ZORGdotCOM

Communicatieadvies + Tekst

Twittergebruik ziekenhuizen stijgt flink 16 maart 2011

Ziekenhuizen zijn de laatste 6 maanden flink veel actiever geworden op Twitter. Waren er in september 2010 nog maar 30 ziekenhuizen die met enige regelmaat twitterden,  medio maart 2011 zijn het er al 53. Dat is een stijging met circa 77 procent van bijna 33 procent 09/2010 naar bijna 58 procent nu! Het Maasstad Ziekenhuis was bij de vorige meting de enige echt interactieve Twitteraar en heeft dit tot aan deze meting volgehouden. Bovendien zijn vijftien andere ziekenhuizen in meerdere of mindere mate interactief aan het twitteren: zij zenden niet alleen hun eigen nieuws de wereld in, maar beantwoorden ook regelmatig vragen van volgers of voeren er gesprekken mee.

Het overgrote deel van de ziekenhuizen gebruikt hun corporate account nu vooral om hun eigen nieuws te verspreiden. En soms ook om volgers op de hoogte te houden van nieuws uit andere bronnen. Dit kan gaan over medische nieuwtjes of over politiek of ander nieuws over de zorg. In totaal hebben nu 70 van de 92 ziekenhuizen een Twitteraccount (was 42 in september 2010). Daarvan zijn er echter elf met een inactief account (geen tweets of slechts een een enkele tweet bij aanvang) en zes die een kortere of langere periode in 2010 hebben getwitterd en rond de jaarwisseling zijn gestopt.

Meerdere accounts

Het aantal ziekenhuizen dat meerdere accounts gebruikt is niet sterk toegenomen. De meesten hebben slechts één account. En dat is begrijpelijk gezien de kans op verwarring. Een enkeling heeft wel een tweede account voor personeelswerving. Verder is merkbaar dat steeds vaker vakgroepen, individuele artsen of andere ziekenhuisprofessionals aan het twitteren slaan. Waar ik vorig jaar nog maar 67 account volgde met mijn Twitterlijst ziekenhuizen, volg ik er nu al 167. Inspiratie voor het gebruik van Twitter in de gezondheidszorg is te vinden in het blog van Phil Baumann: 140 Healthcare uses for Twitter.

SoMe en website

In 2010 was op de homepage van bijna geen enkel ziekenhuis nog een vermelding van sociale media te vinden. Inmiddels is ook daar verandering in gekomen. Maar toch maakt minder dan de helft van de 53 actieve ziekenhuizen melding van hun Twitteraccount op hun homepage (dieper in de site is niet gezocht): 13 van de zenders en 13 van de interactieven.

Overige SoMe

In mijn vorige blog over social-mediagebruik van ziekenhuizen heb ik ook een analyse gemaakt van het gebruik van LinkedIn. Dat heb ik voor dit blog niet gedaan en zal op een latere datum gebeuren. Wel heb ik nu gekeken naar de vermelding van andere social media op de homepage van de website van ziekenhuizen. Overigens zegt dat niets over het werkelijke gebruik van de overige social media. Ze kunnen immers best gewoon gebruikt worden, maar niet op de homepage staan vermeld.

Slechts twee ziekenhuizen gebruiken zes verschillende social media: Twitter, Hyves, FaceBook, LinkedIn, YouTube, en Picasa. Dit zijn voorlopers Maasstad Ziekenhuis en Maxima Medisch Centrum. Hun actieve SoMe-beleid vertaal zich ook in de hoogste volgersscores onder ziekenhuizen op Twitter. Het HagaZiekenhuis en Ziekenhuis Gelderse Vallei volgen met vier social media. Medisch Centrum Haaglanden, Diaconessenhuis Leiden, Rode Kruis Ziekenhuis vermelden er drie. Het Flevoziekenhuis, het Meander Medisch Centrum, het Meander Medisch Centrum, het OLVG, de St. Anna Zorggroep en het TweeSteden Ziekenhuis elk twee. Veertien ziekenhuizen vermelden er slechts één: Twitter. Twitter blijkt daarmee het meest vermeld plus gebruikt door ziekenhuizen. LinkedIn is volgens de cijfers van september 2010 en de te verwachten stijging waarschijnlijk het meest gebruikt, maar wordt nauwelijks vermeld op de homepage. Opvallende afwezige in dit lijstje is overigens tot mijn verbazing het UMC St Radboud die – ondanks het uitstekende Zorg 2.0 ambassadeurschap vanuit het eigen REshape & Innovation Centre – op de homepage geen melding maakt van de eigen social-media-accounts op bijvoorbeeld Youtube en LinkedIn .

Tot slot heb ik nog gekeken of de kwaliteit van het gebruik van social media gerelateerd kan worden aan de ranking van de websites van ziekenhuizen in de Zorgwebmonitor. Dit blijkt niet het geval. Eerder kan gezegd worden dat daar de middenmoters qua actief gebruik van social media beter scoren dan de koplopers.

NB. Je kunt mijn Twitterlijst ziekenhuizen gaan volgen als je zelf een Twitter-account hebt.

Voor gegevens over social-mediagebruik van ziekenhuizen in andere Europese landen: http://hospitalseu.wordpress.com/

© 2011 Harriët Messing

Advertenties
 

Internet emancipeert de patiënt 23 februari 2011

Weet u wat e-health is of zorg 2.0? Misschien hebt u er ergens al over gelezen. Of zijn de termen geheel nieuw voor u? Lucien Engelen, Zorg 2.0 ambassadeur van het UMC St Radboud in Nijmegen, legt uit waarom deze ontwikkeling in de zorg voor u als patiënt belangrijk is. Want u zult er in de komende tijd zeker mee te maken krijgen, als dat nu al niet het geval is. Engelen: “Zorg 2.0 gaat de relatie tussen patiënt en zorgverlener gelijkwaardiger maken”.

Lucien Engelen

“Internettechnologie geeft patiënten de mogelijkheid om veel betere keuzes voor hun gezondheid te maken”, stelt Engelen. “Van hoe voorkom ik dat ik ziek word tot welke arts en welke behandeling is het beste voor mij. Internet biedt kennis en kennis is macht. Het emancipeert de patiënt. Hij kan gelijkwaardiger meepraten over zijn ziekte en behandeling. Maar het biedt nog veel meer. Web 1.0 is de term voor websites die vooral een digitale folder zijn. Daar zijn er nog heel veel van in de zorg. Web 2.0 staat voor interactie. Het staat voor informatie, kennis en ervaringen delen. Voorbeelden daarvan zijn patiëntenforums voor lotgenotencontact als die op de website van het NLV. Maar ook op de sociale media, zoals Twitter, Hyves en Facebook, spreken mensen elkaar en wisselen informatie uit. Zorg 2.0 is web 2.0 in de zorg. Het gaat bij Zorg 2.0  niet alleen om online contacten tussen patiënten, maar vooral ook om interactie tussen patiënt en zorgverlener.”

Dokter Google

“Steeds meer mensen gaan eerst op internet op zoek naar informatie over hun ziekte” vertelt Engelen. “In 2003 was dat volgens TNS Nipo nog maar één op de tien mensen, in 2008 al zeven op de tien. De hoeveelheid informatie op internet is gigantisch. De herkomst ervan is heel divers. Je kunt terechtkomen op de site van een patiëntenorganisatie, op ‘onafhankelijke’ gezondheidssites, op de site van een ziekenhuis, op een weblog, noem maar op. De NPCF meldde vorig jaar dat 24 procent van de mensen al gebruik maakt van vergelijkingssites als ZorgKaartNederland.nl om een arts of ziekenhuis te kiezen. Drie op de vijf patiënten wisselen wel eens online informatie uit over ziekte en gezondheid. Eén op de zeven patiënten publiceert online over zijn eigen ziekteproces of medicijngebruik. Zo helpen ze anderen om beter voorbereid bij de dokter te komen.”

Digitale poli's

Patiënt emancipeert

Veel zorgverleners hebben nog moeite met patiënten die zelf aan de slag gaan op internet. En dat patiënten elkaar gaan ‘bedokteren’. Kan de patiënt met vage klachten wel de juiste weg vinden in het oerwoud aan informatie op internet? En hoe betrouwbaar is de gevonden informatie. Wat als iemand de juiste diagnose of behandeling mist? Veel sites van zorginstellingen en patiëntenverenigingen zijn hier ook nog niet op ingericht. Zorgverleners vinden eigenlijk dat de patiënt daar niet zelf over gaat. “Maar ze steken hun kop in het zand” vindt Engelen. “Want internet en sociale media zorgen er op allerlei plekken in de samenleving voor dat de ‘burger’ emancipeert en goede, eerlijke informatie eist. Kijk maar naar WikiLeaks. Daar kun je als zorgverlener en zorginstelling maar beter op anticiperen. Je foldermateriaal digitaal aanbieden is niet meer genoeg. Bovendien is dat materiaal vaak niet bepaald geschreven vanuit het patiëntenperspectief.”

Participatie

Het UMC St Radboud is het eerste ziekenhuis in Nederland dat vroegtijdig heeft ingezien dat internet de relatie tussen zorgverleners en patiënten gaat veranderen. “Als ik moet spreken over Zorg 2.0 namens het Radboud schrikt de zaal meestal even”, vertelt Engelen, “als ik vertel dat het Radboud is gestopt de patiënt centraal te stellen. Dan zie je mensen elkaar even bevreemd aankijken. Want we moeten toch met zijn allen patiëntgericht gaan werken? Ik leg dan uit dat dit model nog steeds uitgaat van dat de zorgverlener weet wat goed is voor de patiënt. Dan vertel ik dat we in het Radboud verder willen gaan. Dat we ‘de patiënt gaan opnemen in het behandelteam’ als een partner dus. De patiënt is ‘eigenaar’ van zijn gezondheid en ziekte en heeft dus ook en rol bij het maken van keuzes in het behandelplan. Dat noem je met een mooi woord patiëntenparticipatie of ‘participatory medicine’. De arts is dan niet meer de alwetende expert, maar een deskundige adviseur en coach, een gids dus.”

AYA4: digitale hangplek voor jongvolwassenen met kanker

Digitale poli’s en zorgnetwerken

De nieuwe patiënt wil als individu gezien worden en niet als diabetes- of longkankerpatiënt. Hij wil dialoog: “praat met me, ook online!” Door zijn eigen verhaal online te vertellen komt hij in contact met anderen die hem en zijn arts kunnen helpen. Bijvoorbeeld aan de naam van een specialist die even meekijkt en adviseert. Of aan tips over aanvullende zorg die de therapie kan ondersteunen. Zo ontstaat een zorgnetwerk dat per patiënt en per behandelfase kan veranderen. Maar de patiënt wil ook inzicht in zijn eigen dossier! Engelen: “Wij bieden onze patiënten al tien digitale poli’s. Dat worden er dit jaar nog meer. Dit zijn online plekken waar patiënten hun eigen dossier kunnen inzien, inclusief uitslagen. Waar ze informatie vinden over hun ziekte. Waar ze binnenkort afspraken kunnen maken en checken. Waar ze online contact kunnen hebben met hun zorgverlener. Waar ze online contact kunnen hebben met medepatiënten. En daar zullen nog veel meer diensten bijkomen. Bijvoorbeeld teleconsults. Ook hebben we een digitale hangplek voor jongvolwassenen met kanker (aya4.umcn.nl). Daar kunnen ze elkaar ontmoeten en ervaringen uitwisselen. Van ziekte en behandeling tot het vinden van verzekeringen en hypotheken. MijnZorgNet.nl is een voorbeeld van een zorgnetwerk waar zorgverleners, patiënten en mantelzorgers elkaar vinden. Het bedient nu IVF-patiënten en mensen met Parkinson.

Preventie is toekomst

“Om de kosten van de zorg beheersbaar te houden moeten we internet ook heel goed in gaan zetten voor ziektepreventie” vindt Engelen. “Nu al kun je op internet bijvoorbeeld cursussen vinden om depressie vroegtijdig te behandelen of zelfs te voorkomen. Maar het gaat nog verder. We zullen beter moeten onderzoeken hoe we mensen kunnen helpen betere keuzes te maken om langer gezond te blijven. Een interessant boek daarover is: ‘The decision tree’ van Thomas Goetz. De overheid zegt al die kant op te willen. Lees bijvoorbeeld het rapport van de RVZ ‘Van ziekte en zorg naar gezondheid en gedrag’ en ‘Perspectief op gezondheid 20/20‘. Maar we besteden momenteel nog geen procent van het zorgbudget aan preventie. Dat zal moeten veranderen. We moeten ook snel naar Preventie 2.0.”

E-health uitgelegd

E-health is niet alleen het gebruik van internet- en communicatietechnieken in de zorg om bepaalde processen tussen zorgverlener en zorggebruiker eenvoudiger, sneller en goedkoper te maken. Het is ook een manier van denken over zorg, waarbij gemak, service en gezondheidsbevordering voorop staan. Vormen van e-health zijn:

  • Telemedicine is zorg op afstand. De patiënt kan vanuit huis communiceren met zijn zorgverlener. Dan kan het ook gaan om het online doorsturen van bijvoorbeeld bloedwaarden. Die kan de zorgverlener dan vanachter zijn computer inzien en waar nodig ingrijpen. Maar ook wordt het gebruikt voor consultatie tussen artsen onderling. Bijvoorbeeld bij teledermatologie. Dan stuurt de huisarts een foto van de aangedane huid naar de dermatoloog en krijgt van hem via internet een diagnose en behandelplan.
  • Telehealth gaat vooral over gezondheidsvoorlichting aan zorggebruikers en training van zorgverleners. Dan kun je bijvoorbeeld denken aan online cursussen tegen depressie of overgewicht.
  • M-health is de term voor de recente ontwikkeling in mobiel internet waarbij programmaatjes of  ‘apps’ op de smartphone worden ingezet voor monitoring, begeleiding of gezondheidsbevordering. Bijvoorbeeld een programma dat autistische kinderen begeleidt om zelf hun dagprogramma te kunnen volgen. Of een ‘app’ die je waarschuwt als je medicijnen moet innemen.

Dit interview staat in het maartnummer van NL-Visie, het ledenblad van de Nederlandse Leverpatiënten Vereniging.

© 2011 Harriët Messing

 

Betere chronische zorg met ZorgVerband 24 november 2010

Soms is de serendipiteit niet van de lucht! Onlangs schreven twee medewerkers van de RVZ op persoonlijke titel in Medisch Contact dat het Personal Health Record (PHR) een onmisbaar instrument is bij patiëntenparticipatie. Iets later verscheen een rapport van de Rekenkamer dat zorgverleners veel beter moeten samenwerken en communiceren om de zorg voor chronisch zieken te verbeteren. Tijdens het ZIP-café afgelopen week, maakte ik kennis met de mensen achter ZorgVerband. Zij ontwikkelden op basis van casuïstiek van CVA-patiënten een innovatief softwaresysteem dat de communicatie tussen alle zorgverleners rondom een chronisch zieke of oudere ondersteunt. Patiënten kunnen hierdoor langer thuis blijven wonen of na een opname sneller naar huis.

Een vrouw van 38 vertelde nadat zij een CVA had gekregen: “In het eerste jaar word je in een revalidatie­centrum overspoeld met allemaal hulp, door psychologen, maatschappelijk werkers et cetera. Dan ben je daar klaar en dan houdt het in­eens op terwijl je in de loop der jaren tegen heel veel dingen aan loopt. Je denkt dat het voorbij is maar dat is dus niet zo.” Zodra een patiënt naar huis gaat activeert ZorgVerband het sociale en medische netwerk rondom een patiënt of oudere. De patiënt of oudere (of diens verzorger) behoudt de regie en bepaalt wie meedoet en wie welke informatie mag inzien. Iedereen kan zijn observaties of instructies in het systeem zetten, van specialist tot mantelzorger, van fysiotherapeut tot buurman of vriend.

n ouderen in de thuissituatie

ZorgVerband ondersteunt de communicatie tussen alle menselijke en technologische schakels in de zorg rondom chronisch zieken e

Alle schakels samen

Alle schakels aan de zorgketen kunnen in het systeem deelnemen. Bijvoorbeeld ook de trombosedienst, een diabetesverpleegkundige of een zorgverlener die psychosociale ondersteuning verleent. Bloedwaarden, bloeddruk of andere metingen gaan direct van de thuismeetapparatuur naar het PHR in het systeem. Bij afwijkingen in de metingen gaat automatisch een signaal naar de verantwoordelijke behandelaar. Ook niet tijdig ingevoerde metingen leveren een alarm op. Dit systeem is dus meer dan een statisch dossier met medische gegevens zoals het EPD. Het bevat uittreksels uit het EPD van behandelaars, behandelinstructies, waarnemingen en berichtenverkeer tussen alle deelnemers.

Eigen regie en zelfstandigheid

Ook andere technologische schakels als valdetectie en andere domotica hebben een plek. Het blijkt dat patiënten vaak angstig zijn thuis omdat ze bang zijn te vallen of opnieuw een CVA te krijgen. Doorlopende detectie kan deze angst wegnemen, omdat er bij acute situaties direct gealarmeerd wordt en snel ingegrepen kan worden. Verder biedt het systeem oplossingen voor de patiënt om alledaagse dingen zelfstandig te kunnen blijven doen. Bijvoorbeeld op afstand openen van deuren, openen en sluiten van zonneschermen en telefoneren met beeldschermcontact. Een man van 79 vertelde: “Ik wil graag kunnen telefoneren zon­der dat mijn vrouw hierbij helpt. Het zijn zulke kleine knopjes. Verstaan kan ik het wel goed door de luidspreker. Daar zit een knopje op dat mijn vrouw indrukt. Ook wil ik graag beneden de deur open kunnen doen. Nu doet mijn vrouw dat altijd in de gang”. Daarom werkt ZorgVerband met gebruiksvriendelijke interfaces, zoals touch screens voor digibeten en met iPads en smart phones.

Zorg op maat, minder zorgkosten

Groot voordeel van ZorgVerband is dat de patiënt zelf regie kan voeren en hierdoor in zijn eigen kracht wordt gezet. Dit bevordert eigen verantwoordelijkheid en herstel. Inschakelen van zorgverleners gebeurt pas als het nodig is. Problemen worden zo laag mogelijk in de keten opgelost. Er zijn minder controlebezoeken nodig. Al met al levert het systeem betere zorg door betere communicatie, zorg op maat en ook belangrijk: kostenbesparingen. Volgens de business case is een besparing van 10 tot 20 procent op de chronische zorg haalbaar. Maar bij alles staat de menselijke maat voorop!

De ontwikkelaars

ZorgVerband is het resultaat van een project van de Hogeschool Zeeland, MKB-ondernemingen en zorginstellingen: Stichting Werkt voor Ouderen (SWvO) en Stichting Revalidatiegeneeskunde Zeeland (RGZ). Het voegt menselijke en technologische waarnemers samen in één intelligent systeem. Bij de ontwikkeling is het uitgetest bij CVA-patiënten. Maar het is na doorontwikkeling straks ook geschikt voor andere (chronische) zorg die vraagt om samenwerking van meerdere zorgverleners. Ook binnen de jeugdzorg kan het systeem een oplossing bieden. Meer informatie over de ontwikkeling vindt u in dit artikel in ICT-zorg afgelopen maand.

Oproep: ontwikkel mee!

ZorgVerband is nu op zoek naar zorginstellingen en patiëntenverenigingen die willen meewerken om dit systeem verder te ontwikkelen voor andere chronische aandoeningen. In de ontwikkeling staan steeds de behoeften en eisen van patiënten met een specifieke zorgvraag centraal. Voor meer informatie kunt u kijken op www.zorgverband.nl of neemt u contact op met: Hans de Bruin – hans@zorgverband.nl.

© 2010 Harriët Messing

 

Zorgmanagement: lifestyle-verandering, geen dieet 25 oktober 2010

Ziekenhuizen en andere zorginstellingen zijn dienstverleners. Hun klanten hebben veel ervaring met dienstverleners uit het consumentendomein. Zij zullen hen ook op grond van die ervaringen beoordelen. De mate waarin de zorginstelling erin slaagt de ervaringen van hun klanten te managen zal mede hun succes en overleving bepalen. Leiders in zorginstellingen die kiezen voor een visie waarin dit centraal staat, zijn nog zeldzaam. Maar hun succes onderstreept het belang van klantgerichte zorg. Het toont aan dat de nieuwe zorgfilosofie van lifestyle-verandering in plaats van dieet (‘Van Ziekte en Zorg naar Gedrag en Gezondheid’) niet alleen opgaat voor de patiënt, maar ook voor zorginstellingen en overheid (‘Visie versus kaasschaaf’). Dergelijke leiders en zorginstellingen verdienen beloning en navolging.

Ik noem hier eerst twee voorbeelden van zorginstellingen die via verschillende modellen succesvol werken aan het managen van klantervaringen. In beide modellen zie je nadruk op de menselijke maat, eigen regie en welbevinden.

Flevoziekenhuis Almere

Het Flevoziekenhuis in Almere is onlangs als eerste ziekenhuis in Nederland gecertificeerd door Planetree. In september bereikte het ziekenhuis de eerste plaats op de AD Ziekenhuis Top 100. Het kwam van plek 97 twee jaar geleden. Vorige week scoorde het ook goed in het Elsevieronderzoek ‘De Beste Ziekenhuizen 2010’. Hoewel dit soort ranglijsten zeker niet alles zeggen over een organisatie, is goed scoren op dergelijke ranglijsten een onderdeel en gevolg van het Planetree-model. De servicekwaliteit in zorginstellingen kun je volgens dit model rangschikken in drie dimensies:

  1. Mensgerichte zorg
    De menselijke maat in interactie en een liefdevolle bejegening (benader de ander zoals je zelf benaderd wilt worden).
    Faciliteren van eigen verantwoordelijkheid en keuzes voor de patiënt, regie door de patiënt door het bieden van begrijpelijke informatie, educatie en lotgenotencontact. De patiënt wordt onderdeel van het behandelteam. Zorg 2.0 en e-health ondersteunen dit.
    Effectieve en veilige behandeling en zorg: behandeling volgens de modernste medische inzichten en grote aandacht voor veilige processen en behandelingen. Ook aandacht voor snellere processen voor een betere klantervaring.
    Gezond eten en drinken en aandacht voor beweging.
    Aanvullende zorg en zingeving. Van expressie door muziek of schilderen tot acupunctuur, haptonomie, meditatie en rouwverwerking.
  2. Helende omgeving
    Architectuur en inrichting van het gebouw,
    Mensvriendelijke medische apparatuur.
    Faciliteren van de rol van familie, vrienden en gemeenschap (vrijwilligers) om verblijf zo aangenaam mogelijk te maken.
  3. Gezonde organisatie
    Hoge klanttevredenheid.
    Hoge tevredenheid en gemotiveerdheid van medewerkers.
    Goede bedrijfsresultaten.
    Goede marktpositie (imago) en een goede relatie met belanghebbenden (PR). Hoge scores op ranglijsten en positieve publiciteit.

Stichting Humanitas Rotterdam

De onderdelen van het Planetree-model zie je ook terugkomen in de bedrijfsfilosofie van Stichting Humanitas in Rotterdam. Daar is al meer dan 10 jaar menselijk geluk het doel. Dat wordt bereikt door een omgeving te creëren die bewoners zoveel mogelijk ondersteunt om eigen regie, eigen verantwoordelijkheid en eigenwaarde te behouden. Mensgerichte zorg wordt geborgd door de ja-cultuur: ‘Alles kan, tenzij…’. Eigen verantwoordelijkheid en keuzes door het ‘use-it-or’lose-it’-principe, ofwel de helpende hand met de handen op de rug. Alles wat de cliënt zelf kan, doet hij zelf tot aan en soms over de pijngrens. Ook is daar aandacht voor (luxe) eten en drinken, aandacht voor zelfexpressie en aandacht voor zingeving. Bijvoorbeeld door mogelijkheden te bieden voor actieve participatie (vrijwilligerswerk). De helende omgeving krijgt vorm door aandacht voor architectuur en inrichting (levensloopbestendige appartementen, ‘empathic design’, luxe en warmte). Het dragende principe van de ‘extended family’ faciliteert de rol van familie, vrienden en de gemeenschap van de instelling. Dit alles resulteert in goede scores op de dimensie ‘Gezonde organisatie’.

Beloon moedig leiderschap

Opvallend in beide organisaties is de rol van het hoogste management. Daar zitten leiders die de durf hebben om nieuwe wegen in te slaan en de klassieke kaasschaaf in de la te laten liggen. Onlangs pleitten Prof. Frits van Merode van Maastricht UMC en Roelof Konterman van Achmea Zorg op MedicalFacts.nl voor dergelijke moedige leiders in hun pleidooi voor LEAN in de zorg. Zij stellen bovendien dat ook de overheid een lifestyle-verandering moet ondergaan. Deze moet afstappen van het principe van ‘gelijke monniken, gelijke kappen’ voor de zorgfinanciering. Het belonen van zorgverleners die de klant centraal stellen wordt eveneens door de RVZ bepleit in het rapport ‘De patiënt als gezagvoerder, de dokter als copiloot’. Het rapport geeft aanbevelingen voor beleidsmakers, opleidingsinstituten, zorgverzekeraars en bestuurders van zorginstellingen. De bedoeling is de verspreiding van ‘best practices’ in de zorg te faciliteren en te versnellen. En dat is hard nodig.

NB. Ter verdieping beveel ik van harte het artikel ‘Besturen in de zorg. Over leiderschapsmythen en goede bestuurders’ van Dr. Sjaak Toonen en Dick Hogewind op Managementsite.nl aan. Om het artikel te lezen kun je gratis een account aanmaken.

Dit artikel is ook gepubliceerd op www.zorginnovatieplatform.nl.

© 2010 Harriët Messing

 

Zorgregeerakkoord: wat vindt de huisarts 4 oktober 2010

De nieuwe coalitie zet de komende jaren zwaar in op kwalitatief hoogstaande, toegankelijke en betaalbare zorg. Deze moet zo dicht mogelijk bij de patiënt worden georganiseerd. Het gaat dan om huisartsenzorg, wijkverpleegkundigen, thuiszorg, apothekers en fysiotherapeuten, om regionale ziekenhuizen die basiszorg leveren en om andere zorgverleners. Deze werken straks allemaal samen in een netwerk van zorg in de wijk of in het dorp. Door taakherschikking kunnen alle zorgverleners zelfstandig die taken uitvoeren waar zij het beste in zijn. Ik sprak over deze plannen en de consequenties voor de huisartsenpraktijk met bevriend huisarts Rik Kaarsgaren uit Utrecht.

 

Huisarts Rik Kaarsgaren

 

“We komen er in Nederland niet onderuit om de totale zorgketen anders in te gaan richten”, zegt Kaarsgaren. ”Er komen meer mensen die zorg nodig hebben en minder mensen die deze in ziekenhuizen en andere zorginstellingen kunnen gaan verlenen. Minder handen aan het bed. Zorg die nu in ziekenhuizen wordt gegeven, maar beter door de huisarts kan worden gedaan, gaat naar de huisarts. Maximale substitutie, dat is iets waar Stichting de Vrije Huisarts al in 2006 op aandrong en waar ik volledig achter sta. Het is bijvoorbeeld heel raar dat in mijn praktijk de assistente uitstrijkjes maakt en de gynaecoloog in het ziekenhuis dit nog zelf doet. Ook zou de longarts stabiele patiënten met COPD (rokerslongen) actief moeten terugverwijzen naar de huisarts. Iedereen in de zorg moet verder gaan denken dan zijn eigen belang: welke zorg kan het beste op welke plek en door wie gegeven worden. Maar al die veranderingen moeten goed gefaciliteerd worden door een betrouwbare overheid. Het uitgangspunt van de regering mag niet ordinair bezuinigen zijn, wel visionair sturen.”

Investeren in ondersteuning

Kaarsgaren: “Als huisarts vind ik het heel belangrijk dat ik een regiefunctie heb in de zorg rond een patiënt. Iemand moet het overzicht behouden en zorgen voor continuïteit. Dat gaat nu nog wel eens mis. Laatst nog toen de anesthesist en de oncoloog, onafhankelijk van elkaar, aan de pijnbestrijding van een terminale patiënt gingen sleutelen. En ook omdat patiënten regelmatig zonder verwijzing van de huisarts naar een ziekenhuis gaan. Dat de poortwachterfunctie van de huisarts afbrokkelt is inherent aan het feit dat patiënten mondiger worden. Toch kan de huisarts wel beter dan een patiënt inschatten waar hij het beste behandeld kan worden. Dat past prima in de regiefunctie. Bij dit alles is communicatie, dossiervorming en -uitwisseling nog belangrijker. In mijn dagelijkse praktijk bel ik bijvoorbeeld regelmatig specialisten na als ik niks terug hoor na een verwijzing. Maar de coalitieplannen mogen niet leiden tot een nog grotere taakverzwaring voor huisartsen. We werken ons nu al een slag in de rondte. Er moet dan wel flink geïnvesteerd worden in allerlei ondersteunende diensten voor de eerste lijn. Zoals we nu al praktijkassistentes hebben die de controle en voorlichting doen van patiënten met diabetes, hart- en vaatziekten en longziekten.”

Huidige praktijk

“In mijn eigen praktijk hebben we al veel aandacht voor nabijheid, betrokkenheid en toegankelijkheid”, vindt Kaarsgaren. “Nabijheid door in één pand te gaan zitten met andere zorgverleners, zoals een diëtiste, verloskundige, eerstelijns psycholoog en fysiotherapeuten. Betrokkenheid door bijvoorbeeld na een week even te bellen met een patiënt die ik op de huisartsenpost heb gezien en heb doorgestuurd naar het ziekenhuis. Of door even een aantekening te maken over dingen als vakantie of grote familiegebeurtenissen en daar bij een volgende keer naar te vragen.”

Internet en innovatie

“Toegankelijkheid betekent concreet: een duidelijke website, een goed telefoonsysteem met wachtrij en een terugbelspreekuur in plaats van telefonisch spreekuur”, vervolgt hij. Maar ook een flexibele opstelling als mensen buiten gestelde tijden bellen voor een afspraak of een spoedvisite. En we kijken ook naar de mogelijkheid voor een avondspreekuur. Internet heeft heel veel goede innovaties gebracht op dit terrein. We gebruiken ZorgDomein om te kijken in welk ziekenhuis een patiënt het snelst geholpen kan worden en de verwijzing elektronisch aan het ziekenhuis door te geven. We gebruiken teledermatologie om de wachtlijsten bij de dermatoloog te vermijden. Verder kunnen patiënten online herhaalrecepten aanvragen. We zijn nu aan het kijken naar een online afsprakensysteem. Met chronische patiënten onderhoud ik een e-mailspreekuur voor korte vragen”. Kaarsgaren vindt voorlichting een belangrijke taak van de huisarts: “Ik geef veel informatie en tips ook nog op papier mee naar huis. Daarvoor gebruik ik de portal Spreekuurassistent.nl. Medicijnen voorschrijven doen we ook volledig elektronisch. Heel belangrijk om medicatiefouten te voorkomen.”

 

"Mijn praktijk staat in Wilhelminapark, een Utrechtse wijk met veel mondige, hoog opgeleide mensen met goede inkomens en interesse voor een gezonde leefstijl"

 

Preventie vergeten

“Wat ik nog mis in de plannen is een zwaardere inzet op preventie en aandacht voor leefstijl”, vindt hij. “Dat vind ik een onmisbaar onderdeel voor toekomstbestendige zorg. Het project Big Move dat onder andere hier in Utrecht Overvecht draait, vind ik daar een mooi voorbeeld van. Kinderen op een speelse manier stimuleren om te bewegen en gezond te eten. Daarmee kweek je nu al op termijn gezondere volwassenen. Preventie nu zal enorme besparingen in de toekomst opleveren. Ik zie dat ook terug in mijn eigen werk. Mijn praktijk staat in Wilhelminapark, een Utrechtse wijk met veel mondige, hoog opgeleide mensen met goede inkomens en interesse voor een gezonde leefstijl. De gemiddelde gezondheid is daar dus ook hoog. Daarnaast werk ik als justitieel geneeskundige voor de FMMU. In die hoedanigheid zie ik juist laag opgeleiden, alcoholisten, drugsverslaafden, psychiatrische patiënten en asielzoekers. Daar kijk je niet raar op van iemand die op zijn veertigste al zijn eerste hartaanval heeft. Maar nu zwaar inzetten op preventie kost ook nu geld. Daarom hebben kabinetten dit ook al jaren niet in hun plannen staan. Het zou van visie getuigen als deze coalitie dit instrument alsnog in haar beleid gaat opnemen.”

NB. Vrijdag en vandaag verschenen ook de reacties van LHV, NHG, KNMG , NVZ , KNMP, ActiZ, Zorgverzekeraars Nederland en GGD op de zorgparagraaf van het concept regeerakkoord.

© 2010 Harriët Messing

 

Gebruik social media ziekenhuizen geanalyseerd 23 september 2010

“Mijn ziekenhuis Twittert, gaaf hè!”, vertelde een goede vriend me een paar maanden geleden. “Hé dat is leuk”, antwoordde ik, “daar zullen ze dan wel één van de eersten mee zijn.” Afgelopen week kwamen de nieuwste cijfers langs over het gebruik van sociale media door Nederlandse ziekenhuizen. Lucien Engelen, expert Zorg 2.0 van het UMC St Radboud, publiceerde ze in zijn beide blogs. Deze geven een heel mooi beeld van de flinke stijging van het gebruik van LinkedIn en Twitter sinds januari dit jaar. Het gebruik van LinkedIn ging van 2 procent naar 53 procent deze maand. Het gebruik van  Twitter van 4,5 procent naar 32,6 procent deze maand. Dat is goed nieuws! Maar Engelen stelt terecht ook meteen de vraag: “Hoe zetten de ziekenhuizen social media eigenlijk in? Blijft het bij zenden of gaan ze de dialoog en samenwerking met hun patiënten aan.” Die vraag probeer ik hier te beantwoorden.

LUMC-profiel op LinkedIn


Linkedin

Bij een eigen onderzoekje deze week vond ik ruim 70 Nederlandse ziekenhuizen met een bedrijfsprofiel op LinkedIn. Dit aantal komt aardig overeen met de genoemde 53 procent. Het percentage is nog hoger als je alle ziekenhuizen samenneemt die zich als groep presenteren, zoals Alysis Zorggroep, Ziekenhuisgroep Twente of Admiraal de Ruijter Ziekenhuis. Slechts 32 ziekenhuizen maken ook gebruik van LinkedIn-groepen. Bij veel ziekenhuizen beheert, zoals te verwachten,  de HRM-afdeling het profiel en de groep. Bij een aantal ziekenhuizen hebben specialisten zich in een groep verenigd. Alle top 10 ziekenhuizen uit de AD Ziekenhuis Top 100 hebben een LinkedIn-profiel, vijf van hen gebruiken LinkedIn-groepen. Vergelijk dit met de laatste tien ziekenhuizen uit die Top 100. Van hen hebben er vier een profiel en slechts één een groep.

Klik om te vergroten

Maasstad Ziekenhuis in dialoog

Twitter

Mijn eigen Twitterlijst van ziekenhuizen telt momenteel 67 accounts en geeft een aardig beeld van het Twittergebruik. In de lijst zitten 42 ziekenhuizen met ten minste één corporate account. Daarvan hebben er 30 de laatste zeven dagen nog getwitterd. Drie ziekenhuizen hebben de laatste maand nog berichten verstuurd. Negen ziekenhuizen hebben wel een account, maar hebben nog nooit getwitterd of al heel lang geleden. Negen ziekenhuizen hebben meer dan één Twitter-account. Het LUMC, het Maxima Medisch Centrum en het Maasstad Ziekenhuis gebruiken Twitter ook voor personeelswerving. Erasmus MC gebruikt bijvoorbeeld een persaccount en een corporate account. Daarnaast gebruikt ten minste één specialisme in dat ziekenhuis een Twitter-account: Oncologie. Ziekenhuizen twitteren met meer of mindere regelmaat over het nieuws in het eigen ziekenhuis. Het TweeSteden Ziekenhuis informeert ook over algemene zorgthema’s als de miljoenennota. Maasstad Ziekenhuis en enkele anderen reageren op tweets van volgers. Het Groene Hart Ziekenhuis twittert om medewerkers en bezoekers op de hoogte te houden van de belemmeringen door bouwwerkzaamheden rond het ziekenhuis. De overige accounts in de lijst zijn van individuele artsen, bestuurders of niet specialistische afdelingen.

Overige social Media

Verder zit volgens de cijfers van Engelen bijna 26 procent van de ziekenhuizen op YouTube. Gebruik loopt uiteen van de upload van de eigen corporate video, van filmpjes van gebeurtenissen en events en tot video’s die de gang van zaken in het ziekenhuis aan de patiënt uitleggen. Circa 21 procent gebruikt RSS, bijna 15 procent Hyves, en bloggen eindigt op een treurige laatste plaats met bijna 6 procent. Facebook, met in Nederland toch ook al ruim 2 miljoen gebruikers, is niet in het onderzoek meegenomen.

Klik op afbeelding om te vergroten

TweeSteden informeert ook over Miljoenennota

Conclusie

HRM-afdelingen lijken de afgelopen maanden het belang van LinkedIn voor personeelswerving ontdekt te hebben en dat is een grote stap vooruit. De stijging in het Twittergebruik is ook een leuke ontwikkeling. Uiteraard is het allemaal voornamelijk nog zendergericht. Maar de uitprobeerfase is voor deze twee media duidelijk begonnen. In de volgende fase zouden ziekenhuizen social media in kunnen gaan zetten om echt in dialoog aan te gaan met hun klanten. Vooral Hyves, met meer 10 miljoen gebruikers, lijkt mij daarvoor nog een schat aan mogelijkheden te bieden. Verder is bloggen ook een leuke manier om de dialoog aan te gaan over aspecten van de zorg die de patiënt niet direct ziet. Het kan bijdragen aan begrip. Bloggen kost tijd en moet weloverwogen worden ingezet. Maar elk ziekenhuis heeft wel mensen in huis die het leuk vinden om te schrijven. Geef ze een cursus bloggen, zou ik zeggen! Ik ben benieuwd naar de cijfers in 2011.

NB. Je kunt mijn Twitterlijst ziekenhuizen gaan volgen als je zelf een Twitter-account hebt.

© 2010 Harriët Messing

 

Ontevreden patiënten: zorgzeikers of kans? 20 september 2010

Afgelopen vrijdag las ik een persbericht van de Nederlandse Patiënten Consumenten Federatie (NPCF). Het ging over hun vernieuwde websites ZorgkaartNederland.nl en ConsumentendeZorg.nl. Deze zijn bedoeld om bezoekers een huisarts of specialist te helpen kiezen en te laten beoordelen. Onlangs noemde een bevriende arts gebruikers van dergelijke sites ‘zorgzeikers’. Maar deze houding kan de zorg zich echt niet meer permitteren.

Ik begrijp de reactie wel een beetje. Over het algemeen zoeken vooral de ontevreden klanten een forum om hun klacht te ventileren. Maar waarom doen ze dat? Blijkbaar wordt hun klacht niet serieus genomen op de juiste plek: bij de zorgverlener zelf. Mensen die klagen zijn ‘lastige mensen’. Nog steeds zijn er veel zorgorganisaties en zorgverleners die zich zo opstellen. Zelfreflectie en denken vanuit de ander in plaats vanuit jezelf is nog niet iedereen gegeven. Laat staan actief naar tevredenheid vragen tijdens of na afloop van het zorgcontact.

Negatieve feedback is kans!

Een aantoonbaar betere houding is blij zijn met feedback en er daadwerkelijk iets mee doen! De zorgklant die klaagt, is nog bereid te investeren in de zorgrelatie. Je bent hem nog niet kwijt. Hij geeft je nog een kans te reageren en van hem een tevreden klant te maken. Als je de klacht dan weer niet serieus behandelt, raak je hem definitief kwijt. En dan zie je hem wellicht terug op internet, in de krant of op TV. De schade die dit veroorzaakt voor jouw praktijk of jouw zorginstelling kan enorm zijn. Vooral als je zelfs in dit late stadium weer niet thuis geeft, zoals nog regelmatig gebeurt.

Top 10 huisartsen: even wennen voor de dokter

Monitoren, faciliteren en reageren

Vergelijkingsites,  beoordelingssites en consumentenforums als op Radar.nl zijn niet meer weg te denken in de vrije markt. Consumenten zijn eraan gewend om voor aankoop eerst op internet te kijken en te vergelijken. Buiten de zorg zijn veel bedrijven en organisaties al een hele tijd gewend aan dit fenomeen. Zij hadden vroeger geen weet van wat klanten elkaar vertelden over hun producten en service. Dankzij de social media – waar vergelijkingssites een vorm van zijn – kunnen ze nu een deel van die gesprekken monitoren. En dat is grote winst. Een goed voorbeeld waar dit al vele jaren wordt opgepakt in de zorg zijn vergelijkingssites voor zorgverzekeringen. Bij zorgverzekeraars zoals Zilveren Kruis, Menzis en Agis is het onderdeel van hun bedrijfsvoering aan het worden om proactief met social media om te gaan. Dat doen ze door alle relevante online media als Twitter, Facebook, Hyves en vergelijkingssites dagelijks te monitoren. Ook faciliteren ze met correcte informatie, bedanken ze voor positieve feedback en pakken ze eventuele klachten op. Waar nodig zullen ze hun product of dienstverlening aanpassen. Webcare heet dat.

Open houding

Zorg is een high-interest product. Het is niet raar dat mensen niet meer gedachteloos de huisarts om de hoek kiezen of de specialist in het plaatselijke ziekenhuis. En de tijd is voorbij dat ze daarna nooit meer over die keuze nadenken. Bij veel zorgverleners is het besef nog niet doorgedrongen dat concurrentie in de zorg een andere, meer open houding van hen vraagt. Je kunt klagen dat er op deze sites op basis van verkeerde aspecten, te weinig informatie of onjuiste informatie wordt beoordeeld. Uiteraard moet het gebruik van deze sites nog flink toenemen voordat de rankings en beoordelingen enige onderbouwde relevantie gaan hebben. Maar dat is niet het punt. Jouw klanten gebruiken ze nu al om keuzes te maken.

Grijp verbeterkansen aan

In plaats van argwaan voor sites als die van de NPCF en zoekdokter.nl, kunnen zorgverleners beter kiezen voor de aanpak die ik hierboven beschrijf. Zorg ervoor dat de informatie over jou klopt en onderscheidend is. Zorg ervoor dat je een adequate reactie geeft wanneer iemand iets positiefs over je schrijft en zeker als hij iets negatiefs over je schrijft. Nodig de persoon uit de klacht samen op te lossen. Leer van de feedback en doe er wat mee. Je kunt al vast beginnen met wat de NPCF voor je heeft geïnventariseerd aan verbeterkansen in het project ‘Uw mening Onze Zorg’. Anders komt er wellicht een dag dat jouw wachtkamer leeg blijft.

© 2010 Harriët Messing

 

 
%d bloggers liken dit: