ZORGdotCOM

Communicatieadvies + Tekst

Overtuigingsmodel voor gedragsverandering leefstijl 2 februari 2011

Om welke reden zou u een ongezonde leefstijl of ongezond gedrag veranderen? Uw motivatie, bekwaamheid en een specifieke trigger zullen het succes van de gedragsverandering bepalen volgens BJ Fogg. Aan de Stanford University in Californië heeft hij met zijn Persuasive Tech Lab een model ontwikkeld voor gedragsverandering in mensen. Dit wordt onder andere gebruikt bij het ontwerp van beoogd gebruikersgedrag op internet. Het leverde toepassingen op die FaceBook meer dan 16 miljoen gebruikersinstallaties in tien weken opleverde. Dit model kan ook heel goed gebruikt worden om in de zorg mensen te bewegen tot gezond(er) gedrag. Het model draagt bij aan de discussie in de zorg over ziektepreventie in het kader van het RVZ-advies  ‘Van ziekte en zorg naar gezondheid en gedrag’.

Fogg onderscheidt motivatie, bekwaamheid en triggers als de belangrijkste componenten van gedrag. Elk van die componenten heeft ook weer subcomponenten. Zijn Fogg Behavioral Model (FBM) stelt dat iemand pas een beoogd gedrag gaat vertonen als hij:

  1. voldoende gemotiveerd is,
  2. in staat is om het beoogde gedrag uit te voeren en
  3. wordt getriggerd om het beoogde gedrag uit te voeren.

Fogg Behavioral Model

Deze drie factoren moeten zich gelijktijdig voordoen, anders zal het gedrag niet optreden. Het FBM is nuttig bij de analyse en het ontwerp van persuasieve technieken. Bovendien geeft het richting aan samenwerking bij teams van professionals omdat het mensen een gedeelde denkwijze geeft over gedragsverandering.

Motivatie en bekwaamheid inwisselbaar

De figuur hiernaast laat zien hoe een beoogd gedrag bereikt kan worden als motivatie, bekwaamheid en triggers aanwezig zijn. In de gezondheidszorg wordt vaak geklaagd dat mensen moeilijk te motiveren zijn tot veranderingen in hun ongezonde leefstijl. Patiënten geven vaak aan wel te willen (motivatie), zelfs als er een trigger aanwezig is, maar het niet te kunnen (bekwaamheid). Door op alle drie componenten in te spelen, kan effectiever worden gecoacht op gedragsverandering. Motivatie en bekwaamheid lijken daarbij inwisselbaar. Een hoge motivatie kan compenseren voor een lage bekwaamheid en andersom. Iemand kan bijvoorbeeld niet van plan zijn een auto te kopen (lage motivatie), maar er toch een kopen als die hem voor 1 euro wordt aangeboden (hoge bekwaamheid). En zo zal de bereidheid een hele moeilijke puzzel op te lossen (bekwaamheid) groter worden als het prijzengeld niet 25 maar 10.000 euro bedraagt (motivatie). Over het algemeen zullen mensen op deze dimensies relatief bescheiden scoren. Effectieve persuasieve interventies vergroten een van beide, meestal door iets gemakkelijker te maken. Maar dan nog is er een trigger nodig. En die is vaak het ontbrekende puzzelstukje.

Vind de trigger!

Al zijn motivatie en bekwaamheid hoog, beoogd gedrag zal niet plaatsvinden als er geen trigger is. Jan vindt het bijvoorbeeld ontzettend leuk om dagelijks gitaar te spelen en het spelen gaat hem ook gemakkelijk af. Motivatie en bekwaamheid zijn aanwezig. Toch vindt hij het moeilijk om er elke dag aan toe te komen. De trigger om elke dag te spelen ontbreekt. Triggers zijn er in veel vormen: een alarm om op te staan, een sms die je aan een afspraak herinnert, een rommelende maag die je aanzet tot eten. Succesvolle triggers beantwoorden aan drie kenmerken:

  1. We merken de trigger op.
  2. We associëren de trigger met het beoogde gedrag.
  3. De trigger treedt op als we gemotiveerd en in staat zijn tot het beoogde gedrag.

De timing van de trigger is vaak het missende element in gedragsveranderingstrategieën. Het is zelfs zo belangrijk dat de Grieken er een woord voor hadden: kairos – het meest opportune moment om te overtuigen. Als motivatie en bekwaamheid iemand over de ‘gedragsactivatiedrempel’ hebben getild, zal de trigger hem aanzetten tot het beoogde gedrag. Dus als het alarm op de mobiel van Jan afgaat terwijl hij aan het winkelen is, zal zijn bekwaamheid laag zijn. Als het afgaat wanneer hij net op de bank zit te knuffelen met zijn vriendin, zal zijn motivatie laag zijn. Als het afgaat op een moment dat Jan thuis is en niet bezig met andere leuke dingen, zal de kans dat hij gitaar gaat spelen groot zijn.

Vormen van motivatie

Fogg onderscheid binnen de component ‘motivatie’ drie subcomponenten:

  1. Genot / pijn: deze subcomponent onderscheidt zich van de volgende twee doordat het resultaat nagenoeg direct optreedt. Er gaat weinig denken of anticiperen aan vooraf. Het is een primitieve stimulus die voortkomt uit zelfbehoud en instandhouding van de soort. Het is een zeer krachtige motivator. Meneer Smit heeft erectiele problemen en heeft hulpmiddelen nodig. Als de dokter meneer Smit vertelt dat zijn erectie weer natuurlijk tot stand zal komen als hij flink gewicht verliest en gaat sporten, zal dit meneer Smit motiveren.
  2. Hoop / angst: Deze dimensie wordt gekenmerkt door de verwachting van een uitkomst: hoop verwacht een goede, angst een slechte uitkomst. Hoop en angst zijn vaak effectievere motivatoren dan genot / pijn. Bijvoorbeeld als mensen een griepprik halen overwinnen ze de angst voor pijn in de hoop geen griep te krijgen. Hoop op genezing kan mensen ertoe aanzetten gezonder te gaan eten als ze kanker hebben. Angst de kleinkinderen niet te kunnen zien opgroeien zal mensen ertoe aanzetten een gezondere leefstijl te kiezen om dreigende hart- en vaatproblemen af te wenden.
  3. Sociale acceptatie / afwijzing: Mensen zijn gemotiveerd gedrag te vertonen dat binnen de eigen groep sociaal geaccepteerd is. Ze zullen gedrag vermijden dat hen sociale afwijzing oplevert. We zien dat terug in kledingkeuze en taalgebruik. Dit zit ingebakken in onze genen vanuit de tijd dat we nog in groepen leefden om te overleven. Zo is bijvoorbeeld de wens de eigen groep te ontstijgen een krachtige motivator voor mensen om ander gedrag te vertonen dan de eigen groep. Soms kan dus een wisseling van omgeving een stimulans geven tot ander gedrag. Bijvoorbeeld door een kind uit een ontwricht gezin in een stabiel gastgezin te plaatsen.

Elementen van eenvoud (bekwaamheid)

Eenvoud is een functie van de meest schaarse bron op het moment dat een gedrag is getriggerd. In deze dimensie onderscheidt Fogg de volgende elementen:

  1. Hoeveel tijd kost het en is die tijd beschikbaar.
  2. Hoeveel geld kost het en is dat geld beschikbaar.
  3. Hoeveel lichamelijke inspanning moet er geleverd worden en is die haalbaar.
  4. Hoe hard moet er nagedacht worden (denkvermogen) en is de persoon daartoe bereid en in staat.
  5. Hoezeer wijkt het beoogd gedrag af van wat sociaal geaccepteerd is.
  6. Hoezeer is het beoogd gedrag niet-routine.

Deze elementen verschillen uiteraard per persoon en situatie. Door deze elementen goed mee te wegen, neem je barrières voor gedragsverandering weg. Over het algemeen lukt persuasief ontwerp sneller als we gedrag eenvoudig maken in plaats van meer ‘motivators’ toe te voegen. Waarom? Mensen verzetten zich tegen ‘motivators’, maar houden van nature van eenvoud.

Typen triggers

Een trigger zet mensen aan gedrag NU te vertonen. Bekend is de verlokking van snoep bij de kassa: impulsaankopen. Er zijn drie soorten triggers die elk op een eigen manier werkzaam zijn.

  1. Vonk: dit is een trigger die van invloed is op de motivatie (bij hoge bekwaamheid). Wanneer motivatie ontbreekt, kan een trigger die inspeelt op een van de drie vormen van motivatie aanzetten tot het beoogd gedrag. Bijvoorbeeld een tekst die angst inboezemt of een video die hoop opwekt. Vonken en andere typen triggers kunnen diverse vormen hebben. Het kanaal of de belichaming doet er niet toe zolang de trigger maar herkend wordt en geassocieerd wordt met het beoogde gedrag op een moment dat de persoon actie kan ondernemen.
  2. Facilitator: dit is een trigger die inspeelt op de dimensie bekwaamheid (bij hoge motivatie). Het zijn dus triggers die het gemakkelijker maken het beoogde gedrag te vertonen. Bijvoorbeeld subsidie op de sportschool of het online programma om te stoppen met roken in het zorgverzekeringspakket.
  3. Signaal: dit is een trigger die werkzaam is bij hoge motivatie en hoge bekwaamheid. Bijvoorbeeld het sms’je om je eraan te herinneren dat het nu tijd is je medicijnen in te nemen.

In de onderstaande SlideShare presentatie legt Fogg uit hoe FBM toepasbaar is op gedragsverandering die betrekking heeft op gezondheid.

Zorg 2.0

Fogg is in zijn Behavioral Tech Lab bovendien aan het onderzoeken hoe internettoepassingen op websites en op smart phones kunnen bijdragen aan gedragsverandering. Ook hier kan de zorg inspiratie vandaan halen voor toepassing van strategieën voor gedragsverandering in e-health en Zorg 2.0.

Relevante links:
Website Stanford Behavioral Tech Lab
Behavior Wizzard leidt je door het ontwerp van de strategie voor gedragsverandering heen.
Verschillende gedragsmodellen

© 2011 Harriët Messing

Advertenties
 

Shared decison making voorkomt onnodige operaties 13 december 2010

Dit weekend berichtte onder andere de NOS/Nieuwsuur dat in Nederland de hoeveelheid behandelingen bij bepaalde aandoeningen per regio verschilt. Dat heet praktijkvariatie. Bovendien blijkt er zelden sprake van onderbehandeling, maar wel van overbehandeling en dus onnodige operaties en onderzoeken. Artsen kunnen volgens de onderzoekers door eenduidigere indicatiestelling en stimulering van ‘shared decision making’ voor ons allen een half tot één miljard aan onnodige zorgkosten besparen. Het ging om een onderzoek van Plexus in opdracht van VWS. Praktijkvariatie is niet uniek voor Nederland. Dezelfde bevindingen zijn ook in de VS gedaan. Daar komen onderzoekers grotendeels tot dezelfde aanbevelingen. Benchmarking zal artsen helpen tot betere richtlijnen te komen.

Plexus pleit in zijn rapport voor:

1. Ontwikkeling van heldere richtlijnen en indicatoren over indicatiestelling.

2. Aanscherping van aanspraken op verzekerde zorg.

3. Stimuleren van ‘shared decision making’.

4. Meten van uitkomsten van zorg.

Verkrijgbaar bij Amazon.com en BOL.com

De capaciteitsparadox

In zijn boek ‘Tracking Medicine’ toont John E. Wennberg (een must read!) het fenomeen praktijkvariatie aan in de Amerikaanse gezondheidszorg. Zonder het van zichzelf te weten, blijken zorgverleners, artsen een belangrijke factor te zijn in het veroorzaken van onnodige zorgkosten. Paradoxaal genoeg blijkt meer zorgcapaciteit creëren averechts te werken. Meer invloed van patiënten op de behandelkeuzes blijkt kostenbesparend en leidt tot grotere tevredenheid.

In zijn boek pleit Wennberg voor:

1.  Stimuleren van georganiseerde systemen voor de levering van gezondheidszorg (health care delivery systems).

2. ‘Informed patient choice’ als de ethische en juridische standaard voor keuzes over facultatieve chirurgie, medicijnen, testen en ingrepen en voor zorg rondom het levenseinde.

3. Beperking van de ongecontroleerde groei van de capaciteit en de bestedingen van de gezondheidszorg. Want aangetoond is dat hoe meer capaciteit er is, hoe meer zorg per hoofd van de bevolking wordt ingezet.

4. Meer en beter wetenschappelijk onderzoek naar de manier waarop gezondheidszorg wordt geleverd.

Kloof tussen EBM en PCM dichten

Shared decision making lijkt bij Plexus een minder urgente focus te hebben dan bij Wennberg. In zijn uitstekende blog op MijnZorgNet (ook een must read!) pleit gynaecoloog Jan Kremer mijns inziens heel terecht voor het dichten van de kloof die gaapt tussen evidence based medicine (EBM) en patient centered medicine (PCM): “EBM moet meer rekening houden met individuele karakteristieken, wensen en voorkeuren van patiënten en PCM moet meer aandacht gaan schenken aan een stevig wetenschappelijk fundament.”

Beter organiseren en patiënt laten meebeslissen

Daar waar de levering van de zorg wel goed is georganiseerd, zoals in de Amerikaanse Mayo Clinic, blijkt excellente zorg tegen veel lagere kosten per hoofd van de bevolking mogelijk te zijn. In deze kliniek wordt ook al gewerkt met ‘participatory medicine’. Wennberg pleit daarom ook sterk voor zorg die uitgaat van de voorkeuren van patiënten in plaats van aanbodgerichte zorg (‘we kunnen het, dus we doen het’). Tegelijk waarschuwt hij voor een te eenzijdige focus op alleen de kostenbesparende effecten. De door patiënten ervaren kwaliteit van zorg is zeker zo belangrijk.

En het werkt!

In mijn vorige blogpost, liet ik zien hoe ikzelf op kleine schaal door ‘shared decision making’ met mijn arts besloot tot afzien van behandeling nu. En dat een eerdere behandeling eigenlijk nog niet nodig was geweest. Ik ben nu veel tevredener zonder behandeling dan ik was toen de vorige arts mij ‘dom hield’ en een behandeling als ‘noodzakelijk’ en ‘volgens protocol’ opdrong. Ik hoop van harte dat minister Schippers deze studies mede als uitgangspunt gaat nemen als zij excellent presterende ziekenhuizen in de toekomst gaat belonen. Beloning is volgens mij de beste motivatie om werk te gaan maken van een beter georganiseerde levering van zorg en van patiëntenparticipatie.

© 2010 Harriët Messing

 

Betere ouderenzorg: branche moet het nog zien 11 oktober 2010

De nieuwe coalitie zet in op het verbeteren van de ouderenzorg volgens het concept regeerakkoord. Voor de langdurige zorg trekt het aanstaande kabinet 750 miljoen euro uit. Ook moeten er 12.000 extra medewerkers bij. Werkgevers verenigd in ActiZ en werknemers verenigd in V&VN zijn op hoofdlijnen tevreden met het akkoord. Hoe dat extra personeel er moet komen daarover verschillen ze van mening. Ik sprak over de plannen met Marco Wisse, directeur van Expertisecentrum Naarderheem in Naarden, onderdeel van de Gooise Vivium Zorggroep.

Marco Wisse, directeur Expertisecentrum Naarderheem

ActiZ is vooral tevreden over de keuzes voor scheiding van wonen en zorg en voor vermindering van de administratieve lasten. “Ik ben blij dat na al die jaren van tariefskortingen, politici nu tot het inzicht zijn gekomen dat kaasschaven niet ten goede komt aan de kwaliteit van de zorg,” zegt ActiZ directeur Aad Koster over het extra budget op de eigen website. “Met dat geld kunnen de zorgzwaartepakketten (ZZP’s) op een ruimere manier worden ingevuld. Met meer handen aan het bed.” Volgens woordvoerder Pauline Fuhri van ActiZ op Zorg + Welzijn moet een belangrijk deel van die 750 miljoen euro worden besteed aan preventie. “Dat betekent: investeren in technologie, innovatie, en mantelzorg.”

Achterban kritischer

Het extra budget weegt niet op tegen de bezuinigingen en maatregelen die voor dit jaar zijn aangekondigd, is de reactie die je overal in het land van branchegenoten van Wisse hoort. Meer handen aan het bed gaat het volgens hen niet opleveren. “Door dit akkoord komt er niet meer tijd per patiënt beschikbaar”, zegt Wisse. Het geld onder de streep voor elk zorgzwaartepakket blijft onder druk staan. En wat het gaat betekenen dat de uitvoering van de AWBZ naar de zorgverzekeraars gaat, en of dat meer geld per ZZP gaat opleveren, is een hele grote vraag. Even de huidige praktijk. Stel je hebt als patiënt 18 uur zorg per week in je pakket. Daar gaat dan al zoveel af door wettelijke eisen voor personele bezetting en door steeds weer nieuwe eisen van de inspectie, dat er maar 45 minuten overblijven voor de echte verzorging: verplegen, wassen, aankleden, praatje maken et cetera.”

Micromanagement overheid

Wisse: “Er wordt zoveel van bovenaf opgelegd en geregeld dat we aan ons echte werk nauwelijks meer toekomen. Ook in andere branches zijn beloftes over minder regeldruk gedaan en nooit waargemaakt. Ik moet het nog zien of Den Haag op kan houden met micromanagen. Een goed voorbeeld is ondervoeding. Een tijd geleden heeft iemand gepubliceerd dat ondervoeding een groot probleem is in verpleeghuizen. Het verhaal was totaal niet wetenschappelijk onderbouwd. Maar van de inspectie moeten we sindsdien elke maand elke bewoner wegen. Dat betekent dus dat je mensen die al heel erg in de war zijn, in een soort grote hangmat moet leggen en optakelen. Daarvan zijn ze verder de hele dag van slag. En het komt bovenop de werkdruk die er al is. Dus gaat het ten koste van de tijd die je hebt voor persoonlijke aandacht.”

Voor elk wat wils, ook in het restaurant

Overheid stelt klant niet centraal

“Waarom ik daar zo somber over ben is omdat ze minder regeldruk beloven en dan tegelijkertijd komen met het plan voor een wet op douchebeurten en buitenlucht”, vervolgt Wisse. “De politiek bepaalt ook straks weer van bovenaf wat goed is. Wat de patiënt wil, doet er weer niet toe. Wij maken met patiënten zorgleefplannen. Daarin mogen ze zelf kiezen hoe vaak ze willen douchen en naar buiten willen. Want elke patiënt is anders. De overheid propageert dat klanten keus moeten hebben, maar beperkt vervolgens zelf die keus op microniveau. Die bemoeizucht is wat het werk zo zwaar maakt voor onze medewerkers. Bij elke nieuwe regel moeten wij van andere taken weer tijd afsnoepen. Stopwatch erbij. En dan krijg je dus toestanden zoals laatst in Amsterdam. Ik snap heel goed dat personeel daar aan de bel trekt. Dat had bij ons ook kunnen gebeuren. Alleen hebben wij hier beter kunnen uitleggen dat het management dat ook niet wil, dat er gewoon weer door maatregelen van de overheid minder geld beschikbaar is. Maar dat maakt het niet leuker voor het personeel.”

Zorgen over vinden personeel

Wisse komt uit een lange lijn van verpleegkundigen. “Mijn opa was verpleegkundige, mijn vader was verpleegkundige en ik ben ook als verpleegkundige in de zorg gestart. Ik heb dus zicht op een hele lange periode en heb het vak steeds professioneler zien worden. Als ik minister van VWS zou zijn, dan zou ik vooral heel veel aandacht hebben voor het personeel in de zorg. Vroeger was je er trots op om in de zorg te werken. Nu is het bijna zo ver dat ons personeel op feestjes maar niet meer vertelt waar het werkt. Hoe moet je dan nog 12.000 mensen extra gaan krijgen. We hebben nu al personeelstekorten door het imago van de zorg en de werkdruk. We doen hier heel erg ons best om ook de jonge generatie te interesseren voor dit werk. Die hebben een speciale aanpak nodig, want ze hebben een hele andere kijk op leren en werken. We doen momenteel een pilotproject met een leerafdeling. Daar mogen studenten onder begeleiding van ervaren verpleegkundigen met veel eigen verantwoordelijkheid zelf een afdeling draaien. De nieuwe generatie ‘screenagers’ wil niet meer leren in de opzet van meester-gezel. Zij willen meteen verantwoordelijkheid en ‘just-in-time learning’. Ook onderzoeken we nu al hoe deze mensen kijken naar arbeid en arbeidsvoorwaarden. Daar gaat mijn MBA-thesis over.”

Bewoners VVT waarderen branche met een 8 gemiddeld

Imago

Maar alles staat en valt bij dat werk in de zorg weer gewaardeerd moet worden” vindt Wisse. Door overheid en door de maatschappij. De mensen die wij in onze branche verzorgen en verplegen waarderen ons in de laatste benchmark van Actiz met een 8. Toch is dat niet het beeld van de gemiddelde Nederlander Het is zuur dat er in de media alleen over je gepraat wordt op het niveau van negatieve incidenten, zonder enige diepgang en achtergrond. Dat draagt ook heel erg bij aan een onterecht negatief imago. Het overgrote deel van de instellingen in Nederland doet het gewoon goed.”

Plaats voor grote en kleine aanbieders

De nieuwe coalitie is tegen te grote zorgaanbieders en wil desnoods gedwongen gaan splitsen. ActiZ stelt dat de aanname niet klopt dat kleinschalige zorg alleen door kleine instellingen kan worden verzorgd. De eigen benchmark toont aan dat grote instellingen die zorg ook prima kunnen leveren. Wisse is het daar mee eens. “Bij Vivium kunnen we door onze schaalgrootte inspelen op voor elk wat wils. De één wil privacy en een eigen kamer, de ander geeft de voorkeur aan samen op een kamer of in een groep te wonen. De één wil in een omgeving waar alle lagen van de samenleving bij elkaar wonen en de ander wil omringd worden door de eigen bekende groep. Je ziet dus ook dat familie van onze bewoners eerst een rondje langs alle locaties maakt voor ze kiezen waar hun vader of moeder gaat wonen. Ze zijn blij met die keuzemogelijkheden.”

Boven minimum zelf betalen

Wisse is heel duidelijk als het gaat om het toekomstperspectief van de zorg: “De politiek moet gewoon eens eerlijk en duidelijk gaan zeggen dat de tijden van Vadertje Drees echt voorbij zijn. De staat kan niet meer onze zorg van geboorte tot graf betalen. De koek is op. Ze kan door de vergrijzing straks alleen nog maar een minimum zorgkwaliteit garanderen voor iedereen. Wie zelf (spaar)geld heeft zal ook echt zelf moeten gaan betalen. Sparen voor de erfenis van de kinderen is voorbij.”

© 2010 Harriët Messing

 

Beschimmeld brood voor oma 16 september 2010

 

Mooi eten

Mooi eten met biologisch geteelde streekproducten

 

Mijn moeder is 81 en kerngezond. Ze gaat wekelijks naar de gym en klimt nog wel eens over het balkonhek om bladeren uit de afvoer van het platte dak te halen. Haar grootste angst is al jaren om dement te worden en naar een verpleegtehuis te moeten. Want daar raken mensen hun autonomie en waardigheid kwijt, is haar beeld. Ik snap wat ze bedoelt. In Den Haag worden demente bejaarden verwaarloosd en mishandeld. In Goirle puilen de kasten uit met voedsel dat over de datum is. In Oegstgeest verhongeren verzorgingshuisbewoners. Binnenkort gaan haar zus en demente zwager naar een verzorgingsinstelling … we houden ons hart vast.

In de LinkedIn-groep ‘Dutch Health Network’ is een levendige discussie ontstaan over de kwaliteit van het eten in verzorgingshuizen en andere zorginstellingen. Aanleiding is het genoemde artikel in de Telegraaf over wantoestanden in een verpleegtehuis in Goirle. Veel groepsleden vertellen hun eigen negatieve ervaringen met voedselbereiding in instellingen voor bejaarden. Een groepslid vertelt dat zijn moeder regelmatig beschimmeld brood voorgezet krijgt. Boosheid is er ook over de reactie van directielid Wilma Claassen in Goirle: “We hebben protocollen, maar die werden niet voldoende nageleefd.” Ehm…daar hoort Wilma toch op toe te zien?

Niet meteen naar overheid wijzen

Maar er is meer aan de hand. Sommige groepsleden klagen meteen over de bezuinigingen in de zorg en dat de overheid hier iets aan moet doen. Dat is me even te gemakkelijk. Waarom kan de ene instelling wel leuk en lekker koken voor de bewoners en de andere niet. Volgens mij heeft het – sorry dat ik er weer over begin – te maken met de wil om klantgericht te denken en op zoek te gaan naar creatieve oplossingen. Want de maaltijd hoeft helemaal niet het sluitstuk van de begroting te zijn. ’Voeding zou veel meer onderdeel moeten worden van de zorg’ aldus de heer Huijts, Directeur-Generaal Volksgezondheid van het ministerie van VWS, tijdens een Maatschappelijk Café van Ziekenhuis Gelderse Vallei. De overheid heeft er dus best aandacht voor. Wist u trouwens dat onze bejaarden medicijnen krijgen om te kunnen poepen omdat de kwaliteit van het eten over het algemeen zo slecht (lees vezelarm) is?

Goed eten, groter welbevinden

Daarom werd ik ook helemaal blij van de bijdrage op LinkedIn van Lasca ten Kate, Voorzitter Stichting Vriendelijke Keukens. Zij vertelt over initiatieven in verschillende zorginstellingen om ambachtelijk te koken met biologische ingrediënten en streekproducten in het kader van ‘De Mooie Maaltijd’. In de nieuwsbrief van de Week van de Smaak staat een prachtig voorbeeld van verpleeghuis Naarderheem in Naarden. Marco Wisse, directeur van de instelling, vertelt hoe ze succesvol van een zogenaamde ontkoppelde keuken (lees massaproductiekeuken) over zijn gegaan naar een eigen restaurant, Vestion genaamd. Goed koken blijkt al met al nu nog slechts een paar dubbeltjes meer te kosten. Maar de winst is wel dat het fysieke en psychische welbevinden van de bewoners enorm is toegenomen.

De inschatting van Wisse is zelfs dat de ‘gangbare maaltijd’ het qua kosten zal afleggen tegen de ‘Mooie Maaltijd’. Zeker als straks alle cijfers over minder medicijngebruik (laxatieven bijvoorbeeld) meegeteld gaan worden. Verder zijn er besparingen te halen op bijvoorbeeld personeel en afvalstromen. In oktober zullen de resultaten bekend worden van een onderzoek naar het verband tussen biologisch eten (met zorg bereid en geserveerd) en het welbevinden van instellingsbewoners. Het onderzoek is gedaan door de Wageningen UR in opdracht van de ministeries van LNV en VWS. Ik denk dat ik de uitkomst al wel weet. Ik hoop dat het verzorgingshuis van mijn oom en tante dit allemaal al heeft ingezien.

NB. Lasca en anderen binnen de groep willen in oktober bijeenkomen om te kijken hoe ze gezond eten binnen alle instellingen in Nederland op de kaart kunnen gaan zetten. Neem contact op met Lasca: lasca@vriendelijkekeukens.nl als je mee wilt doen of meer wilt weten.

© 2010 Harriët Messing

 

 
%d bloggers liken dit: