in Nijmegen. Meld je voor de 19de en/of voor de startconferentie aan bij: info@compassionforcare.com.

Dit artikel is speciaal geschreven voor de introductie van Compassion for Care en is ook gepubliceerd op de website van de organisatie.

© 2011 Harriët Messing

 

 
%d bloggers liken dit: