ZORGdotCOM

Communicatieadvies + Tekst

Andere besturing voor vitale zorgorganisaties 19 maart 2012

Waarom is het in zo veel zorgorganisaties zo enorm mis gegaan? Waarom is de bureaucratie onafzienbaar geworden? Waarom is de patiënt/cliënt vaak een productiemiddel geworden? Waarom zijn medewerkers vaak murw en soms zelfs al gedemotiveerd of burn-out, slechts een klein radertje in enorme monsterorganisaties? Omdat in de zorg ten onrechte is gewerkt met Tayloriaanse managementinstrumenten uit het bedrijfsleven. Onder druk van de bezuinigingen lijken veel zorgorganisaties daar nog maar eens een schepje bovenop te gaan doen met nog meer fusies en bijbehorende managementtools. De uitkomst zal echter niet anders zijn. Daarvoor is een andere aanpak nodig en die begint bij een ander soort leiderschap.

Vitale spiralenZaken als schaalvergroting, procesdifferentiatie, beheersing en controle passen niet bij de zorg met zijn van nature niet routinematige karakter. Patiënten zijn geen controleerbare grondstof. Procesbenadering kan op hen niet worden toegepast, want er is teveel variatie in hun (zorg)behoeften. Hierdoor gaat de menselijk maat verloren voor zowel zorgverlener als patiënt/cliënt.

Jaap van de Mei legt in zijn boek de fatale spiralen bloot waar heel veel zorgorganisaties al vele jaren aan lijden. Zij zullen het gaan afleggen tegen beginnende organisaties die het meteen anders kunnen doen vanuit vitale spiralen. Een goed voorbeeld is Buurtzorg met een dienend leider, minimale sturing van bovenaf, slimme instrumenten ter ondersteuning van processen en veel ruimte voor de professionaliteit en intrinsieke motivatie van de medewerkers. Het is echter niet te laat. Bestaande organisaties kunnen nog veranderen. Van der Mei beschrijft ook hoe fatale spiralen weer vitaal kunnen worden.

Bestuurders/leiders

Er is ander (dienend) en eigenzinnig leiderschap nodig:

– De bestuurder is gefocust op het primaire proces dat leidend is in alles, en niet als eerste op het belang van de organisatie (bv. imago, omvang, aandeelhouderswaarde).

– Hij is veelvuldig aanwezig op de werkvloer om te weten wat speelt.

– Hij werkt vanuit vertrouwen in de medewerkers.

– Hij probeert op eigenzinnige, legale manier te ontkomen aan verantwoordingsverplichtingen als die niet leiden tot betere zorg.

Structuur

– Schaalverkleining, te beginnen in het primaire proces.

– Vergaande regelruimte voor medewerkers en de tijd en ruimte om hen te leren daar verantwoord mee om te gaan (denk ook aan het ‘Ja, tenzij-model’ van Humanitas).

Processen

– Hoofdordening van werkstromen baseren op achtereenvolgende relaties (i.p.v. activiteiten),

– waarbij de zorgverlener met de patiënt/cliënt een efficiënt zorgtraject uitstippelt en realiseert.

– Hierbij is het van belang om flexibiliteit en integraliteit te organiseren (i.p.v. procesbenadering, standaardisering, protocollering, specialisering etc.).

– Dat betekent dus multi-specialisatie onder medewerkers stimuleren (wat ook zorgt voor nieuwe uitdagingen en groeimogelijkheden) en hen inzetten voor verschillende taken.

– Door het ‘Welkom-principe”toe te passen, wordt elke patiënt/cliënt direct geholpen, worden vervolgafspraken (eventueel ook die met andere zorgverleners) meteen gepland (daar waar nodig of mogelijk zo snel mogelijk en geclusterd) en worden wachtlijsten voorkomen.

Sturing

– Het is aan de professionals om bedrijfskundige instrumenten wel of niet te gebruiken (het moet immers ten goede komen aan het primaire proces).

– Variatie in de uitvoering van hun werk wordt aangemoedigd.

– Verantwoording afleggen focust zich op de manier waarop een resultaat of keuze tot stand is gekomen. Daarbij worden ook persoonlijke aspecten betrokken.

– Er is altijd een spanning tussen het belang van de patiënt/cliënt en het belang van de organisatie. Het is van belang dit te erkennen en medewerkers te helpen naar oplossingen te zoeken als dit optreedt.

– Door stukjes van het organisatiebelang in het domein van de professional te brengen en horizontale bijsturing te stimuleren, dus van collega’s, (ook wel het eigenaarschapplusmodel genoemd) kun je medewerkers stimuleren het belang van cliënt en organisatie te dienen.

Jaap van der Mei, Fatale en Vitale spiralen in de zorg, 16 zorgeigen oplossingen, met interessante en zeer relevante kantlijnopmerkingen van Maarten van Rixtel, bestuurder Sensire, Lucie Boonekamp, docent Erasmus Centrum voor Management Development in de Zorg en Marius Buiting, senior adviseur CBO. Meer info of boek bestellen: http://www.jaapvandermei.nl en http://www.naarrijnlands.nl/

© 2012 Harriët Messing

 

Solidariteit enige juiste ‘frame’ voor zorg 24 juni 2011

Ja, ik ben boos! Om hoe het kabinet de afgelopen weken bij de presentatie van de bezuinigingen in de zorg gebruik maakte van hele nare manieren van ‘framing’ (mentale constructies die bepalen hoe we de wereld zien). Mooi beschreven door onder andere Pieter Hilhorst vorige week in de Volkskrant. Framing is in de handen van dit kabinet een gevaarlijk speeltje dat wordt ingezet om compassieloos de wortels van onze beschaving aan te tasten: solidariteit met de zwakken in onze samenleving.

De frames die dit kabinet gebruikt voor de ondoordachte bezuinigingen in de zorg appelleren aan het onderbuikgevoel in de samenleving: ‘beetje op onze kosten ziek zitten zijn’. Vorig jaar noemde de premier het PGB nog ‘een vorm van beschaving waar we niet aan mogen komen’, Nu worden gretig voorbeelden van misbruik van PGB’s aangehaald om aan te tonen dat het bij PGB-houders alleen maar gaat om uitvreters. Het adagium bij eerdere bezuinigingen, ‘eigen verantwoordelijkheid en zelfmanagement’ wordt maar even in de koelkast gezet, want komt nu even niet van pas. Vorig jaar noemde de RVZ en de minister zelf de PGO-beweging belangrijk als derde partij voor de kwaliteitsbewaking in de zorg. Nu zijn het ‘theekransjes’ en mogen ze zo zwaar gekort worden dat velen van hen het niet zullen overleven.

Gezonde en zieke mensen worden zo tegen elkaar uitgespeeld. Want het alternatief, hogere zorgpremies of, nog beter, hogere inkomensafhankelijke bijdragen, dat willen we natuurlijk niet. Dat kost stemmen. Maar dan hebben we het wel over NU NOG gezonde mensen. Want iedereen kan morgen chronisch ziek worden. Of een zwaar gehandicapt kind krijgen waarvoor gespecialiseerde zorg niet binnen de AWBZ te vinden is. Je moet het blijkbaar eerst zelf meemaken voordat je snapt hoe je wereld er dan uitziet, vooral financieel.

Wederom wordt er met de kaasschaaf bezuinigd in plaats van naar het systeem te kijken. De gekozen bezuinigingsposten zullen straks onvermijdelijk leiden tot hogere zorgkosten. En tot marginalisering van groepen patiënten die dat niet verdienen. Het grote goed in Nederland is altijd onze solidariteit met de zwakken in de samenleving geweest. Daar is ons zorgstelsel altijd op gebaseerd geweest. Maar nu laat de VVD mensen liever doorroken omdat ze ons dan straks minder geld kosten.

Ik vind het schokkend en verdrietig om te zien hoe de rechts-ideologische verhuftering in de politiek leidt tot VVD: ‘ieder voor zich’, CDA: ‘en God voor ons allen’, PVV: ‘behalve natuurlijk de Moslims’ (geen bijsluiters meer in Turks en Marokkaans, dus meer medicatieongelukken en bijkomende kosten, lekker slim nagedacht). Volgens mij is het enige juiste politieke frame voor de zorg: solidariteit. En niet zoals nu de zwakken de rekening laten betalen voor een veel te ingewikkeld en onbeheersbaar geworden zorgsysteem. Wanneer gaan we nou eindelijk eens met zijn allen bekijken hoe we het zorgsysteem en de bekostiging ervan transparanter en daarmee beter beheersbaar en goedkoper kunnen maken?

© 2011 Harriët Messing

Dit artikel is ook geplaatst op www.deeljezorg.nl

 

Shared decison making voorkomt onnodige operaties 13 december 2010

Dit weekend berichtte onder andere de NOS/Nieuwsuur dat in Nederland de hoeveelheid behandelingen bij bepaalde aandoeningen per regio verschilt. Dat heet praktijkvariatie. Bovendien blijkt er zelden sprake van onderbehandeling, maar wel van overbehandeling en dus onnodige operaties en onderzoeken. Artsen kunnen volgens de onderzoekers door eenduidigere indicatiestelling en stimulering van ‘shared decision making’ voor ons allen een half tot één miljard aan onnodige zorgkosten besparen. Het ging om een onderzoek van Plexus in opdracht van VWS. Praktijkvariatie is niet uniek voor Nederland. Dezelfde bevindingen zijn ook in de VS gedaan. Daar komen onderzoekers grotendeels tot dezelfde aanbevelingen. Benchmarking zal artsen helpen tot betere richtlijnen te komen.

Plexus pleit in zijn rapport voor:

1. Ontwikkeling van heldere richtlijnen en indicatoren over indicatiestelling.

2. Aanscherping van aanspraken op verzekerde zorg.

3. Stimuleren van ‘shared decision making’.

4. Meten van uitkomsten van zorg.

Verkrijgbaar bij Amazon.com en BOL.com

De capaciteitsparadox

In zijn boek ‘Tracking Medicine’ toont John E. Wennberg (een must read!) het fenomeen praktijkvariatie aan in de Amerikaanse gezondheidszorg. Zonder het van zichzelf te weten, blijken zorgverleners, artsen een belangrijke factor te zijn in het veroorzaken van onnodige zorgkosten. Paradoxaal genoeg blijkt meer zorgcapaciteit creëren averechts te werken. Meer invloed van patiënten op de behandelkeuzes blijkt kostenbesparend en leidt tot grotere tevredenheid.

In zijn boek pleit Wennberg voor:

1.  Stimuleren van georganiseerde systemen voor de levering van gezondheidszorg (health care delivery systems).

2. ‘Informed patient choice’ als de ethische en juridische standaard voor keuzes over facultatieve chirurgie, medicijnen, testen en ingrepen en voor zorg rondom het levenseinde.

3. Beperking van de ongecontroleerde groei van de capaciteit en de bestedingen van de gezondheidszorg. Want aangetoond is dat hoe meer capaciteit er is, hoe meer zorg per hoofd van de bevolking wordt ingezet.

4. Meer en beter wetenschappelijk onderzoek naar de manier waarop gezondheidszorg wordt geleverd.

Kloof tussen EBM en PCM dichten

Shared decision making lijkt bij Plexus een minder urgente focus te hebben dan bij Wennberg. In zijn uitstekende blog op MijnZorgNet (ook een must read!) pleit gynaecoloog Jan Kremer mijns inziens heel terecht voor het dichten van de kloof die gaapt tussen evidence based medicine (EBM) en patient centered medicine (PCM): “EBM moet meer rekening houden met individuele karakteristieken, wensen en voorkeuren van patiënten en PCM moet meer aandacht gaan schenken aan een stevig wetenschappelijk fundament.”

Beter organiseren en patiënt laten meebeslissen

Daar waar de levering van de zorg wel goed is georganiseerd, zoals in de Amerikaanse Mayo Clinic, blijkt excellente zorg tegen veel lagere kosten per hoofd van de bevolking mogelijk te zijn. In deze kliniek wordt ook al gewerkt met ‘participatory medicine’. Wennberg pleit daarom ook sterk voor zorg die uitgaat van de voorkeuren van patiënten in plaats van aanbodgerichte zorg (‘we kunnen het, dus we doen het’). Tegelijk waarschuwt hij voor een te eenzijdige focus op alleen de kostenbesparende effecten. De door patiënten ervaren kwaliteit van zorg is zeker zo belangrijk.

En het werkt!

In mijn vorige blogpost, liet ik zien hoe ikzelf op kleine schaal door ‘shared decision making’ met mijn arts besloot tot afzien van behandeling nu. En dat een eerdere behandeling eigenlijk nog niet nodig was geweest. Ik ben nu veel tevredener zonder behandeling dan ik was toen de vorige arts mij ‘dom hield’ en een behandeling als ‘noodzakelijk’ en ‘volgens protocol’ opdrong. Ik hoop van harte dat minister Schippers deze studies mede als uitgangspunt gaat nemen als zij excellent presterende ziekenhuizen in de toekomst gaat belonen. Beloning is volgens mij de beste motivatie om werk te gaan maken van een beter georganiseerde levering van zorg en van patiëntenparticipatie.

© 2010 Harriët Messing

 

Lidmaatschap patiëntenvereniging hard nodig! 21 oktober 2010

Alle patiënten moeten lid worden van hun patiëntenvereniging. Anders doen ze zichzelf en andere patiënten tekort. Studie wijst uit dat patiënten betere keuzes over hun zorg kunnen maken als ze goed geïnformeerd zijn. Daar zijn patiëntenverenigingen goed in. Ze kunnen bovendien veel beter een vuist maken als hun achterban groot is. Met het oog op de vergrijzing en de stijgende kosten kondigt Den Haag steeds vaker bezuinigingen aan die direct de zorg aan bepaalde patiëntengroepen treft. Recent zagen we in de CZ-zaak hoe belangrijk het is dat zij ook de zorgverzekeraars kritisch (kunnen) volgen.  Ook zullen ze door hogere contributie-inkomsten minder afhankelijk hoeven zijn van sponsoring door commerciële partijen voor professionalisering, projecten en onderzoek. Maar patiënten gedragen zich net als in andere publieke domeinen vooral als consument. Ze nemen te weinig zelf de verantwoordelijkheid en regie voor hun zorg. Dat kunnen ze zich echt niet meer permitteren, vindt ook de RVZ in haar Stategische Zorgagenda. Marktwerking in de zorg vraagt immers ook om een actieve en goed geïnformeerde klant. Via patiëntenverenigingen kunnen zij actief meepraten over verbeteringen vanuit de optiek van de patiënt.

Patiënt, neem je verantwoordelijkheid!

Mijn neef heeft Crohn. Toevallig sprak ik hem deze week over een bericht op Twitter dat verontrustend voor hem was. Hij wist nog van niets. Dus vroeg ik hem of hij niet de patiëntenvereniging moest bellen. De Maag Lever Darm Stichting (MLDS) was het eerste wat er in hem opkwam. Maar die wilde hij niet bellen omdat hij er niet achter staat dat ze voedingsmiddelen voor Unilever promoten. Ik vertelde hem dat dit een fonds is dat geld voor onderzoek bijeenbrengt en niet op dit soort voorlichting gericht is. Van die andere club, ja, daar had hij wel van gehoord. Maar hij was geen lid. Hij zou zijn specialist wel bellen. Maar dat kon pas morgen. En dan nog, dit was natuurlijk geen acute vraag, dus wanneer hij dan antwoord kon verwachten…

CUVVN al in actie

Dus ben ik zelf gaan bellen met de Crohn en Colitis Ulcerosa Vereniging Nederland (CCUVN). Zij vertegenwoordigen mensen met deze auto-immuunziekten (chronische ontstekingen van het spijsverteringskanaal, ‘van mond tot kont’). Daar sprak ik met de directeur, Tineke Markus. Zij kon mij alles vertellen over de achtergronden van de berichtgeving en over hun standpunten. Ze legde uitvoerig uit hoe de vereniging met vele andere partijen bezig is om ervoor te zorgen dat de situatie ten goede gekeerd wordt. Daarover bleek in het verenigingsblad al uitgebreid te zijn gesproken. Mijn neef had het dus kunnen weten als hij lid was geweest.

Informatie halen

Vervolgens spraken we nog wat door over de vereniging. Markus vertelde dat er circa 55.000 patiënten met Crohn en Colitis Ulcerosa in Nederland zijn. De verwachting is dat het aantal patiënten met auto-immuunziekten de komende decennia alleen maar zal stijgen. Toch zijn nu slechts 10.000 mensen lid. Gelukkig kunnen ze daarmee op goed niveau hun werk doen, maar er kan en moet altijd meer. En met dit dilemma zitten eigenlijk alle patiëntenverenigingen. Mijn neef heeft er niet zo over nagedacht waarom hij lid zou moeten worden. “Van mij hoeft dat gepraat op patiëntenforums niet zo. En ik krijg de benodigde informatie wel via mijn specialist.” Toch is dat naïef gedacht. Patiënten moeten voorlichting meestal toch vooral nog HALEN. En de kwaliteit van de informatie verschilt van ziekenhuis tot ziekenhuis. Mijn neef is gelukkig onder behandeling bij een uitstekende en communicatieve specialist in het UMCU. Maar hij heeft bijvoorbeeld nooit de naam of een folder van de vereniging van zijn specialist gekregen. Markus herkent deze gang van zaken: “Artsen willen wel, en we bieden hen kant-en-klare materialen, maar in de praktijk wordt het toch vaak vergeten. Maar het is wel belangrijk. Na de eerste diagnose en ook verderop in het traject is het toch fijn te weten dat er een club is die alles zo voor je op een rijtje kan zetten en weet heeft van de nieuwste behandelingen,  medicijnen en onderzoeken. En die voor jouw belangen zal strijden als Den Haag bijvoorbeeld weer eens wil bezuinigen.”

Meteen lid geworden

Na het gesprek met Markus heb ik mijn neef uiteraard teruggebeld en hem de informatie gegeven die ik met één telefoontje boven water heb gekregen. Met die informatie was hij meteen gerustgesteld. Hij gaat zijn specialist niet meer bellen. Ook was hij aangenaam verrast door de adequate acties van de club. Hij is meteen lid geworden. Want ook als hij er niet dagelijks aan de lijn wil hangen, steunt hij met zijn lidmaatschap hun belangrijke werk. Zorgverzekeraars vergoeden nu soms zelfs een deel van de contributie. Dat zouden ze allemaal moeten doen. Zij profiteren immers van de inbreng van patiënten voor hun CQ-Index metingen. Dus patiënten van Nederland, verenigt u! Neem uw eigen verantwoordelijkheid om de kwaliteit van de zorg mede te bepalen en te garanderen.

NB. De NPCF pleitte gisteren (in een reactie op berichtgeving over lobbying in de zorg) voor bekostiging van de versterking van patiëntenverenigingen via premiefinanciering. Dat zou dan betekenen dat alle Nederlanders in hun zorgpremie gaan meebetalen. Een interessante optie die ook meteen veel vragen oproept. Wie gaat dat potje dan vervolgens verdelen? De verzekeraars, een apart op te richten ‘verdeelbureau’? Op basis van welke criteria komt de verdeelsleutel tot stand? Interessante discussie.

© 2010 Harriët Messing

 

Betere ouderenzorg: branche moet het nog zien 11 oktober 2010

De nieuwe coalitie zet in op het verbeteren van de ouderenzorg volgens het concept regeerakkoord. Voor de langdurige zorg trekt het aanstaande kabinet 750 miljoen euro uit. Ook moeten er 12.000 extra medewerkers bij. Werkgevers verenigd in ActiZ en werknemers verenigd in V&VN zijn op hoofdlijnen tevreden met het akkoord. Hoe dat extra personeel er moet komen daarover verschillen ze van mening. Ik sprak over de plannen met Marco Wisse, directeur van Expertisecentrum Naarderheem in Naarden, onderdeel van de Gooise Vivium Zorggroep.

Marco Wisse, directeur Expertisecentrum Naarderheem

ActiZ is vooral tevreden over de keuzes voor scheiding van wonen en zorg en voor vermindering van de administratieve lasten. “Ik ben blij dat na al die jaren van tariefskortingen, politici nu tot het inzicht zijn gekomen dat kaasschaven niet ten goede komt aan de kwaliteit van de zorg,” zegt ActiZ directeur Aad Koster over het extra budget op de eigen website. “Met dat geld kunnen de zorgzwaartepakketten (ZZP’s) op een ruimere manier worden ingevuld. Met meer handen aan het bed.” Volgens woordvoerder Pauline Fuhri van ActiZ op Zorg + Welzijn moet een belangrijk deel van die 750 miljoen euro worden besteed aan preventie. “Dat betekent: investeren in technologie, innovatie, en mantelzorg.”

Achterban kritischer

Het extra budget weegt niet op tegen de bezuinigingen en maatregelen die voor dit jaar zijn aangekondigd, is de reactie die je overal in het land van branchegenoten van Wisse hoort. Meer handen aan het bed gaat het volgens hen niet opleveren. “Door dit akkoord komt er niet meer tijd per patiënt beschikbaar”, zegt Wisse. Het geld onder de streep voor elk zorgzwaartepakket blijft onder druk staan. En wat het gaat betekenen dat de uitvoering van de AWBZ naar de zorgverzekeraars gaat, en of dat meer geld per ZZP gaat opleveren, is een hele grote vraag. Even de huidige praktijk. Stel je hebt als patiënt 18 uur zorg per week in je pakket. Daar gaat dan al zoveel af door wettelijke eisen voor personele bezetting en door steeds weer nieuwe eisen van de inspectie, dat er maar 45 minuten overblijven voor de echte verzorging: verplegen, wassen, aankleden, praatje maken et cetera.”

Micromanagement overheid

Wisse: “Er wordt zoveel van bovenaf opgelegd en geregeld dat we aan ons echte werk nauwelijks meer toekomen. Ook in andere branches zijn beloftes over minder regeldruk gedaan en nooit waargemaakt. Ik moet het nog zien of Den Haag op kan houden met micromanagen. Een goed voorbeeld is ondervoeding. Een tijd geleden heeft iemand gepubliceerd dat ondervoeding een groot probleem is in verpleeghuizen. Het verhaal was totaal niet wetenschappelijk onderbouwd. Maar van de inspectie moeten we sindsdien elke maand elke bewoner wegen. Dat betekent dus dat je mensen die al heel erg in de war zijn, in een soort grote hangmat moet leggen en optakelen. Daarvan zijn ze verder de hele dag van slag. En het komt bovenop de werkdruk die er al is. Dus gaat het ten koste van de tijd die je hebt voor persoonlijke aandacht.”

Voor elk wat wils, ook in het restaurant

Overheid stelt klant niet centraal

“Waarom ik daar zo somber over ben is omdat ze minder regeldruk beloven en dan tegelijkertijd komen met het plan voor een wet op douchebeurten en buitenlucht”, vervolgt Wisse. “De politiek bepaalt ook straks weer van bovenaf wat goed is. Wat de patiënt wil, doet er weer niet toe. Wij maken met patiënten zorgleefplannen. Daarin mogen ze zelf kiezen hoe vaak ze willen douchen en naar buiten willen. Want elke patiënt is anders. De overheid propageert dat klanten keus moeten hebben, maar beperkt vervolgens zelf die keus op microniveau. Die bemoeizucht is wat het werk zo zwaar maakt voor onze medewerkers. Bij elke nieuwe regel moeten wij van andere taken weer tijd afsnoepen. Stopwatch erbij. En dan krijg je dus toestanden zoals laatst in Amsterdam. Ik snap heel goed dat personeel daar aan de bel trekt. Dat had bij ons ook kunnen gebeuren. Alleen hebben wij hier beter kunnen uitleggen dat het management dat ook niet wil, dat er gewoon weer door maatregelen van de overheid minder geld beschikbaar is. Maar dat maakt het niet leuker voor het personeel.”

Zorgen over vinden personeel

Wisse komt uit een lange lijn van verpleegkundigen. “Mijn opa was verpleegkundige, mijn vader was verpleegkundige en ik ben ook als verpleegkundige in de zorg gestart. Ik heb dus zicht op een hele lange periode en heb het vak steeds professioneler zien worden. Als ik minister van VWS zou zijn, dan zou ik vooral heel veel aandacht hebben voor het personeel in de zorg. Vroeger was je er trots op om in de zorg te werken. Nu is het bijna zo ver dat ons personeel op feestjes maar niet meer vertelt waar het werkt. Hoe moet je dan nog 12.000 mensen extra gaan krijgen. We hebben nu al personeelstekorten door het imago van de zorg en de werkdruk. We doen hier heel erg ons best om ook de jonge generatie te interesseren voor dit werk. Die hebben een speciale aanpak nodig, want ze hebben een hele andere kijk op leren en werken. We doen momenteel een pilotproject met een leerafdeling. Daar mogen studenten onder begeleiding van ervaren verpleegkundigen met veel eigen verantwoordelijkheid zelf een afdeling draaien. De nieuwe generatie ‘screenagers’ wil niet meer leren in de opzet van meester-gezel. Zij willen meteen verantwoordelijkheid en ‘just-in-time learning’. Ook onderzoeken we nu al hoe deze mensen kijken naar arbeid en arbeidsvoorwaarden. Daar gaat mijn MBA-thesis over.”

Bewoners VVT waarderen branche met een 8 gemiddeld

Imago

Maar alles staat en valt bij dat werk in de zorg weer gewaardeerd moet worden” vindt Wisse. Door overheid en door de maatschappij. De mensen die wij in onze branche verzorgen en verplegen waarderen ons in de laatste benchmark van Actiz met een 8. Toch is dat niet het beeld van de gemiddelde Nederlander Het is zuur dat er in de media alleen over je gepraat wordt op het niveau van negatieve incidenten, zonder enige diepgang en achtergrond. Dat draagt ook heel erg bij aan een onterecht negatief imago. Het overgrote deel van de instellingen in Nederland doet het gewoon goed.”

Plaats voor grote en kleine aanbieders

De nieuwe coalitie is tegen te grote zorgaanbieders en wil desnoods gedwongen gaan splitsen. ActiZ stelt dat de aanname niet klopt dat kleinschalige zorg alleen door kleine instellingen kan worden verzorgd. De eigen benchmark toont aan dat grote instellingen die zorg ook prima kunnen leveren. Wisse is het daar mee eens. “Bij Vivium kunnen we door onze schaalgrootte inspelen op voor elk wat wils. De één wil privacy en een eigen kamer, de ander geeft de voorkeur aan samen op een kamer of in een groep te wonen. De één wil in een omgeving waar alle lagen van de samenleving bij elkaar wonen en de ander wil omringd worden door de eigen bekende groep. Je ziet dus ook dat familie van onze bewoners eerst een rondje langs alle locaties maakt voor ze kiezen waar hun vader of moeder gaat wonen. Ze zijn blij met die keuzemogelijkheden.”

Boven minimum zelf betalen

Wisse is heel duidelijk als het gaat om het toekomstperspectief van de zorg: “De politiek moet gewoon eens eerlijk en duidelijk gaan zeggen dat de tijden van Vadertje Drees echt voorbij zijn. De staat kan niet meer onze zorg van geboorte tot graf betalen. De koek is op. Ze kan door de vergrijzing straks alleen nog maar een minimum zorgkwaliteit garanderen voor iedereen. Wie zelf (spaar)geld heeft zal ook echt zelf moeten gaan betalen. Sparen voor de erfenis van de kinderen is voorbij.”

© 2010 Harriët Messing

 

Zorgregeerakkoord: wat vindt de huisarts 4 oktober 2010

De nieuwe coalitie zet de komende jaren zwaar in op kwalitatief hoogstaande, toegankelijke en betaalbare zorg. Deze moet zo dicht mogelijk bij de patiënt worden georganiseerd. Het gaat dan om huisartsenzorg, wijkverpleegkundigen, thuiszorg, apothekers en fysiotherapeuten, om regionale ziekenhuizen die basiszorg leveren en om andere zorgverleners. Deze werken straks allemaal samen in een netwerk van zorg in de wijk of in het dorp. Door taakherschikking kunnen alle zorgverleners zelfstandig die taken uitvoeren waar zij het beste in zijn. Ik sprak over deze plannen en de consequenties voor de huisartsenpraktijk met bevriend huisarts Rik Kaarsgaren uit Utrecht.

 

Huisarts Rik Kaarsgaren

 

“We komen er in Nederland niet onderuit om de totale zorgketen anders in te gaan richten”, zegt Kaarsgaren. ”Er komen meer mensen die zorg nodig hebben en minder mensen die deze in ziekenhuizen en andere zorginstellingen kunnen gaan verlenen. Minder handen aan het bed. Zorg die nu in ziekenhuizen wordt gegeven, maar beter door de huisarts kan worden gedaan, gaat naar de huisarts. Maximale substitutie, dat is iets waar Stichting de Vrije Huisarts al in 2006 op aandrong en waar ik volledig achter sta. Het is bijvoorbeeld heel raar dat in mijn praktijk de assistente uitstrijkjes maakt en de gynaecoloog in het ziekenhuis dit nog zelf doet. Ook zou de longarts stabiele patiënten met COPD (rokerslongen) actief moeten terugverwijzen naar de huisarts. Iedereen in de zorg moet verder gaan denken dan zijn eigen belang: welke zorg kan het beste op welke plek en door wie gegeven worden. Maar al die veranderingen moeten goed gefaciliteerd worden door een betrouwbare overheid. Het uitgangspunt van de regering mag niet ordinair bezuinigen zijn, wel visionair sturen.”

Investeren in ondersteuning

Kaarsgaren: “Als huisarts vind ik het heel belangrijk dat ik een regiefunctie heb in de zorg rond een patiënt. Iemand moet het overzicht behouden en zorgen voor continuïteit. Dat gaat nu nog wel eens mis. Laatst nog toen de anesthesist en de oncoloog, onafhankelijk van elkaar, aan de pijnbestrijding van een terminale patiënt gingen sleutelen. En ook omdat patiënten regelmatig zonder verwijzing van de huisarts naar een ziekenhuis gaan. Dat de poortwachterfunctie van de huisarts afbrokkelt is inherent aan het feit dat patiënten mondiger worden. Toch kan de huisarts wel beter dan een patiënt inschatten waar hij het beste behandeld kan worden. Dat past prima in de regiefunctie. Bij dit alles is communicatie, dossiervorming en -uitwisseling nog belangrijker. In mijn dagelijkse praktijk bel ik bijvoorbeeld regelmatig specialisten na als ik niks terug hoor na een verwijzing. Maar de coalitieplannen mogen niet leiden tot een nog grotere taakverzwaring voor huisartsen. We werken ons nu al een slag in de rondte. Er moet dan wel flink geïnvesteerd worden in allerlei ondersteunende diensten voor de eerste lijn. Zoals we nu al praktijkassistentes hebben die de controle en voorlichting doen van patiënten met diabetes, hart- en vaatziekten en longziekten.”

Huidige praktijk

“In mijn eigen praktijk hebben we al veel aandacht voor nabijheid, betrokkenheid en toegankelijkheid”, vindt Kaarsgaren. “Nabijheid door in één pand te gaan zitten met andere zorgverleners, zoals een diëtiste, verloskundige, eerstelijns psycholoog en fysiotherapeuten. Betrokkenheid door bijvoorbeeld na een week even te bellen met een patiënt die ik op de huisartsenpost heb gezien en heb doorgestuurd naar het ziekenhuis. Of door even een aantekening te maken over dingen als vakantie of grote familiegebeurtenissen en daar bij een volgende keer naar te vragen.”

Internet en innovatie

“Toegankelijkheid betekent concreet: een duidelijke website, een goed telefoonsysteem met wachtrij en een terugbelspreekuur in plaats van telefonisch spreekuur”, vervolgt hij. Maar ook een flexibele opstelling als mensen buiten gestelde tijden bellen voor een afspraak of een spoedvisite. En we kijken ook naar de mogelijkheid voor een avondspreekuur. Internet heeft heel veel goede innovaties gebracht op dit terrein. We gebruiken ZorgDomein om te kijken in welk ziekenhuis een patiënt het snelst geholpen kan worden en de verwijzing elektronisch aan het ziekenhuis door te geven. We gebruiken teledermatologie om de wachtlijsten bij de dermatoloog te vermijden. Verder kunnen patiënten online herhaalrecepten aanvragen. We zijn nu aan het kijken naar een online afsprakensysteem. Met chronische patiënten onderhoud ik een e-mailspreekuur voor korte vragen”. Kaarsgaren vindt voorlichting een belangrijke taak van de huisarts: “Ik geef veel informatie en tips ook nog op papier mee naar huis. Daarvoor gebruik ik de portal Spreekuurassistent.nl. Medicijnen voorschrijven doen we ook volledig elektronisch. Heel belangrijk om medicatiefouten te voorkomen.”

 

"Mijn praktijk staat in Wilhelminapark, een Utrechtse wijk met veel mondige, hoog opgeleide mensen met goede inkomens en interesse voor een gezonde leefstijl"

 

Preventie vergeten

“Wat ik nog mis in de plannen is een zwaardere inzet op preventie en aandacht voor leefstijl”, vindt hij. “Dat vind ik een onmisbaar onderdeel voor toekomstbestendige zorg. Het project Big Move dat onder andere hier in Utrecht Overvecht draait, vind ik daar een mooi voorbeeld van. Kinderen op een speelse manier stimuleren om te bewegen en gezond te eten. Daarmee kweek je nu al op termijn gezondere volwassenen. Preventie nu zal enorme besparingen in de toekomst opleveren. Ik zie dat ook terug in mijn eigen werk. Mijn praktijk staat in Wilhelminapark, een Utrechtse wijk met veel mondige, hoog opgeleide mensen met goede inkomens en interesse voor een gezonde leefstijl. De gemiddelde gezondheid is daar dus ook hoog. Daarnaast werk ik als justitieel geneeskundige voor de FMMU. In die hoedanigheid zie ik juist laag opgeleiden, alcoholisten, drugsverslaafden, psychiatrische patiënten en asielzoekers. Daar kijk je niet raar op van iemand die op zijn veertigste al zijn eerste hartaanval heeft. Maar nu zwaar inzetten op preventie kost ook nu geld. Daarom hebben kabinetten dit ook al jaren niet in hun plannen staan. Het zou van visie getuigen als deze coalitie dit instrument alsnog in haar beleid gaat opnemen.”

NB. Vrijdag en vandaag verschenen ook de reacties van LHV, NHG, KNMG , NVZ , KNMP, ActiZ, Zorgverzekeraars Nederland en GGD op de zorgparagraaf van het concept regeerakkoord.

© 2010 Harriët Messing

 

Beschimmeld brood voor oma 16 september 2010

 

Mooi eten

Mooi eten met biologisch geteelde streekproducten

 

Mijn moeder is 81 en kerngezond. Ze gaat wekelijks naar de gym en klimt nog wel eens over het balkonhek om bladeren uit de afvoer van het platte dak te halen. Haar grootste angst is al jaren om dement te worden en naar een verpleegtehuis te moeten. Want daar raken mensen hun autonomie en waardigheid kwijt, is haar beeld. Ik snap wat ze bedoelt. In Den Haag worden demente bejaarden verwaarloosd en mishandeld. In Goirle puilen de kasten uit met voedsel dat over de datum is. In Oegstgeest verhongeren verzorgingshuisbewoners. Binnenkort gaan haar zus en demente zwager naar een verzorgingsinstelling … we houden ons hart vast.

In de LinkedIn-groep ‘Dutch Health Network’ is een levendige discussie ontstaan over de kwaliteit van het eten in verzorgingshuizen en andere zorginstellingen. Aanleiding is het genoemde artikel in de Telegraaf over wantoestanden in een verpleegtehuis in Goirle. Veel groepsleden vertellen hun eigen negatieve ervaringen met voedselbereiding in instellingen voor bejaarden. Een groepslid vertelt dat zijn moeder regelmatig beschimmeld brood voorgezet krijgt. Boosheid is er ook over de reactie van directielid Wilma Claassen in Goirle: “We hebben protocollen, maar die werden niet voldoende nageleefd.” Ehm…daar hoort Wilma toch op toe te zien?

Niet meteen naar overheid wijzen

Maar er is meer aan de hand. Sommige groepsleden klagen meteen over de bezuinigingen in de zorg en dat de overheid hier iets aan moet doen. Dat is me even te gemakkelijk. Waarom kan de ene instelling wel leuk en lekker koken voor de bewoners en de andere niet. Volgens mij heeft het – sorry dat ik er weer over begin – te maken met de wil om klantgericht te denken en op zoek te gaan naar creatieve oplossingen. Want de maaltijd hoeft helemaal niet het sluitstuk van de begroting te zijn. ’Voeding zou veel meer onderdeel moeten worden van de zorg’ aldus de heer Huijts, Directeur-Generaal Volksgezondheid van het ministerie van VWS, tijdens een Maatschappelijk Café van Ziekenhuis Gelderse Vallei. De overheid heeft er dus best aandacht voor. Wist u trouwens dat onze bejaarden medicijnen krijgen om te kunnen poepen omdat de kwaliteit van het eten over het algemeen zo slecht (lees vezelarm) is?

Goed eten, groter welbevinden

Daarom werd ik ook helemaal blij van de bijdrage op LinkedIn van Lasca ten Kate, Voorzitter Stichting Vriendelijke Keukens. Zij vertelt over initiatieven in verschillende zorginstellingen om ambachtelijk te koken met biologische ingrediënten en streekproducten in het kader van ‘De Mooie Maaltijd’. In de nieuwsbrief van de Week van de Smaak staat een prachtig voorbeeld van verpleeghuis Naarderheem in Naarden. Marco Wisse, directeur van de instelling, vertelt hoe ze succesvol van een zogenaamde ontkoppelde keuken (lees massaproductiekeuken) over zijn gegaan naar een eigen restaurant, Vestion genaamd. Goed koken blijkt al met al nu nog slechts een paar dubbeltjes meer te kosten. Maar de winst is wel dat het fysieke en psychische welbevinden van de bewoners enorm is toegenomen.

De inschatting van Wisse is zelfs dat de ‘gangbare maaltijd’ het qua kosten zal afleggen tegen de ‘Mooie Maaltijd’. Zeker als straks alle cijfers over minder medicijngebruik (laxatieven bijvoorbeeld) meegeteld gaan worden. Verder zijn er besparingen te halen op bijvoorbeeld personeel en afvalstromen. In oktober zullen de resultaten bekend worden van een onderzoek naar het verband tussen biologisch eten (met zorg bereid en geserveerd) en het welbevinden van instellingsbewoners. Het onderzoek is gedaan door de Wageningen UR in opdracht van de ministeries van LNV en VWS. Ik denk dat ik de uitkomst al wel weet. Ik hoop dat het verzorgingshuis van mijn oom en tante dit allemaal al heeft ingezien.

NB. Lasca en anderen binnen de groep willen in oktober bijeenkomen om te kijken hoe ze gezond eten binnen alle instellingen in Nederland op de kaart kunnen gaan zetten. Neem contact op met Lasca: lasca@vriendelijkekeukens.nl als je mee wilt doen of meer wilt weten.

© 2010 Harriët Messing

 

 
%d bloggers liken dit: