ZORGdotCOM

Communicatieadvies + Tekst

Patiëntenparticipatie vereist deskundigheidsbevordering 28 oktober 2010

Gisteren verscheen het bericht ‘Patiëntenparticipatie niet altijd wenselijk en niet altijd goed’ naar aanleiding van het promotie-onderzoek van Hester van de Bovenkamp ‘De beperkte macht van patiënten’. Zij beschrijft in haar onderzoek de negatieve effecten van activerend burgerschapsbeleid in de huidige verhoudingen in de zorg. En wat ze beschrijft klopt. Mijn conclusie uit haar verhaal is echter dat het hard nodig is om patiëntenparticipatie beter te faciliteren. Want die participatie is mijns inziens wel wenselijk. Faciliteren is een taak van alle betrokkenen in de zorg, inclusief de overheid. De uitdaging is deze negatieve effecten zoveel mogelijk weg te nemen.  Bijvoorbeeld via professionalisering van patiëntenverenigingen door middel van een goed financieringsmodel en deskundigheidsbevordering. En door aanpassing van werkmethoden die familie in de GGZ-zorg buiten het behandelteam houden. Dat het nu niet altijd werkt wil niet zeggen dat we het maar zo moeten laten.

Wat Van de Bovenkamp beschrijft is allemaal waar in het hier en nu. Patiënten en hun familie hebben momenteel vaak onvoldoende kennis en kunde om deze actief participerende rol goed in te kunnen vullen. Zorgverleners stimuleren bovendien om allerlei redenen deze rol nog niet. Dat geldt op het niveau van de individuele patiënt en zijn familie en op het niveau van de cliëntenraden. Op het niveau van patiëntenorganisaties stelt Van de Bovenkamp bovendien terecht dat deze ‘gebruikt’ kunnen worden door machtige marktpartijen als geneesmiddelenfabrikanten en verzekeraars.  Treffend is ook haar observatie over ongelijke mogelijkheden voor verschillende patiëntenorganisaties. “Grote organisaties met een achterban die niet zo erg ziek is kunnen makkelijker meedoen dan kleine organisaties met een ernstig zieke achterban.” Een zeer onwenselijke situatie.

De patiënt en zijn sociale omgeving in het behandelteam

Kennis is macht

Van de Bovenkamp stelt dus terecht dat beleidsmakers nu te veel verwachten van dit actieve burgerschap. Want dat werkt alleen als alle partijen in de zorg op een gelijkwaardig niveau acteren. Ook hier geldt: kennis is macht. Dat is waar we naartoe zullen moeten. Maar dan is de vraag hoe de overheid en het zorgveld dit gaan faciliteren. Hoe gaan zij ervoor zorgen dat alle patiëntenverenigingen kunnen professionaliseren (dit kan overigens ook betekenen dat kleinere moeten gaan fuseren) om een volwaardige gesprekspartner te worden voor overheid, zorgverzekeraars en zorginstellingen? Hoe gaan we cliëntenraden ondersteunen, hoe gaan zorgverleners ervoor zorgen dat patiënten en hun omgeving op niveau mee kunnen doen in het beslissingsproces? Dat zal in kleine stapjes gaan, maar de ontwikkeling is gestart.

Participatory healthcare

Er zijn al zorginstellingen die dat actief nastreven, zoals het UMC St Radboud met de beleidskeuze voor ‘participatory healthcare’. Dit ziekenhuis wil uiteindelijk de patiënt en diens omgeving binnen het behandelteam plaatsen. Het Radboud experimenteert bijvoorbeeld met digitale poli’s en een digitale hangplek voor jongvolwassenen met kanker met AYA4. Binnen die digitale poli’s kunnen patiënten hun medisch dossier inzien, hun uitslagen raadplegen en hun afspraken checken/maken. Ook is er een besloten lotgenotenforum en chatruimte voor één-op-één contact en kan je online contact hebben met de behandelaar. Soms zie je vanuit dit ziekenhuis ook onderzoek verschijnen over de positieve effecten van ‘shared decisionmaking’ bij de keuze voor een behandeling.

Glazen ziekenhuis

Een andere voorbeeld op weg naar meer patiëntenparticipatie is het Slingeland Ziekenhuis met haar ‘Glazen Ziekenhuis’. Dit gaat nog niet zo ver dat patiënten ook hun dossiers en uitslagen in kunnen zien, maar daar gaat het uiteindelijk wel naartoe. In september is het eerste online kenniscentrum de lucht in gegaan voor Urologie. Binnenkort gaan er dergelijke kenniscentra voor twee andere specialismen online. Deze bieden goede medische informatie over aandoeningen en behandelingen, een forum voor lotgenotencontact en blogs van het behandelteam. Ook kun je online een afspraak maken.

Visie professionalisering patiëntenverenigingen

Dit zijn inspirerende voorbeelden van zorginstellingen die een duidelijke keus hebben gemaakt en zijn gestart met het faciliteren van patiëntenparticipatie. Dit proces kost tijd, maar is onvermijdelijk. We moeten toe naar participerende zorgconsumenten. Dat is de horizon. Dat zal moeten gebeuren via kleine tussenstapjes. Veranderingen als deze kosten immers tijd. Maar ondertussen verwacht ik dan wel van de overheid en van het zorgveld (inclusief de patiëntenorganisaties zelf) visie en actie om voor de zorgconsument het proces naar ‘participatory healthcare’ te faciliteren. Te beginnen met het versterken en professionaliseren van patiëntenorganisaties. De visie van de RVZ hierover is interessant en roep ook vele vragen op over de financiering van patiëntenorganisaties. Vorige week wees ik al op de verantwoordelijkheid van zorgconsumenten zelf. Maar ik heb grote twijfels bij de wenselijkheid van financiering door geneesmiddelenindustrie en zorgverzekeraars. Ik mis bovendien in het rapport een visie op inhoudelijke versterking door middel van deskundigheidsbevordering. Ook zou ik discussie willen over de wenselijkheid dat deze verenigingen door vrijwilligers worden geleid. Het gevaar daarvan is immers evident: de continuïteit en het deskundigheidsniveau kan zo maar zelden gewaarborgd worden. Kortom, patiëntenparticipatie is zeker wenselijk, maar dan wel goed gefaciliteerd. Sterke, deskundige en onafhankelijke patiëntenorganisaties en mondige goed geïnformeerde patiënten zijn daarvoor onmisbaar.

© 2010 Harriët Messing

 

Lidmaatschap patiëntenvereniging hard nodig! 21 oktober 2010

Alle patiënten moeten lid worden van hun patiëntenvereniging. Anders doen ze zichzelf en andere patiënten tekort. Studie wijst uit dat patiënten betere keuzes over hun zorg kunnen maken als ze goed geïnformeerd zijn. Daar zijn patiëntenverenigingen goed in. Ze kunnen bovendien veel beter een vuist maken als hun achterban groot is. Met het oog op de vergrijzing en de stijgende kosten kondigt Den Haag steeds vaker bezuinigingen aan die direct de zorg aan bepaalde patiëntengroepen treft. Recent zagen we in de CZ-zaak hoe belangrijk het is dat zij ook de zorgverzekeraars kritisch (kunnen) volgen.  Ook zullen ze door hogere contributie-inkomsten minder afhankelijk hoeven zijn van sponsoring door commerciële partijen voor professionalisering, projecten en onderzoek. Maar patiënten gedragen zich net als in andere publieke domeinen vooral als consument. Ze nemen te weinig zelf de verantwoordelijkheid en regie voor hun zorg. Dat kunnen ze zich echt niet meer permitteren, vindt ook de RVZ in haar Stategische Zorgagenda. Marktwerking in de zorg vraagt immers ook om een actieve en goed geïnformeerde klant. Via patiëntenverenigingen kunnen zij actief meepraten over verbeteringen vanuit de optiek van de patiënt.

Patiënt, neem je verantwoordelijkheid!

Mijn neef heeft Crohn. Toevallig sprak ik hem deze week over een bericht op Twitter dat verontrustend voor hem was. Hij wist nog van niets. Dus vroeg ik hem of hij niet de patiëntenvereniging moest bellen. De Maag Lever Darm Stichting (MLDS) was het eerste wat er in hem opkwam. Maar die wilde hij niet bellen omdat hij er niet achter staat dat ze voedingsmiddelen voor Unilever promoten. Ik vertelde hem dat dit een fonds is dat geld voor onderzoek bijeenbrengt en niet op dit soort voorlichting gericht is. Van die andere club, ja, daar had hij wel van gehoord. Maar hij was geen lid. Hij zou zijn specialist wel bellen. Maar dat kon pas morgen. En dan nog, dit was natuurlijk geen acute vraag, dus wanneer hij dan antwoord kon verwachten…

CUVVN al in actie

Dus ben ik zelf gaan bellen met de Crohn en Colitis Ulcerosa Vereniging Nederland (CCUVN). Zij vertegenwoordigen mensen met deze auto-immuunziekten (chronische ontstekingen van het spijsverteringskanaal, ‘van mond tot kont’). Daar sprak ik met de directeur, Tineke Markus. Zij kon mij alles vertellen over de achtergronden van de berichtgeving en over hun standpunten. Ze legde uitvoerig uit hoe de vereniging met vele andere partijen bezig is om ervoor te zorgen dat de situatie ten goede gekeerd wordt. Daarover bleek in het verenigingsblad al uitgebreid te zijn gesproken. Mijn neef had het dus kunnen weten als hij lid was geweest.

Informatie halen

Vervolgens spraken we nog wat door over de vereniging. Markus vertelde dat er circa 55.000 patiënten met Crohn en Colitis Ulcerosa in Nederland zijn. De verwachting is dat het aantal patiënten met auto-immuunziekten de komende decennia alleen maar zal stijgen. Toch zijn nu slechts 10.000 mensen lid. Gelukkig kunnen ze daarmee op goed niveau hun werk doen, maar er kan en moet altijd meer. En met dit dilemma zitten eigenlijk alle patiëntenverenigingen. Mijn neef heeft er niet zo over nagedacht waarom hij lid zou moeten worden. “Van mij hoeft dat gepraat op patiëntenforums niet zo. En ik krijg de benodigde informatie wel via mijn specialist.” Toch is dat naïef gedacht. Patiënten moeten voorlichting meestal toch vooral nog HALEN. En de kwaliteit van de informatie verschilt van ziekenhuis tot ziekenhuis. Mijn neef is gelukkig onder behandeling bij een uitstekende en communicatieve specialist in het UMCU. Maar hij heeft bijvoorbeeld nooit de naam of een folder van de vereniging van zijn specialist gekregen. Markus herkent deze gang van zaken: “Artsen willen wel, en we bieden hen kant-en-klare materialen, maar in de praktijk wordt het toch vaak vergeten. Maar het is wel belangrijk. Na de eerste diagnose en ook verderop in het traject is het toch fijn te weten dat er een club is die alles zo voor je op een rijtje kan zetten en weet heeft van de nieuwste behandelingen,  medicijnen en onderzoeken. En die voor jouw belangen zal strijden als Den Haag bijvoorbeeld weer eens wil bezuinigen.”

Meteen lid geworden

Na het gesprek met Markus heb ik mijn neef uiteraard teruggebeld en hem de informatie gegeven die ik met één telefoontje boven water heb gekregen. Met die informatie was hij meteen gerustgesteld. Hij gaat zijn specialist niet meer bellen. Ook was hij aangenaam verrast door de adequate acties van de club. Hij is meteen lid geworden. Want ook als hij er niet dagelijks aan de lijn wil hangen, steunt hij met zijn lidmaatschap hun belangrijke werk. Zorgverzekeraars vergoeden nu soms zelfs een deel van de contributie. Dat zouden ze allemaal moeten doen. Zij profiteren immers van de inbreng van patiënten voor hun CQ-Index metingen. Dus patiënten van Nederland, verenigt u! Neem uw eigen verantwoordelijkheid om de kwaliteit van de zorg mede te bepalen en te garanderen.

NB. De NPCF pleitte gisteren (in een reactie op berichtgeving over lobbying in de zorg) voor bekostiging van de versterking van patiëntenverenigingen via premiefinanciering. Dat zou dan betekenen dat alle Nederlanders in hun zorgpremie gaan meebetalen. Een interessante optie die ook meteen veel vragen oproept. Wie gaat dat potje dan vervolgens verdelen? De verzekeraars, een apart op te richten ‘verdeelbureau’? Op basis van welke criteria komt de verdeelsleutel tot stand? Interessante discussie.

© 2010 Harriët Messing

 

CZ, en nu de echte discussie 18 oktober 2010

Afgelopen vrijdag heeft CZ de veelbesproken ‘zwarte lijst’ gepubliceerd. Alle onhandigheid, onzorgvuldigheid en ‘hidden agenda’s’ ten spijt, één ding heeft het wel opgeleverd. We hebben het nu eindelijk eens over de kern van de zaak: wat is kwaliteit en hoe maak je dat transparant.En hoe ga je vervolgens om met spreiding en concentratie.

Voorheen was deze discussie nog een zaak van een clubje mensen in een voor de burger onzichtbaar project ‘Zichtbare Zorg‘. Nu hebben we het er allemaal over. De gemiddelde gezonde Nederlander denkt immers helemaal niet na over dit soort zaken. Dat gebeurt hoogstens pas als hij ziek wordt en een behandeling nodig heeft. Ziekenhuizen en specialisten zijn wakker geschud: meer haast maken met transparantie en kwaliteitscriteria. Anders gaan verzekeraars met de botte bijl aan de gang. Want dat het allemaal beter ingericht moet worden (herschikking, concentratie, substitutie) en dat het allemaal goedkoper moet om het betaalbaar te houden, daar ontkomen we niet aan. Maar laten we de discussie dan wel voeren zonder valse beschuldigingen over slechte kwaliteit en zonder onnodige onrust voor patiënten. Patiëntenverenigingen moeten bij de les zijn en een veel sterkere stem laten horen om dat laatste mede te waarborgen. En laten de Nederlandse verzekeraars alsjeblieft één lijn trekken. Anders zitten we straks met allemaal verschillende lijstjes van verschillende verzekeraars. Daar is dan niets transparants meer aan voor de patiënt.

Ik heb al twee artikelen gewijd aan de communicatieve missers van CZ en de rol van de patiëntenverenigingen. Hieronder nog even het overzicht van de discussie sinds 27 september jl. toen CZ het nieuws wereldkundig maakte.  Trek uw eigen conclusies, vorm uw eigen mening. Ik hoor hem graag. (more…)

 

Patiëntenverenigingen niet alert in CZ-zaak 7 oktober 2010

Vorige week gooide zorgverzekeraar CZ de knuppel in het hoenderhok nadat in augustus was geconstateerd dat het programma Zichtbare Zorg veel te traag verliep. Vlak voor aanvang van de Borstkankermaand wilde de zorgverzekeraar een lijst publiceren waarop ziekenhuizen met name op basis van het aantal operaties werden gediskwalificeerd. Wat mij tijdens het schrijven van mijn artikel vorige week vooral verbaasde, waren de lovende en kritiekloze reacties vanuit patiëntenorganisaties als Borstkankervereniging Nederland (BVN) en de NPCF. Geen van hen stelde openlijk vragen over de criteria die CZ hanteert voor zijn ‘zwarte lijst’. Ook leek geen van hen, behalve het KWF (een beetje), nagedacht te hebben over de onrust die CZ bij borstkankerpatiënten veroorzaakte. Vreugde over dat er nu eindelijk eens wat gebeurde, overheerste. Mijns inziens hebben naast CZ ook de patiëntenverenigingen op beide punten communicatief een steekje laten vallen.

Longzorgmeter.nl met geld van CZ en VGZ

Transparantie in de zorg is goed en nodig om patiënten een keus te bieden. Het is belangrijk dat patiëntenverenigingen uit de rol van slachtoffer en aanklager stappen, zoals Jan Aghina in juli terecht stelde op Skipr. Ze moeten in plaats daarvan de kracht van het hebben van een achterban inzetten en meehelpen aan de transparantie. Door bijvoorbeeld deel te nemen in het verbeteren van zorgtrajecten via Zichtbare Zorg. En via het Groninger Tripartiete Model dat overal in Nederlandse ziekenhuizen ingang vindt. En ook met eigen keurmerken en door initiatieven als Longzorgmeter.nl (Astmafond, CZ en VGZ) en de Monitor Borstkankerzorg van BVN. Daarmee worden patiëntenervaringen geïnventariseerd die kunnen helpen de ’softe’ component van de zorg te verbeteren, zoals voorlichting, overdracht, bejegening en nazorg.

Onafhankelijkheid

Een dergelijke samenwerking moet echter een kritische houding naar samenwerkingspartners niet in de weg staan. De onafhankelijkheid moet altijd gewaarborgd zijn, vindt ook de RVZ. Dus ken de drive en belangen van je samenwerkingspartners. Vanuit mijn ervaring als communicatieadviseur ken ik  de strategie  ‘If you can’t beat them, join them’ om patiëntenverenigingen in te lijven. Vooral de voedings- en geneesmiddelenindustrie staan hierom bekend. Maar ook zorgverzekeraars passen deze strategie toe. Daarom bekijk ik de Longzorgmeter met argusogen.

Ziektekostenverzekeraars zijn schadeverzekeraars. Hun belang is volumevoordeel: zorg tegen een zo laag mogelijk tarief bij zo min mogelijk leveranciers inkopen. Als patiëntenvereniging is het dan van belang om erop toe te zien dat andere aspecten ook worden meegewogen, zoals eerlijke ‘harde’ medisch-technische criteria, patiëntenervaringen, toegankelijkheid en spreiding. Blijkbaar zijn specialisten en verzekeraars het niet eens geworden over die harde criteria. Specialisten en ziekenhuizen gaan voor kwaliteit. De verzekeraars willen hoe dan ook specifieke zorgtrajecten concentreren in minder ziekenhuizen. Dus dan vallen ook prima presterende ziekenhuizen af. En om dit te verkopen giet de verzekeraar er een sausje van slechte kwaliteit overheen. Vanuit die verschillende invalshoeken is het niet raar dat ze het binnen Zichtbare Zorg niet eens kunnen worden. En dat patiëntenverenigingen het allemaal te lang vinden duren met de transparantie. Maar frustratie daarover mag niet leiden tot een kritiekloze houding.

Ongerustheid patiënten erg laat opgepakt

Onrust patiënten

Op Twitter vertelde BVN me op woensdag 29 september dat de onrust bij borstkankerpatiënten wel meeviel. Hun reactie op CZ die dag was meer een reclame voor hun eigen Borstkankermonitor. Alleen het KWF leek nog een beetje nagedacht te hebben wat dit hele circus bij patiënten teweeg zou kunnen brengen. Het adviseerde betrokken patiënten hun arts vragen te stellen en als het antwoord niet beviel een ander ziekenhuis te zoeken. De betrokken ziekenhuizen meldden later die week dat er inderdaad veel onrust was bij patiënten. De publicatie van de lijst door CZ werd succesvol tegengehouden. Een heel aantal ziekenhuizen ging ertoe over om op hun website geruststellende berichten te plaatsen. BVN publiceerde pas op vrijdag 1 oktober alsnog een genuanceerder advies voor de achterban. Toen was ook duidelijk dat op de zwarte lijst van CZ bijvoorbeeld Ziekenhuis Sionsberg in Dokkum stond. Die komt in de monitor van BVN juist goed uit de bus.

Beschadigde reputaties, ook CZ

Zoals ik al in mijn eerdere artikel zei, heeft de actie van CZ veel reputatieschade aangericht en de relatie met ziekenhuizen, hun leveranciers, behoorlijk verstoord. Maar ook de reputatie van CZ zelf is beschadigd. Bethesda Ziekenhuis in Hoogeveen stelt CZ aansprakelijk voor geleden reputatieschade. Het Slotervaart Ziekenhuis kondigde dinsdag jl. aan de samenwerking met CZ op te gaan zeggen en riep CZ-verzekerden op een andere verzekeraar te zoeken. Wat gij niet wilt dat u geschied….

Klant stond hier niet centraal

Ik vind het een gevaarlijke ontwikkeling dat partijen binnen de zorg zo onzorgvuldig met elkaar omgaan. Daaronder reken ik ook de overheid die maar al te graag een beroepsgroep neerzet als ‘graaiende specialisten’. Dat is in het belang van niemand en al helemaal niet in het belang van de patiënten. Het schaadt het aanzien en vertrouwen in artsen en veroorzaakt onnodige onrust. Financiële motieven overheersen de discussie.  De klant staat daarin helemaal niet centraal. Ook al probeert CZ ons dat in dit geval te doen geloven. En de enige partij die deze klant vertegenwoordigt laat op een kritisch moment uit frustratie met het proces de achterban in de steek. Mijn vriendin met borstkanker had graag al op dinsdag luid en duidelijk van de patiëntenverenigingen gehoord dat CZ haar onnodig ongerust heeft gemaakt.

NB Voor een overzicht van reacties van ziekenhuizen, patiëntenverenigingen en verzekeraars verwijs ik naar de NB onderaan mijn artikel van 29 september jl.

© 2010 Harriët Messing

 

Ontevreden patiënten: zorgzeikers of kans? 20 september 2010

Afgelopen vrijdag las ik een persbericht van de Nederlandse Patiënten Consumenten Federatie (NPCF). Het ging over hun vernieuwde websites ZorgkaartNederland.nl en ConsumentendeZorg.nl. Deze zijn bedoeld om bezoekers een huisarts of specialist te helpen kiezen en te laten beoordelen. Onlangs noemde een bevriende arts gebruikers van dergelijke sites ‘zorgzeikers’. Maar deze houding kan de zorg zich echt niet meer permitteren.

Ik begrijp de reactie wel een beetje. Over het algemeen zoeken vooral de ontevreden klanten een forum om hun klacht te ventileren. Maar waarom doen ze dat? Blijkbaar wordt hun klacht niet serieus genomen op de juiste plek: bij de zorgverlener zelf. Mensen die klagen zijn ‘lastige mensen’. Nog steeds zijn er veel zorgorganisaties en zorgverleners die zich zo opstellen. Zelfreflectie en denken vanuit de ander in plaats vanuit jezelf is nog niet iedereen gegeven. Laat staan actief naar tevredenheid vragen tijdens of na afloop van het zorgcontact.

Negatieve feedback is kans!

Een aantoonbaar betere houding is blij zijn met feedback en er daadwerkelijk iets mee doen! De zorgklant die klaagt, is nog bereid te investeren in de zorgrelatie. Je bent hem nog niet kwijt. Hij geeft je nog een kans te reageren en van hem een tevreden klant te maken. Als je de klacht dan weer niet serieus behandelt, raak je hem definitief kwijt. En dan zie je hem wellicht terug op internet, in de krant of op TV. De schade die dit veroorzaakt voor jouw praktijk of jouw zorginstelling kan enorm zijn. Vooral als je zelfs in dit late stadium weer niet thuis geeft, zoals nog regelmatig gebeurt.

Top 10 huisartsen: even wennen voor de dokter

Monitoren, faciliteren en reageren

Vergelijkingsites,  beoordelingssites en consumentenforums als op Radar.nl zijn niet meer weg te denken in de vrije markt. Consumenten zijn eraan gewend om voor aankoop eerst op internet te kijken en te vergelijken. Buiten de zorg zijn veel bedrijven en organisaties al een hele tijd gewend aan dit fenomeen. Zij hadden vroeger geen weet van wat klanten elkaar vertelden over hun producten en service. Dankzij de social media – waar vergelijkingssites een vorm van zijn – kunnen ze nu een deel van die gesprekken monitoren. En dat is grote winst. Een goed voorbeeld waar dit al vele jaren wordt opgepakt in de zorg zijn vergelijkingssites voor zorgverzekeringen. Bij zorgverzekeraars zoals Zilveren Kruis, Menzis en Agis is het onderdeel van hun bedrijfsvoering aan het worden om proactief met social media om te gaan. Dat doen ze door alle relevante online media als Twitter, Facebook, Hyves en vergelijkingssites dagelijks te monitoren. Ook faciliteren ze met correcte informatie, bedanken ze voor positieve feedback en pakken ze eventuele klachten op. Waar nodig zullen ze hun product of dienstverlening aanpassen. Webcare heet dat.

Open houding

Zorg is een high-interest product. Het is niet raar dat mensen niet meer gedachteloos de huisarts om de hoek kiezen of de specialist in het plaatselijke ziekenhuis. En de tijd is voorbij dat ze daarna nooit meer over die keuze nadenken. Bij veel zorgverleners is het besef nog niet doorgedrongen dat concurrentie in de zorg een andere, meer open houding van hen vraagt. Je kunt klagen dat er op deze sites op basis van verkeerde aspecten, te weinig informatie of onjuiste informatie wordt beoordeeld. Uiteraard moet het gebruik van deze sites nog flink toenemen voordat de rankings en beoordelingen enige onderbouwde relevantie gaan hebben. Maar dat is niet het punt. Jouw klanten gebruiken ze nu al om keuzes te maken.

Grijp verbeterkansen aan

In plaats van argwaan voor sites als die van de NPCF en zoekdokter.nl, kunnen zorgverleners beter kiezen voor de aanpak die ik hierboven beschrijf. Zorg ervoor dat de informatie over jou klopt en onderscheidend is. Zorg ervoor dat je een adequate reactie geeft wanneer iemand iets positiefs over je schrijft en zeker als hij iets negatiefs over je schrijft. Nodig de persoon uit de klacht samen op te lossen. Leer van de feedback en doe er wat mee. Je kunt al vast beginnen met wat de NPCF voor je heeft geïnventariseerd aan verbeterkansen in het project ‘Uw mening Onze Zorg’. Anders komt er wellicht een dag dat jouw wachtkamer leeg blijft.

© 2010 Harriët Messing

 

 
%d bloggers liken dit: